Food Valley Wageningen

De Landbouwuniversiteit Wageningen staat voor haar ingrijpendste reorganisatie ooit. De Raad van Bestuur wil 18 leerstoelen schrappen, 250 banen staan op de tocht.

ZELF MAG HIJ blijven, maar voor veel van zijn collega's dreigt ontslag. ``Er hangt een zure sfeer. Het is geen lol om hier nu door de gangen te lopen'', zegt dr. Kees de Hoog, gezinssocioloog verbonden aan de Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW). Hij zit achter een grijze kantoortafel in de Dreijenborch, het gebouw waar Huishoudstudies en consumentenwetenschappen zijn ondergebracht. Zijn kamer kijkt uit over een in mist gehuld Wageningen. Op de achtergrond tekenen zich vaag wat besneeuwde akkers af.

Drie maanden geleden kreeg De Hoog het ondernemingsplan `Krachtig op Koers' onder ogen. Het plan, opgesteld in opdracht van de Raad van Bestuur, was enkele dagen eerder gepresenteerd. De Hoog las woorden als `te breed takenpakket', `dalende studentenaantallen', `maatregelen voor de periode 1999-2002' en `strategische doelen'. Hij viel van de ene verbazing in de andere. De Landbouwuniversiteit moet rigoreus reorganiseren, zo blijkt uit het plan. De overheid heeft voor de komende vier jaar een bezuiniging van 24 miljoen gulden opgelegd. Bovendien is de universiteit door haar financiële reserves heen. Daarom wordt in het plan een aanvullende bezuiniging van 60 miljoen gulden voorgesteld. Dat geld moet ergens vandaan komen. De werkgroep `Ondernemingsplan LUW' stelde voor om onder andere een kwart van de in totaal 105 leerstoelen te schrappen. En er moeten 285 arbeidsplaatsen verdwijnen. Vooral de sociale wetenschappen en de op de tropen gerichte vakgebieden moeten fors inleveren. Zo dreigen vier van de zes sociologische leerstoelen te worden opgeheven. Ook in de hoek van de milieustudies vallen er klappen. ``Ze zoeken een manier om een tekort van 10 procent in het huishoudboekje op te vangen'', zegt De Hoog. ``Maar daarvoor hoef je toch niet meteen zo te gaan hakken?''

De Raad van Bestuur ziet geen andere mogelijkheid. Voorzitter prof.dr. C. Veerman liet zich vlak na het verschijnen van het plan zelfs ontvallen dat er voor verandering van de plannen amper ruimte was. Alleen in de marge zou hij eventueel willen bijstellen. ``Het was de enige manier om iedereen bij de les te krijgen'', zegt hij nu. ``We moeten bezuinigen, daar kunnen we niet omheen. En drastisch. Je kunt bij de presentatie van zo'n plan wel zeggen: hier is het en er is ruimte voor discussie, maar dan komt niemand overeind. Nu hebben we iedereen wakker gekregen.''

Volgens De Hoog is het de eerste keer in de 81-jarige geschiedenis van de LUW dat er zo rigoureus wordt gesneden. Voorheen hanteerden de bestuurders altijd de kaasschaaf. Bezuinigingen verliepen voorzichtig. Met het opheffen van een leerstoel werd gewacht totdat een hoogleraar met pensioen ging. De kaasschaaf schraapte midden jaren tachtig bijvoorbeeld de afdeling wonen en de studierichting sociologie weg. Ook verdwenen leerstoelen als psychologie en huishoudkunde. Maar de schaaf is nu vervangen door de botte bijl. En omdat de universteitsraden nationaal zijn opgeheven, kunnen raden van bestuur makkelijker ingrijpende wijzigingen doorvoeren.

Gelukkig maar, meent Veerman, die er op blijft hameren dat forse maatregelen onontkoombaar zijn. Financieel mist Wageningen de nodige armslag. Het studentenaantal loopt al ruim tien jaar terug. In 1987 waren er in totaal nog 7.604 studenten, vorig jaar werden er nog maar 4.510 geteld. Toch kunnen ze nog steeds kiezen uit een brede waaier aan studierichtingen en vakken, een aanbod dat is afgestemd op het oude studentenaantal. Dat aanbod loopt van agrarisch recht tot moleculaire fysica en van levensmiddelenchemie tot landschapsarchitectuur.

