De vrolijke school

In de islamitische wereld zijn de scholen vaak toleranter dan islamitische scholen in de Westerse wereld. Leraressen zonder hoofddoek, muziekles en plaatjes van blote avondjurken – je vindt het allemaal op Palestijnse scholen. `Als je wilt dat de kinderen goede moslims worden, moet je het leuk maken voor ze.'

In het kantoor van Juffrouw Adla hangt een poster met lachende kinderen en de tekst `Neem de tijd om te lachen; het is de muziek van de ziel'. Juffrouw Adla is hoofd van de meisjesschool al-Masri in de Palestijnse stad Nablus. Nablus is een conservatieve stad. Maar juffrouw Adla, een kordate dame van middelbare leeftijd in een knalrood jasje met glimmende knopen en een broek eronder, heeft lipstick op en draagt geen sluier. Zij heeft de gangen volgehangen met tekeningen van beertjes, zwanen, katten en kinderen. In vitrines staan poppen in Palestijnse klederdracht. Er hangen foto's van een recente schoolopvoering van Shakespeare's Macbeth. En `petemoei' van al-Masri is Fadwa Touqan, niet alleen bekend als de beste Palestijnse dichteres, maar ook om het feit dat ze korte rokken draagt met laarzen eronder.

Het enige moment op deze ochtend dat juffrouw Adla even niet lacht, is als ze hoort dat er in Nederland een islamitische school is die ongeveer alles op haar school haram zou vinden – de afbeeldingen met beesten en mensen, het feit dat veel leraressen en leerlingen ongesluierd rondlopen, en al helemaal een seculiere dichteres als schutspatroon. Haram is het woord dat moslims over de hele wereld gebruiken als iets volgens hun religie verboden is. Als juffrouw Adla hoort dat twee voormalige onderwijzers en een tandarts van de As-Siddieq-school in Amsterdam onlangs tegen NRC Handelsblad klaagden dat hun leerlingen geen muziek mochten maken of tekeningen van dieren of mensen mochten ophangen, en dat vrouwelijke leerkrachten een hoofddoek om moesten en geen lipstick of broeken mochten dragen, zegt zij hoofdschuddend: ,,Moslims die in het Westen wonen, zijn een minderheidsgroep. Sommigen integreren in de Westerse cultuur. Anderen zijn zo bang dat ze hun eigen cultuur verliezen, dat ze hun kinderen naar de meest strikte islamitische school sturen die er is. Ze hebben geen idee van de sociale omgangsvormen hier. Ik heb zelf familie die in Spanje woont. Ik ben religieus en naar Palestijnse begrippen zeker niet vooruitstrevend. Maar vergeleken bij hen ben ik enorm liberaal.''

Juffrouw Adla presenteert zoete dadels met hazelnoten uit Saoedi-Arabië, uit een doos die ze kreeg van een ouder die terugkeerde van de umra, de `kleine' moslim-bedevaart naar Mekka. Dan staat ze op en loopt door het trappenhuis vol beschilderde en beplakte oude grammofoonplaten naar de handenarbeidklas. In het lokaal hangen maskers die kinderen gemaakt hebben en die ze spoedig gaan gebruiken voor een toneelstuk. Saheer Dweikat (26) is bezig een stuk of dertig leerlingen rond de veertien jaar voor te doen hoe je van een wc-rol of plastic bekertje poppen kunt maken. Overal liggen kleurige stukjes karton, lijmkwasten en crêpepapier. Sommige leerlingen dragen hoofddoeken, maar de meeste niet. Ze dragen allen een wit-groen gestreept schooluniform tot boven de knie, met vale spijkerbroeken eronder. Dweikat heeft halflang, loshangend donker haar, grote oorringen en een zwarte spijkerbroek. Ze geeft ook muziekles. Er staat een elektronisch orgel onder de vensterbank met een stapel cassettebandjes erop. Op een plank liggen trommels en tamboerijnen. ,,Hoezo haram'', zegt ze verbaasd. ,,Welnee. Kunst stimuleert je identiteitsgevoel. Tamboerijnen werden al ten tijde van de profeet Mohammed gebruikt. Een van de hoekstenen van de Arabische, en Palestijnse, cultuur is volksmuziek. Dat spelen we. Mijn standpunt is: een kind moet zoveel mogelijk leren, zoveel mogelijk talenten exploreren om later een goed burger te worden.'' Niemand heeft haar ooit aangesproken op haar kleding. Er woeden debatten over vrouwen in een broek, ook in Nablus. En over de sluier natuurlijk. Maar het Palestijnse ministerie van Onderwijs schrijft niets voor. ,,Je moet je kleden volgens de sociale normen. Haast niemand loopt in Nablus in minirok, niet in het openbaar althans. Dus dat doe ik ook niet. Religieuze normen zijn er niet. In de Koran staat dat je geen broek mag dragen als je bidt. Maar niet dat je in het algeméén geen broek mag dragen.''

