De hele hond

In het depot van Museum Boerhaave liggen talloze stukjes geschiedenis van de natuurwetenschap opgeslagen achter gordijnen en in ladenkasten. Zoals een flesje met maagsap van een hond van Pavlov.

DENK AAN PAVLOV en het water loopt je in de mond. Dat komt door zijn klassieke experiment met de hond die begint te kwijlen zodra je een bel luidt. Dat de hond meer speeksel produceert als je hem voedsel voorhoudt, is een natuurlijke reflex. Maar in zijn onderzoek naar de fysiologie van de hersenen ontdekte Pavlov dat wanneer je het aanbieden van voedsel combineert met belgeluid, na verloop van tijd de belprikkel alleen volstaat om de speekselklieren tot afscheiding te bewegen: de geconditioneerde reflex was geboren.

Ivan Petrovich Pavlov (1849-1936) was een gedreven onderzoeker, befaamd om zijn opvliegende karakter. Als priesterszoon met een afkeer van metafysica verruilde hij in 1870 het seminarie voor de universiteit van St. Petersburg, waar hij scheikunde en fysiologie studeerde. Hij huwde een knappe studente pedagogiek, een goede vriendin van Dostojevski, maar was zo arm dat het paar aanvankelijk geen geld had om samen te wonen. Alles werd anders toen Pavlov in 1891 directeur werd van de afdeling fysiologie van het Keizerlijke Instituut voor Experimentele Geneeskunde. Tot 1925 zou hij er de scepter voeren, over praktikanty en over honden.

Pavlov stond in St. Petersburg aan het hoofd van een fysiologische kennisfabriek, de grootste en best geoutilleerde van het land. In een poging de Russische geneeskunde te moderniseren, tot heil van het militaire apparaat en de economie, stimuleerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken aankomende artsen een periode van 6 tot 24 maanden in het laboratorium door te brengen, afgesloten met een doctoraat. Begerig naar promotie, door Pavlov verleend, vormden ze, vrijwel ongeschoold in de fysiologie, gemakkelijk kneedbare arbeidskrachten die Pavlov dankbaar inzette om zijn strak georganiseerde programma vaart te geven.

Dat programma betrof wetenschappelijk onderzoek naar de fysiologie van de spijsvertering, later ook naar de fysiologie van de hogere hersenactiviteiten. In de kelder van het laboratorium bevond zich daartoe een kennel en een aantal cellen voor proeven op honden. Die honden waren in operaties gemanipuleerd en van fistels voorzien, zodat de onderzoeker zicht kreeg op de productie van maagsap en de secretie van de alvleesklier en de speekselklieren. Alvorens een experiment te beginnen wachtte men tot de hond hersteld was. Alleen de hele hond, zo meende Pavlov, leidde naar betrouwbare kennis. Pavlov deed voorkomen alsof zijn honden na afloop van de operatie een gelukkig leven leidden. Graag wilde hij `het doorgaans zo koppige publiek' overtuigen van het nut van dierproeven. De waarheid was dat heel wat honden in dienst van de wetenschap een voortijdig en vreselijk einde vonden.

De praktikanty hadden er geen belang bij de autoritaire Pavlov een strobreed in de weg te leggen: ze waren maar tijdelijk op het lab en liever stelden ze hun promotie niet in de waagschaal. Pavlov verdeelde de onderzoekstaken, controleerde iedere morgen ieders aanwezigheid, wees de onderzoeker na een inwerkperiode een eigen hond toe, stond open voor kritiek zolang zijn heilige huisjes maar gespaard bleven en redigeerde alle artikelen en proefschriften van zijn medewerkers. Voor dat laatste nodigde hij ze uit op zijn kamer waar hij trakteerde op thee en roggebrood met Oekraïense ham, zich voor liet lezen en de praktikant onderbrak om wijzigingen te dicteren. Eén keer volhardde een medewerker in een Pavlov onwelgezinde conclusie, ondanks herhaaldelijk aandringen zich te plooien. De directeur ontstak in woede en joeg de dissident persoonlijk zijn laboratorium uit.

Van het communisme moest Pavlov niets hebben. In 1922 vroeg hij Lenin of hij zijn laboratorium naar het buitenland mocht verplaatsen, maar de partijleider wilde zijn Nobelprijswinnaar van 1904 niet kwijt. Een jaar later, na een eerste bezoek aan de Verenigde Staten, verklaarde Pavlov voor het marxistische sociale experiment nog geen achterpoot van een kikker over te hebben. Weer een jaar later trad hij uit protest af als hoogleraar fysiologie, zich solidair verklarend met de priesterszonen die van de Militaire Geneeskundige Academie werden geweerd.

Pavlovs laboratorium produceerde naast fysiologische kennis ook technologie. Op een hygiëne-tentoonstelling presenteerde de directeur trots enkele van zijn geprepareerde honden, in de hoop een breed publiek van de zegeningen van de experimentele fysiologie te overtuigen. Door de stroom aan praktikanty, en een gift van Alfred Nobel om het laboratorium uit te breiden, was Pavlov in staat op efficiënte wijze en op grote schaal zuivere verteringssappen bij zijn honden af te tappen. Vele Russische en westerse onderzoekers bestelden sap van de maag of de alvleesklier. Ook artsen toonden zich geïnteresseerd. Flesjes maagsap vonden hun weg naar patiënten met een problematische spijsvertering. In 1904 bedroeg de productie maar liefst 3.000 flacons, wat een 65 procent hoger laboratoriumbudget betekende. Pavlovs honden waren wetenschappelijk èn commercieel een succes.

Een van Pavlovs afnemers was de Leidse hoogleraar in de fysiologie Einthoven, in 1913 ook Nobelprijswinnaar door zijn uitvinding van de elektrocardiograaf op basis van de snaargalvanometer. `Keizerlijk Instituut voor Experimentele Geneeskunde', zegt het etiket op het flesje in het Russisch. En: `Natuurlijk maagsap van honden, augustus 1903'. Wat Einthoven ermee heeft uitgehaald is onbekend. In ieder geval heeft hij het goedje niet opgebruikt, waarschijnlijk de reden dat het flesje bewaard is gebleven. Over houdbaarheid rept het etiket met geen woord.

Dit is deel 2 van een maandelijkse serie over voorwerpen uit het depot van Museum Boerhaave. Het voorwerp staat voor de gelegenheid in het museum opgesteld. Adres: Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden. Geopend di t/m za 10-17u, zo 12-17u.