Geheim van paleis Noordeinde 2

`Kamerleden moeten Geheim van Noordeinde respecteren', schrijft Menno de Bruyne terecht (NRC Handelsblad, 16 februari). Maar als daarop niet ten volle vertrouwd kan worden, doet de koningin er goed aan daarmee rekening te houden. Dat hoeft niet per se te betekenen dat zij de ontmoetingen met Kamerleden uit haar agenda moet schrappen. Een andere – en mijns inziens te preferen – mogelijkheid is dat zij haar politieke meningen voor zich houdt en er, net als vroeger, mee volstaat zich te laten informeren.

Daarmee ontloopt zij namelijk ook het risico burgers die haar opvatting niet delen van zich te vervreemden. Het sluit ook beter aan bij haar opdracht om het gehele Nederlandse volk te vertegenwoordigen en boven de partijen te staan. De koningin moet niet slechts door Kamerleden ,,uit de politieke wind gehouden worden'', zoals De Bruyne suggereert, zij doet er goed aan ook zelf daar uit te blijven. Niet omdat anders de politieke verantwoordelijkheid van de regering aangetast zou worden, maar omdat het haar eigen positie zou verzwakken: bij een deel van de bevolking, zoals gezegd, maar in het bijzonder ook bij de verantwoordelijke ministers en bij Kamerleden, met wie zij immers in botsing zou kunnen komen.

In wezen is het de kern van onze constitutionele monarchie, dat aan de koning(in) nagenoeg alle politieke zeggenschap onttrokken is. Zou hij/zij met deze invloedsbeperking onvoldoende rekening houden, dan is het voorspelbaar dat de minister-president gedwongen zal zijn tegenover het staatshoofd een tamelijk bevoogdende rol te spelen.

Nu nog is het zo dat de Nederlandse burger zich ergert aan Kamerleden die hun mond voorbijpraten. Voorkomen moet worden dat hij zich ergert aan de uitspraken van het staatshoofd.