Cartoons

Een lokaal verderop reciteert godsdienst-juf Rawhiya Salman Koranverzen over seksuele gemeenschap binnen het huwelijk. Tijdens de menstruatie is dat haram. De leerlingen herhalen de verzen, wat moeilijk is wegens het hoog-Arabisch waarin ze geschreven zijn en de bijzondere ritmiek. Daarna bespreken ze de verzen een voor een, klassikaal. Iedereen mag haar hand opsteken, geen vraag is te gek. Salman, eind twintig, is uit principe gesluierd. Het kostte haar ,,nogal wat overredingskracht'' om de klas ervan te overtuigen om tijdens haar lesuren hetzelfde te doen. Niet allen doen het, en ze heeft er vrede mee. ,,Religie'', vindt ze, ,,kun je niet afdwingen. Je kunt het uitleggen, in de hoop dat leerlingen het begrijpen. Maar het blijft een zaak tussen jou en God.'' Er hangen cartoons aan de wand, waaronder een Franse met lachende kinderen erop en de tekst `Les Droits pour tous les Enfants'.

Op de Masri-school is onlangs een onderwijsproject begonnen van de Franse regering, met Franse les, toneel en Franse onderwijsmethodes. De godsdienstjuf is enthousiast over het project maar ambivalent over de cartoons. Zij weet dat zelfs aanhangers van de islamitische beweging Hamas foto's in hun huizen hebben hangen van hun spirituele leider sjeik Yassin. En dat een particuliere crèche in Ramallah, gerund door Hamas-sympathisanten, omgeven is door een van de vrolijkst-beschilderde muren van de stad: vol spelende kinderen, aapjes en eenden in alle kleuren. ,,Volgens de Koran mag je geen mensen of dieren afbeelden. Maar als het met het curriculum te maken heeft, moet het kunnen. Ook het portret van Abu Ammar hier (de Palestijnse president Yasser Arafat) is haram. Maar om politieke en educatieve redenen is het acceptabel: na de Israelische bezetting moeten onze kinderen over hun identiteit leren.''

De Masri-school is naar Midden-Oosterse begrippen een `gemiddelde' school. In andere islamitische landen als Syrië, Egypte of Jordanië is religie, net als voor deze Palestijnen, gewoon `een vak', net als aardrijkskunde of geschiedenis. Op de staatsscholen dan. Op particuliere scholen is het soms méér maar daar zijn er hier maar weinig van, wegens de hoge schoolgelden die deze scholen heffen en omdat veel families geen behoefte hebben aan scholen met een meer `islamitisch' karakter. Particuliere scholen die er zijn, zijn vaak Westers-getinte elitescholen, die juist minder accent leggen op de islam. ,,Islamitische scholen in het Westen'', zegt een hoge functionaris van het Palestijnse ministerie van Onderwijs, ,,focussen op de islamitische identiteit. Wij leven in een islamitische samenleving, dus dat extra accent hebben wij niet nodig. Kinderen leren thuis of bij vriendjes over de betekenis van vastenmaand Ramadan of de pelgrimage naar Mekka. Honderden moslimfamilies vieren hier zelfs kerst en sinterklaas. Kairo is één grote kerstboom in december. In dit deel van de wereld hoeven mensen niet bang te zijn dat hun kinderen twee culturen gaan vermengen. Hun identiteit is duidelijk.''

Driekwart van de Palestijnse scholen zijn gescheiden scholen. Alleen in kleine dorpen zijn ze vaak gemengd, omdat er niet genoeg leerlingen zijn om twee scholen te vullen. En juist mensen in kleine dorpen leven vaak traditioneler dan in de steden. ,,Maar het is religieus gezien geen enkel probleem'', zegt de functionaris. ,,Men weet niet beter. Het is altijd zo geweest.'' Het ministerie heeft overwogen om alle scholen gemengd te maken. Veel kinderen kijken tegenwoordig naar Westerse en liberale Libanese of Turkse satellietkanalen en komen ook op straat steeds meer in aanraking met het `echte' leven, waarin ook vrouwen naar kantoor gaan of politicus worden. Hoewel het plan in sommige vooruitstrevende stadswijken zonder noemenswaardige problemen is doorgevoerd, is het over de grote linie vooralsnog in de ijskast gezet – niet om godsdienstige, maar om sociale redenen. ,,In sommige milieus tellen meisjes minder mee dan jongens. Voor hen ben je geen man als je niet ook een paar zoons hebt, bijvoorbeeld. We waren bang dat sommige leraren de jongens zouden voortrekken en de meisjes achterin de klas zouden laten zitten. Dat is precies wat we wilden veranderen natuurlijk, maar we vinden het nog wat te vroeg.''

