De eeuwige tuin

Sinds ik de inzendingen van de tuinprijsvraag van dit jaar heb doorgelezen, ben ik een bepaald deel van mijn tuin met andere ogen gaan bekijken. Het is een beschaduwd bed onder de beuk en het is bedekt met een min of meer dichte mat van klimop, het hele jaar door prettig groen en glanzend. Ik hoef er maar een paar keer per jaar te wieden om het netjes te houden. In januari komen er honderden sneeuwklokjes in op, een schitterend gezicht boven de klimop. De afstervende blaadjes zien er een poosje wat rommelig uit, maar daarna verdwijnen ze volkomen. Sneeuwklokjes zaaien zichzelf zo snel uit dat het lijkt of ze zich elk jaar verdubbelen.

Het was me nooit eerder opgevallen dat het wat wegheeft van een graf, maar nu kan ik er niets anders meer in zien; niet alleen dat klimop en sneeuwklokjes een gewilde combinatie waren in de prijsvraag, maar de afmetingen van dat bed komen ook merkwaardig dicht in de buurt van wat wij hadden opgegeven voor een dubbel graf [2m 60 x 2m 60]. Eigenlijk zou ik daar zelf wel begraven willen worden, hoewel ik, sinds ik de ideeën heb gezien die voor de prijsvraag zijn ingestuurd, het moeilijk vind om tevreden te zijn met maar één graf.

Bijna ieder jaar, sinds de Tuinprijsvraag werd ingesteld, hebben we overwogen om het graf als thema te gebruiken, en telkens besloten we dat het misschien niet zo'n goed idee was. Maar nu is het er dan toch van gekomen, de eeuwige of laatste tuin – een graf leek een passend onderwerp voor de laatste tuinprijsvraag waarvan de uitslag dit millennium zal verschijnen – en de respons overtrof onze verwachtingen. Er was een totaal van 130 inzendingen, veel van hoge kwaliteit, te veel in feite voor het aantal beschikbare prijzen.

Het was een interessante ervaring 130 grafontwerpen te bestuderen: soms ontroerend, wanneer de mensen over hun eigen ervaringen schreven, maar vreemd genoeg lang niet zo somber als we verwacht hadden. Een of twee inzendingen waren buitengewoon treurig, zoals er ook waren die heel ver de andere kant op gingen en kleine tuintjes ontwierpen zonder enige verwijzing naar een eindbestemming, als bij toeval precies passend in de opgegeven maten – maar over het algemeen was er een stemmig evenwicht tussen graf en tuin, tussen ruimte en functie.

De beste inzendingen combineren een sterk idee met een interessante beplanting. Niet zo gemakkelijk als het lijkt. Klimop en sneeuwklokjes, bijvoorbeeld, zijn bijna een cliché. Verder zijn er mogelijkheden met planten waarvan de namen betekenisvol zijn, zoals vergeetmijnietjes en sempervivums, bevredigend als in een anagram of een kruiswoordpuzzel, maar het levert niet noodzakelijk iets op dat mooi is om naar te kijken, vooral voor wie de namen van de planten niet kent. Een lezer stuurde een ontwerp geheel bestaande uit planten die voor haar een speciale betekenis hebben, van vrienden of herinnerend aan vrienden. Dat is ook een mogelijkheid, maar voor een buitenstaander is dat nog moeilijker te begrijpen. Onze voorkeur ging uit naar inzendingen waarvan de symbolische betekenis niet al te ondoorgrondelijk was.

Sommige mensen waren verbazend praktisch en citeerden uit de praktijk welke complicaties zich kunnen voordoen met planten op een graf. Konijnen bijvoorbeeld – we kregen een paar konijnbestendige grafbeplantingen – en dan zijn er de begraafplaatsautoriteiten, die met de plantvoorschriften niet allemaal even soepel waren als wij. Iemand beschreef hoe bepaalde planten, die zij op een graf had geplant, systematisch werden verwijderd onder het voorwendsel dat het onkruid was; zij stuurde ook een foto waarop te zien was hoe teleurstellend de omgeving van een zorgvuldig ontworpen graf kan zijn. Verschillende inzenders klaagden over de lelijkheid van moderne begraafplaatsen en hoopten dat dit zou veranderen. Een van de moeilijkheden is onderhoud; er bestaat een neiging, zoals velen opmerkten, om daar na een jaar of twee minder zorgvuldig mee te worden. Sommigen hielden daar rekening mee, een enkeling maakte zelfs ontwerpen waarvan het onderhoud minder werk opleverde met het voorbijgaan van het eerste verdriet, terwijl anderen graven probeerden te bedenken waar geen enkel onderhoud voor nodig zou zijn. Daartegenover stond een moestuingraf, honderd procent onderhoud.