leefbare wereld

Veel te breed, vinden de samenstellers van het ondernemingsplan. Wil de universiteit overleven, dan moet ze zich beperken. De toekomst heet `voeding' en `groene ruimte'. Het mission statement voor de komende jaren luidt: ``mensen helpen voldoende en gezond voedsel te verwerven in een leefbare wereld''. Verder wil de Raad van Bestuur de integratie van de universiteit en de 12 DLO-instituten tot het Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) stimuleren. Door deze bundeling moet er volgens het plan een prachtig en in de wereld toonaangevend agrobusiness centre ontstaan. De Hoog: ``Ze willen van Wageningen een Food Valley maken. Maar als ik het plan lees, wordt mij niet duidelijk hoe ze die missie willen verwezenlijken. Inhoudelijk rammelt het en in de financiële onderbouwing zijn makkelijk gaten te schieten. Het lijkt niet op een ondernemingsplan, maar op een bezuinigingsactie. Men stelt het financiële kader op de eerste plaats en het universitaire programma wordt daar vervolgens ingepast. Dat lijkt me een verkeerde volgorde.''

Volgens De Hoog moet er een andere oplossing zijn. Eentje die minder diep in het vlees snijdt. ``Er is de afgelopen jaren genoeg nagedacht over de koers van Wageningen. Ik ben er zelf nauw bij betrokken geweest'', zegt de gezinssocioloog die van 1991 tot 1996 in de Universiteitsraad zat en van 1985 tot 1987 vicevoorzitter was van de vaste commissie Wetenschapsbeleid. In die tijd begon de goede naam die Wageningen in de jaren zestig en zeventig wereldwijd had opgebouwd, aan glans te verliezen. ``Het kwakkelde'', aldus De Hoog.

Op een gegeven moment was er zelfs sprake van om Wageningen maar op te heffen. Verhuis de academische groepen naar Utrecht, breng de DLO-instituten onder bij TNO, zo luidde een plan. Het alternatief: breng universiteit en DLO samen, en zet een nieuwe koers uit. Er werd voor dat laatste gekozen. De landbouw kreeg een nieuw doel, uitgetekend door minister Van Aartsen. ``We willen niet alleen voldoende, gezond, voedzaam, en smakelijk voedsel, maar ook voedsel dat is voortgebracht op een wijze die acceptabel is uit het oogpunt van milieu, dierenwelzijn, bescherming van natuur en landschap'', zei Van Aartsen op 1 september 1997, tijdens de opening van het academisch jaar aan de LUW. En met het zo succesvolle naoorlogse landbouwmodel zou Wageningen bovendien een bijdrage moeten leveren aan de welvaartsgroei en de armoedebestrijding in de rurale gebieden elders in de wereld. Het plan behelste verder een drastische samering van de eerste fase om zo de daling van het aantal studenten te keren. En de tweede fase moest versterkt om de de belangstelling uit het buitenland te vergroten.

De Raad van Bestuur heeft dat plan in hoofdlijnen gevolgd. De integratie van universiteit en DLO is in gang gezet, zij het moeizaam. En voor de sanering van de eerste fase liggen plannen klaar, aldus Veerman. Het onderwijs krijgt een meer probleemgestuurd karakter, zoals in Maastricht. In het eerste jaar doorlopen de studenten vier blokken: levenswetenschappen, omgevingswetenschappen, maatschappijwetenschappen en voeding. Aan het eind van het jaar kiezen ze een specialisatierichting. De studie zal in tweeën worden gedeeld: een driejarige bachelor-opleiding, gevolgd door een tweejarige, Engelstalige masters-opleiding. ``Hierdoor kunnen buitenlandse studenten makkelijker in ons masters-programma instromen'', zegt Veerman. Op dit moment is er voor die buitenlandse studenten een apart programma, met veel overheadkosten. Wageningen spaart geld als alle studenten een masters volgen.

amerika

De Raad van Bestuur verwacht met dit programma meer buitenlandse studenten te trekken. Veerman: ``We sluiten aan bij systemen in het buitenland, bijvoorbeeld Amerika, die op het BSc/MSc-model zijn geënt.''

Voor de instroom van hbo'ers wil de Raad van Bestuur extra maatregelen nemen. Want met name hun instroom is de laatste jaren aan het opdrogen. Veerman: ``We bieden binnenkort een plan aan het ministerie van Landbouw aan waarin we vragen om de instroom van hbo'ers te vergemakkelijken.'' De nieuwe onderwijsplannen moeten de komende twee jaar gerealiseerd worden. Er is twintig miljoen gulden voor uitgetrokken.