Op de vraag of het ministerie bij de rekrutering van onderwijzers speciale eisen stelt, zoals de As-Siddieq-school in Amsterdam doet, zegt hij: ,,Ja natuurlijk. Ze moeten de vereiste diploma's hebben.'' En kledingvoorschriften? Hij is zelf lang hoofd van een school geweest, maar daar heeft hij nog nooit van gehoord. Hij loopt speciaal naar een van zijn ondergeschikten om het te verifiëren. Ook die kijkt verbaasd op. Zelfs een niet-verplichte lijst met ,,aanbevolen'' kledij voor leerkrachten bestaat niet. ,,Als een vrouw in een broek goed kan lesgeven'', zegt de man, ,,dan nemen we die.''

Joggingpak

Een van de meest conservatieve Palestijnse scholen is de Al-Nizamieh-meisjesschool in Oost-Jeruzalem. Omdat dit Palestijnse deel van Jeruzalem, anders dan de acht Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever die de afgelopen jaren autonomie kregen, nog steeds vol Israelische soldaten zit, dragen veel vrouwen daar een sluier – ,,meer als nationalistisch dan als religieus statement'', zegt hoofd van de school Alia Nusseibeh. Ze draagt zelf een hoofddoek met beige en zwarte bloempatronen. ,,Religie is wat ons van de joden onderscheidt. De hoofddoek is de manier om de soldaten hier voor de deur in te peperen dat we hun gezag niet accepteren.''

De school staat officieel onder supervisie van de Awqaf, de Palestijnse religieuze organisatie die islamitische heiligdommen als moskeeën en begraafplaatsen in Jeruzalem beheert. Dat is meer een U-bochtconstructie dan bewuste religieuze politiek: de school wil niets met het Israelische ministerie te maken hebben en het Palestijnse ministerie mag van Israel niet in deze `eeuwig joodse stad' opereren.

Maar de Awqaf legt de school geen islamitische regels op. Ook hier is godsdienst gewoon een vak, drie uur per week. De hoofddoek is niet verplicht. Hoewel er een debat was over de vraag of de leerlingen de hijab (islamitische kuise dracht) of een uniform moesten dragen, wilde niemand uiteindelijk de meisjes verplichten een hijab aan te doen. Wie dat per se wil, moet haar onder het uniform dragen. Het uniform reikt wel, anders dan op de Masri-school in Nablus, tot onder de knie.

Er zijn mannelijke leraren, die in dezelfde lerarenkamer als de vrouwen hun koffie drinken en proefwerken nakijken. De vuilnisman komt rustig het schoolplein op met zijn zakken, terwijl meisjes in joggingpak daar gym-oefeningen doen. Het schoolplein grenst aan dat van de naburige jongensschool. Niemand die zich daar druk om maakt. Er werken christelijke leerkrachten, die rustig een kruisje om hun nek dragen. In de bibliotheek staan werken van Jane Austen en Victor Hugo. Dankzij buitenlandse donoren hebben de leerlingen computers waarmee ze het Internet kunnen verkennen.

Er staat een orgel, een gift van een ouder. Maar het wordt, tot spijt van juffrouw Nusseibeh, niet gebruikt: de school is in een appartementengebouw gevestigd dat met tussenschotjes en provisorische dunne wanden te gehorig is voor muzieklessen. Ze hoopt op een bijgebouw, ooit, waarin muziek wel kan worden onderwezen. De trots van de school is het `muurtijdschrift': een permanente tentoonstelling van kunstwerken die de leerlingen produceren. Een ervan beeldt een wulpse dame af in blote avondjurk, beplakt met zilveren glimmertjes.

,,Niks haram'', vindt Alia Nusseibeh. ,,Alles is hier een medium om kinderen op te leiden. Ik zeg altijd tegen ze: `Studeren, studeren! Jullie willen toch geen domme slaven worden voor de joden als jullie later groot zijn?' Mijn trots is dat we de beste tawzjieh-resultaten (eindexamen) van Palestina hebben, terwijl we op dichtgetimmerde balkons moeten lesgeven, in te kleine `lokalen' met vaak drie kinderen in een bankje voor twee. Volgens de islam moet je alles bestuderen. Misschien zijn sommige moslims in Holland bang dat hun kinderen na schooltijd voor galg en rad opgroeien, en beperken ze daarom om religieuze redenen hun educatieve mogelijkheden. Maar in Palestina is minder buitenschoolse verleiding.''