Verbazend veel mensen voorzagen hun graven van vogelbadjes, sommigen gingen nog verder en maakten er hele vijvers van; ook waren er enkele moerastuinen. Er is geen twijfel aan dat tussen al die saaie graven vol marmerblokjes een minatuurvijver met waterlelies, en wie weet ook nog kikkers en goudvissen, de bezoeker nogal zou verrassen.

Verreweg de meest geliefde plant was de helleborus. Is dat omdat de helleborus op het ogenblik de populairste tuinplant is, of is er ook een speciaal verband met graven? Of komt het doordat hij bloeit in januari, het jaargetijde van de tuinprijsvraag? Sommige soorten, zoals Helleborus argutifolius (vroeger genaamd H. corsicus), zien er het hele jaar goed uit, met hun groenblijvend gebladerte, maar andere, zoals H. orientalis, zijn weliswaar voorbeeldig in de winter, maar minder indrukwekkend in de rest van het jaar.

Vrij veel inzendingen beperkten zich of tot één plant of één type plant, of tot één kleur, in de meeste gevallen wit, hoewel Saskia Boleij uit Boxtel een mooi symmetrisch blauw ontwerp instuurde, met blauwe bloemen tegen klimop waar ze ook een paar sneeuwklokjes had ingesmokkeld.

Lydia Anciaux uit Den Haag maakte een mengsel van vier verschillende soorten thym als een soort voorgrond op het graf; daarachter was een kleiner gedeelte dat bestond uit vier verschillende soorten planten, allemaal met witte bloemen, die na elkaar bloeien in de opeenvolgende seizoenen, aldus een illustratie biedend van het begrip tijd.

De meest extreme toepassing van symboliek werd bedacht door Marian de Bock uit Schiedam. Zij schetste de vorm van een liggende vrouw, behaaglijk uitgestrekt op een matras van LievevrouweBEDstro, waarbij ieder lichaamsdeel werd vertegenwoordigd door een plant: VOETblad, MANTELanjer, LEVERbloempje, NAGELkruid, KeizersKROON (dat zou ook Venushaar kunnen zijn), en niet te vergeten BRILkruid, plus Brandende liefde op een zeer geëigende plaats in het midden. Een andere soort symboliek, botanisch in dit geval, was te vinden in het Clusiusbed van Gerda van Uffelen, letterlijk een van de bestaande bedden in de tuin die vierhonderd jaar geleden werd aangelegd door Clusius in de Leidse Hortus. Deze bedden zijn lang en smal, en, schrijft zij, opmerkelijk geschikt voor een graf. Voor het enkele model koos zij een bed dat verschillende soorten geranium bevat, een paar aronskelkachtigen en een Cotinus coggygria; voor het dubbele graf het enige bed in de Clusiustuin waar varens in staan, samen met wat cyclamen, oxalis en Umbilicus erectus.

Het meest verbazingwekkende van de prijsvraag van dit jaar was dat de inzendingen zo gevarieerd waren, een graf voor elke smaak. Er was ook een subtiel onderscheid tussen de graven die de mensen ontwierpen voor zichzelf of voor een anonieme ander. Voor de jury, als vanouds bestaande uit Lien Heyting en ondergetekende, was het kiezen van de winnaars geen eenvoudige opgave, maar we hopen er in geslaagd te zijn een idee te geven van hoe Nederlandse begraafplaatsen er uit zullen zien in het volgende millennium.

PrijswinnaarsDe eerste prijs (ƒ250) gaat naar W. Hopstaken uit Tilburg voor het `Tranengraf'. Niet alleen zijn er tranen op de planten – dauwdruppels op de Alchemilla mollis – maar ook tranen naar beneden druppelend uit de `koperen of glazen kom met kleine gaatjes' er boven, nadat het geregend heeft (je kunt de kom ook zelf vullen bij droog weer). Dan zijn er witte Gebroken hartjes (Dicentra) `voor de dramatiek' en `vergeet-mij-nietjes voor de melancolie'. Alles bij elkaar een prachtig mengsel van botanie, symboliek en sentiment: eenvoudige, mooie planten, simpel maar heel effectief toegepast.

