Geheim van paleis Noordeinde 1

Berichten en commentaren over het lekken van Tweede-Kamerleden uit gesprekken met de koningin gaan voor een groot deel voorbij aan de essentie van de zaak: reden waarom de gesprekken – met name voor de koningin – zinvol zijn. NRC Handelsblad schrijft dat de koningin in 1994 is gestopt, omdat zij onvoldoende opstak van de gesprekken. Door het lekken dreigt nu dezelfde situatie te ontstaan. Op de rest van de natie rust de morele plicht de koningin – die immers haar persoonlijke mening niet openbaar mag maken – tenminste de kans te bieden haar opvattingen aan te scherpen. Ik noem dat het recht op tegenspraak.

Het ontberen van wat in veler ogen het hoogste goed is, het recht op vrije meningsuiting, betekent geenszins ook het ontberen van het recht op vrije meningsvorming. En, wat heb je aan een vrije meningsvorming als niemand er kennis van kan nemen, of nog erger, als de toehoorder zijn tegenspraak inslikt of maar ten dele uit? Ronduit beschamend is het als je er niets of onvoldoende tegen in te brengen hebt, maar wel elementen uit de mening verspreidt op een plaats waar de geciteerde zich niet kan verweren. Dat geldt overigens voor iedereen in alle omstandigheden, niet alleen voor de koningin. Wie zegt dat wat er aan opvattingen genoteerd is ook werkelijk de opvattingen van de koningin zijn? Hoe snel is niet een nuanceverschil opgetreden bij het weergeven van de mening van een ander? Waar het de koningin betreft dien je dat zonder directe opdracht in alle gevallen achterwege te laten. Dat is niets meer dan fatsoenlijk.

Als de gesprekken opnieuw weer niet doorgaan heeft de koningin dat dus te danken aan het onfatsoen van onze gekozen vertegenwoordiging. Daarmee ontnemen zij haar naast de vrije meningsuiting dan ook de vrije meningsvorming.