Eurotransacties behoeven wetgeving

De banken hebben de consumenten bij de overschakeling op de euro kosten in rekening gebracht die zij niet kunnen verantwoorden. Ben van der Velden vindt dat zij door wetgeving moeten worden ingebonden.

Bij de voorbereiding van de komst van de euro is de afgelopen jaren maar weinig aan het toeval overgelaten. `Vertrouwen wekken' was een sleutelbegrip bij de Europese Commissie. De burgers van de elf landen die met ingang van 1 januari van dit jaar hun nationale munten opgaven om over te stappen op de euro, moesten begrijpen dat deze ingrijpende verandering hun alleen maar voordeel kon brengen.

Leden van de subcommissie monetaire zaken van het Europees Parlement maakten zich deze week echter zorgen over het ondergraven van het vertrouwen van het publiek in de euro. Ook de Europese Commissie is niet gerust en probeert met een speciaal e-mailadres en een faxnummer (eurosignal@dg24.cec.be en 00-32-2-2965608) klachten te verzamelen over de manier waarop banken de euro behandelen.

De euro, meldde de Commissie vorig jaar september, zou ertoe leiden dat er in het eurogebied geen kosten gemaakt behoefden te worden voor het wisselen van geld. Er zou geen tijd meer verspild worden met het zoeken naar de bank met de gunstigste wisselkoersen. Vergelijking van prijzen zou in de elf landen die dit jaar op de euro overstapten ook geen probleem meer zijn.

Een mediacampagne ter introductie van de euro culmineerde op oudejaarsdag vorig jaar in een feest met speciale eurochampagne, nadat de ministers van Financiën van de betrokken landen de koersen hadden vastgelegd waarmee hun nationale munten in de euro overgingen. De gulden is sinds 1 januari nog slechts een symbolische munt, in feite is hij 0,45378 euro. Zo kan de Duitse mark in euro uitgedrukt worden, en ook de Belgische frank, de Italiaanse lire, de Spaanse peseta, de Portugese excudo, de Finse mark, de Oostenrijkse schilling en de Franse frank. Dat is wat ingewikkeld allemaal. Want pas in 2002 verdwijnen de bankbiljetten van al die munten. Dan komen de eurobiljetten in omloop. Maar tot 2002 kan de euro al in het girale betalingsverkeer, voor niet-kastransacties worden gebruikt.

Opgewekt signaleerde de Europese Commissie begin januari dat het publiek een groot vertrouwen in de euro toonde. Maar het is nog slechts anderhalve maand later en nu al is er sprake van een kleine kater. Want het regent klachten over de Europese banken die, euro of geen euro, kosten blijven rekenen voor het wisselen van bankbiljetten van landen in het eurogebied.

De Nederlandse Europarlementariër Metten (PvdA) heeft het merkwaardige van de situatie met een goed beeld weergegeven. Iemand die naar de bank gaat om een biljet van honderd gulden te wisselen in vier biljetten van 25 behoeft geen kosten te betalen. Waarom moet iemand die honderd gulden in Belgische franken wisselt – twee munten die eigenlijk uitdrukking zijn van dezelfde euro – dan wel kosten aan de bank betalen? Metten begreep er niets van, reageerde secretaris-generaal Bömcke van de Europese federatie van banken. Als een bank tot 2002 `exotische' bankbiljetten van de Finse mark of de Portugese escudo in voorraad moet houden, kost dat geld. Daarom moeten er kosten worden betaald. Kunnen biljetten die net als de gulden een waarde in euro's vertegenwoordigen `exotisch' worden genoemd?

Het werd nog ingewikkelder toen bleek dat banken in verschillende landen van het eurogebied uiteenlopende kosten bleken te hebben. Het ging om kosten voor personeel, opslag en transport.

Wisselkoersrisico bestaat in het eurogebied niet meer. Vroeger betaalde de consument een groot deel van de wisselkosten doordat de banken bij inkoop van vreemd geld een andere koers hanteerden dan bij verkoop. Wat hij precies betaalde was daardoor tamelijk ondoorzichtig. Sinds januari kan nog slechts één koers berekend worden: de conversiekoers waarmee de munten van het eurogebied op oudejaarsdag door de ministers van Financiën aan elkaar geklonken zijn. De kosten moet de bank daarom in een apart bedrag berekenen. Dat blijkt in veel gevallen hoger te zijn dan vroeger op de afrekening bij een wisseltransactie werd geschreven.

Nederlandse banken besloten bovendien bij eurocheques en kredietkaarten niet toe te staan bedragen in euro's te vermelden. Ze wilden net doen alsof de euro sinds 1 januari niet gebruikt kan worden voor alle niet-kastransacties. De banken hadden de Commissie toegezegd voor het omwisselen van euro's in guldens geen kosten te zullen berekenen.

Europees commissaris Van Miert besloot deze week in te grijpen. Inspecteurs van de Commissie vielen bij banken binnen en andere banken werden schriftelijk gemaand om opheldering te geven. Van Miert verdenkt de banken ervan om nationaal en ook op Europees niveau afspraken te hebben gemaakt om concurrentie te vermijden en ondanks de euro zoveel mogelijk aan wisseltransacties te blijven verdienen. Hij gelooft zelf niet dat het gemakkelijk zal zijn om dit te bewijzen.

Als het publiek minder enthousiast is over de euro na vakantiereizen waarbij als vanouds kosten voor het wisselen van geld zijn betaald, kan dat echter niet alleen aan de Europese banken worden verweten. De Europese Commissie en de regeringen van de EU-lidstaten hebben beslist dat er geen wetgeving nodig was voor de kosten van het wisselen van bankbiljetten in het eurogebied totdat in 2002 de eurobiljetten in omloop komen. Zij dachten dat gedragscodes die werden afgesproken tussen banken en consumentenorganisaties voldoende waren. De Commissie besloot zich te beperken tot het opstellen van een aanbeveling, erop vertrouwend dat concurrentie tussen de banken er verder wel voor zou zorgen dat de prijzen laag bleven.

Die concurrentie is er niet gekomen, wat volgens Eurocommissaris Van Miert wijst op onwettige afspraken. Dat het vertrouwen op vrijwillig meewerkende banken niet werkte, had de Europese Commissie echter al voor 1 januari kunnen vaststellen.

Een overleggroep met banken en consumentenorganisaties kwam vorig jaar tot aanbevelingen die door de Commissie zijn overgenomen. Daarin stond dat de banken de kosten voor het wisselen van geld voor 1 januari transparant moesten maken. Dit hebben zij niet gedaan, hetgeen toen al voor de Commissie een reden voor alarm had moeten zijn.

De meeste banken hebben nog altijd niet duidelijk gemaakt waarom zij welke kosten in rekening brengen. Daarom is er voor de Commissie geen enkele reden om af te wachten of Eurocommissaris Van Miert harde bewijzen over onwettige afspraken tussen de banken vindt.

De banken kunnen door wetgeving worden ingebonden. Het zou de beste maatregel zijn voor het zo belangrijk geachte vertrouwen van de consument in de euro.

Ben van der Velden is correspondent in Brussel voor NRC Handelsblad.