Tweede prijs (ƒ150) voor Linde Hess uit Groningen voor haar Rustbed. Er boven zijn gekruiste `klim-bogen' gemaakt van ijzerdraad waarop, in de zomer, `de hemelsblauwe klimmende winde Ipomoea tricolor groeit'. Daaronder is een ovaal van gras, met een miniatuur bloemenweitje (madeliefjes, ereprijs, klaver en rode klaprozen); daaromheen witte slaapbollen, Papaver somniferum, en daar weer omheen een winterborder van helleborus en sneeuwklokjes. Een heel persoonlijke keus met het hele jaar door iets om naar uit te zien.

Een gedeelde derde prijs (ƒ100) is voor Bertie van der Meij uit Amersfoort en Elisabeth Vonk uit Goes. De eerstgenoemde voor haar `hinkelbaangraftuin' met een grafsteen bovenaan in het vak genaamd DOOD, en verschillende planten in de andere acht vakken, allemaal wit, blauw en zachtgeel. Rond de grafsteen abrikooskleurige Oost-Indische kers. In de lente zijn er bloembollen. Niet direct een laag onderhoudsgraf, zoals de ontwerpster zegt: ,,Ik denk niet dat deze graftuin veel tijd overlaat voor meditatie.'' Zij ontwierp ook in de ruimte van een dubbelgraf een ronde doolhof-graftuin van buxus en paden van fijn grind met lavendel op de hoeken en een roos in het midden.

Teneinde ,,onder de grond toch nog van de poezen te kunnen genieten'' ontwierp Elisabeth Vonk ,,een aantrekkelijk graf'' gemaakt van twee soorten kattekruid, Nepeta x faasenii musinii rond de buitenkant en Nepeta `Six Hills Giant' aan de binnenkant. Katten, schrijft zij, zijn speciaal dol op de tweede soort, ze ,,gaan midden in het kruid liggen, wrijven tegen het kruid aan, maken de meest gekke capriolen''. De planten bloeien vanaf juli, en vullen het ,,tuintje dan tot en met oktober met licht-blauwe of witte bloemetjes''. Nabestaanden kunnen de jonge scheuten in sla gebruiken, ze kunnen ook de blaadjes drogen en er thee van trekken, en ,,als zij nog erg verdrietig zijn, kunnen zij de gedroogde blaadjes roken, die een enigszins hallucinerend effect hebben''.

Eervolle vermeldingenP. Dam uit Amsterdam maakte het meest monumentale graf dat mogelijk is met één plant, maar buxus is ook wel speciaal. Het zou tijd kunnen kosten om het in zo'n strakke vorm te krijgen, maar met de hulp van een expert-snoeier zou het er prachtig uit kunnen zien.

Antoinette Muntjewerff uit Amsterdam gebruikte ook maar één plant, bijna het tegengestelde van buxus, Pulmonaria saccharata `Mrs Moon'. Dit longkruid, schrijft zij, ,,is een overblijvende bodembedekker met eerst roze, later blauwe bloemen en groen blad met grijs/witte vlekken'', dertig centimeter hoog, ,,kan in volle of half schaduw, uiterst gehard, bloeit in het vroege voorjaar en bloeit door tot in de late zomer, het hele jaar door prachtig om te zien, trekt insecten, heeft geen onderhoud nodig''. In de linkerbovenhoek van het graf is een ondiep rond vogelbad gemaakt van glas, waar op den duur een inscriptie zou kunnen komen.

Zuster Theodora (Reijman) uit Den Haag ontwierp een tuin ,,gebaseerd op de begrippen tijd en leven-en-dood''. Binnen het vierkant van het graf (2m 60 x 2m 60) is een cirkel, en daarin een kruis; de hoeken buiten de cirkel worden beplant met Sedum album, en beduiden zowel het Leven als het jaar. De vier segmenten binnen de cirkel zijn de jaargetijden: het voorjaar heeft rose tulpen, de zomer Malva moschata, de herfst de Japanse anemoon `Königin Charlotte' en de winter Helleborus `Red Power'. ,,De seizoenen gaan ook na de dood door, zichtbaar voor de bezoekers van het graf.''

Machteld Loeff uit Huis ter Heide nam een kleine magnolia, omdat die in Europa het dichtst in de buurt komt bij de heerlijke frangipane van tropische begraafplaatsen. Ze plantte er bollen omheen: voor de lente sneeuwklokjes, winterakonieten lenteklokjes, `bluebells', narcissen `Tête-à-tête', kievitsbloemen, bosanemoontjes, vogeltje op de kruk, hondstand, aronskelk; voor de zomer alliums en iris; voor de herfst cyclaam, herfstkrokus en herfsttijloos. De ondergrond zou gras moeten zijn, dat bij slecht onderhoud zou veranderen in ,,prachtig wollig mos''.