In het wakkergeschudde Wageningen formeerde zich een actiecomité, het GOK (Gezamenlijk op Koers). Het GOK heeft felle kritiek op het plan geuit. Zo wordt het multidisciplinaire karakter, zo typisch voor Wageningen, ondermijnd. De Hoog is het daarmee eens. ``De student moet kiezen uit een kleiner aanbod, en daar maak ik mij druk over.'' Ook de Studentenraad heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk geprotesteerd tegen dat krimpende aanbod. Net als prof.dr. R. Rabbinge, hoogleraar Produktie Ecologie en tevens bijzonder adviseur van de minister van LNV en voorzitter van het IRRI, 's werelds grootste rijstonderzoeksinstituut. ``Die samenhang tussen natuurwetenschappelijke, technische en sociaal-economische disciplines is nou net de kracht van Wageningen'', zegt Rabbinge desgevraagd. ``Dat maakt onze afgestudeerde studenten juist zo uniek en interessant. Haal je de samenhang weg, dan is dat de dood in de pot voor onze universiteit.''

Ook volgens het ministerie van LNV zou Wageningen zich moeten profileren met een `pluriforme benadering'. Dat schreef haar directie Wetenschap en Kennisoverdracht op 18 december in een brief aan de Raad van Bestuur. Het ondernemingsplan maakt volgens het ministerie wel duidelijke keuzes, maar het ontbreekt aan een visie die de keuzes rechtvaardigt.

De Raad van Bestuur heeft zich de kritiek ter harte genomen. Er is inmiddels water bij de wijn gedaan. Binnen de sociologische wetenschappen sneuvelen minder leerstoelen dan aangekondigd. En leek het er eerst op dat `milieu' zou verdwijnen, nu komt er toch een studierichting `milieu & technologie'. Veerman: ``Maar dan wel ingepast in onze missie. Milieu staat voorop en de technologie staat in haar dienst. Het is dus niet langer zo dat je in een rioolpijp gaat kijken welke schadelijk stoffen er in voorkomen. Nee, je gebruikt de technologie om duurzame en milieuvriendelijke producten te maken.''

Maar daarmee is bijvoorbeeld de leerstoel gezondheidsleer niet gered. Dr.ir. B. Brunekreef, hoogleraar gezondheidsleer, was in eerste instantie zeer verontwaardigd toen hij over zijn aanstaande vertrek hoorde. En met hem velen. De groep van Brunekreef staat hoog aangeschreven. De hoogleraar ontving honderden reacties die voor zijn aanstelling pleitten. Het mocht niet baten. Brunekreef heeft inmiddels contact gelegd met Utrechtse collega's en heeft zich ervan verzekerd dat hij daar binnenkort aan de slag kan. ``We moeten kritisch blijven'', laat Veerman weten. ``Over milieu kun je nog twijfelen, maar gezondheidsleer past volgens ons echt niet in de Wageningse missie. Dan moet je ook het lef hebben om zelfs een goeie groep als die van Brunekreef af te stoten. Trouwens, bij het RITOX in Utrecht zal hij waarschijnlijk beter tot zijn recht komen dan hier.''

Kritiek werd ook geuit op de financiële onderbouwing van het ondernemingsplan. De Studentenraad liet een onderzoek uitvoeren door de Rabobank. Daaruit blijkt dat de LUW een kerngezond bedrijf is. Ze maakt jaarlijks ongeveer 10 miljoen gulden winst en beschikt aan onroerend goed over een kapitaal van om en nabij de 1 miljard gulden. Een tekort van 60 miljoen is dus helemaal niet zo dramatisch. ``Daar verkijk je je op'', zegt Veerman. ``We zijn als een boer. We hebben grote bezittingen, maar je kunt er weinig mee.''