Nusseibeh ging toen ze zelf jong was, tijdens het Britse mandaat vóór de stichting van de staat Israel in 1948, naar het Jerusalem Girls College. Het was een christelijke school, geleid door Britten. Zij deed examens over de Bijbel. Het kon haar niets schelen. ,,Het was een goede school. Islam kregen we thuis wel.'' Maar, voegt ze er nadenkend aan toe, ,,als wij moslims een minderheid waren geweest in een christelijke meerderheid, was het misschien anders geweest.''

Saai

Tijdens de Engelse les blijken sommige meisjes beter dan hun onderwijzeres. Zij zijn in Amerika geboren, maar door hun ouders hier in het `thuisland' op school gedaan. Van hen hebben de meesten het hoofd bedekt, al zijn ze minder timide dan de rest van de klas als er een vreemdeling binnenkomt. Er is veel Palestijnse `import' op scholen, vertelt Nusseibeh, sinds het vredesproces met Israel enkele jaren geleden begon. ,,Ouders willen niet dat de meisjes op deze gevoelige leeftijd in de Westerse maatschappij opgroeien. Nu de intifadah voorbij is (de Palestijnse opstand tegen de Israelische bezetter die in 1987 begon), en de scholen weer gewoon open zijn, komen die meisjes in stromen hierheen. Die families zijn vaak conservatiever dan families die altijd hier hebben gewoond.''

Veel Palestijnen die onlangs uit het Westen terugkeerden, zegt ook Asia Habash, directeur van de Early Childhood Research Center in Jeruzalem, ,,zijn blijven stilstaan in de tijd. Hun grootouders trokken hier decennia geleden weg en hebben een verouderd beeld van de maatschappelijke normen en waarden hier. Dat dragen ze over op hun kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen nu in het Westen naar strikte islamitische scholen worden gestuurd. Maar ik moet er aan toevoegen: zodra ze hier zijn, gaat het strikte er snel af. Sluiers gaan af, ze tekenen driftig mee met de anderen.''

Habash runt twee kinderdagverblijven en leidt kleuterleidsters op. Twee van de drie kleuterleidsters, schat zij, zijn gesluierd. Tot voor kort lieten zij drie- en vierjarigen gewoon bidden, als volwassenen, en dreunden ze Koranverzen op die de kleuters dan moesten herhalen. Het vormde, net als op andere scholen, maar een klein onderdeel van de dag, maar het was statisch en saai. ,,Kleintjes begrijpen daar niets van'', zegt Habash. ,,Zo'n vers of het Allahu Akbar zegt ze niets. Als je wilt dat ze goede moslims worden, moet je het leuk maken voor ze. Verhaaltjes vertellen uit de Koran, bijvoorbeeld. Zoals de profeet die onderweg van Mekka naar Medina in een grot moest schuilen met zijn volgelingen, waar de spinnen toen een groot web omheen sponnen zodat niemand ze zag. Of de veertig mannen die tweehonderd jaar sliepen.'' Toen een aantal crèches haar vorig jaar vroeg om de kleuterleidsters een cursus `Religie voor kleuters' te geven, was Habash blij verrast. Nu zijn er in sommige crèches, naast de muziek- of blokkenhoeken die er al waren, ook `godsdiensthoeken' waar verhalen worden verteld, wordt gezongen en waar kinderen natekenen wat ze hebben gehoord. Zelfs de islamisten van Hamas, die hier en daar particuliere crèches hebben, sturen hun kleuterleidsters nu naar de cursus. ,,Dat is mijn grootste overwinnning'', zegt Habash. ,,Vroeger wilden ze niets met me te maken hebben. Nu drukken ze zelfs posters voor mij, de atheïst, die ik op staatscrèches mag verspreiden!''

Als ze op de As-Siddieq in Amsterdam zouden zien wat er op die posters staat, zouden ze hun ogen niet geloven. Er is er een met hygiënische aanwijzingen over handenwassen en vuil in de prullenbak gooien, met in vrolijke kleuren allemaal kinderhandjes erop gedrukt. Een tweede heeft de tekst ,,Wij willen veiligheid en liefde en gelijkheid!'', omringd met tekeningen van lachende kinderen. Was getekend, de Iman-school van de islamitische beweging in Jeruzalem.