Volgens datzelfde onderzoek van de Rabobank blijkt trouwens dat er voor de afschrijving van gebouwen 4,5 miljoen gulden te veel is afgeboekt. En 15,7 miljoen is terug te voeren op een nieuw boekhoudsysteem waarop de universiteit in 1993 is overgestapt. Sindsdien worden verwachte uitgaven voor het komende jaar al in het voorgaande jaar geboekt. Het personeel krijgt zijn vakantiegeld bijvoorbeeld in mei. In januari heeft de universiteit daarvoor al een bedrag van 10,9 miljoen gulden opgespaard. Dat bedrag staat als een schuld op de balans van de LUW. Ook het collegegeld is zo'n post en staat ingeboekt als schuld van 5,7 miljoen. In totaal verslechterde de universitaire reservepositie in 1993 dus met 15,7 miljoen gulden door over te stappen op een nieuw boekhoudsysteem.

overbodige gebouwen

De maatregelen die het ondernemingsplan voorstelt zijn volgens de Studentenraad volkomen overbodig. En als je al eenmalig 60 miljoen zou willen bezuinigen, doe dat dan via `een incidentele inkomstenbron', zo schrijft de Studentenraad in een conceptnota van 25 november. ``We denken hierbij aan het verkopen van een aantal van de (overbodige) gebouwen.''

``Dat is een mooi verhaal'', laat Veerman weten. ``Maar men maakt een denkfout. Je zit met voortdurende renovaties, verhuizingen van mensen, aanbouwen van panden. Dat kost geld. Men denkt dat je zomaar allerlei investeringen kunt doen die zich op termijn wel een keer terugverdienen. Maar daarmee loop je enorme risico's. En die ga ik niet aan.''

Ondanks al die kritische geluiden, is niet iedereen ontevreden met de voorgenomen veranderingen. Dr. Hans Derksen van het Instituut voor AgroTechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) ziet de missie als `een uitdaging'. ``Er waait een frisse wind en dat is goed. En dat er wat persoonlijke drama's zijn, tja, het is niet anders. Als je niks doet bestaat Wageningen over vijf of tien jaar misschien helemaal niet meer.''

Volgens Derksen is het funest om tegen wil en dank te willen vasthouden aan de geschiedenis. ``Sommigen zien de vernieuwing als bedreigend. Ze vrezen een vercommercialisering van hun onderzoek, maar ik geloof niet dat het fundamentele karakter van hun onderzoek verloren zal gaan. De heren zijn mans genoeg om daarvoor te vechten.''

eigen sores oplossen

Derksen ziet duidelijke voordelen nu DLO en universiteit zijn samengegaan. ``Wij stuiten hier tijdens ons onderzoek wel eens op fundamentele vragen die we dan kunnen doorgeven aan onze academische partners. En omgekeerd. Zij kunnen commercieel interessante ontdekkingen aan ons doorspelen.''

Toch lijkt de samenwerking tussen universiteit en de twaalf DLO-instituten nog niet echt van de grond te komen. Beide kampen zijn hard bezig om eerst hun eigen sores op te lossen. De werkgever van Derksen maakt bijvoorbeeld verlies, zo meldt het Wb (het Weekblad voor de WUR) deze week. Dat heeft deels te maken met de privatisering. Vanaf 1 maart aanstaande zijn de DLO-instituten zelfstandig. Onlangs zijn alle gebouwen voor een bedrag van 378 miljoen gulden overgekocht van de overheid. Dat bedrag drukt op de begroting. Bovendien moeten de instituten nog wennen aan hun commerciële karakter. Volgens de laatste interne nieuwsbrief van het ATO vraagt het instituut te weinig voor zijn diensten, aldus het Wb. Gemiddeld werken de mensen meer dan 1500 uur per persoon per jaar, maar ze brengen slechts 800 uur in rekening. Het ATO stelt nu een plan op om het verlies snel ongedaan te maken.

Rabbinge erkent dat de integratie van universiteit en DLO stagneert. ``Je moet die vorming van een academische kern met daaromheen de DLO-instituten duidelijker stimuleren. Er ligt een enorm potentieel, bijvoorbeeld voor promovendi, gefinancierd vanuit de derde geldstroom. Die maken bij ons nu al meer dan vijftig procent uit van het totaal aantal promovendi, maar er is nog veel meer groei mogelijk. Door de huidige impasse dreigt het gevaar dat universiteit en DLO juist uit elkaar gaan drijven.''

Inmiddels werkt de Raad van Bestuur aan een herziening van het ondernemingsplan. De raad verwacht dat rapport over een aantal weken te presenteren. Veerman laat weten dat het aantal te schrappen leerstoelen is gedaald van 24 naar 18. Het aantal banen dat verdwijnt schommelt rond de 250. In eerste instantie zal dat gat via regelingen van vervroegd uittreden en omscholing worden opgevuld. Maar gedwongen ontslagen kan hij niet uitsluiten. ``We houden aan onze missie vast. En daarvoor moeten we de komende jaren een ijzeren discipline betrachten.''