de apotheker

Apothekers worden de laatste tijd nogal eens afgeschilderd als zakkenvullers die zich verrijken aan bonussen en kortingen van de farmaceutische industrie. Of dat beeld nu terecht of onterecht is, het kan nooit gelden voor de hele beroepsgroep: een aanzienlijk deel van de apothekers is in loondienst. Dat betekent dat zij als bedrijfsleider een apotheek beheren, of als tweede apotheker in een zaak werken, ter ondersteuning van de eigenaar. In tegenstelling tot de apothekerassistenten hebben zij geen CAO. De brancheorganisatie voor apothekers, KNMP (Koninklijke Maatschappij tot Bevordering van de Pharmacie), heeft voor deze groep wel adviesinkomens inkomens opgesteld. Volgens deze normen, die over het algemeen nageleefd worden, moet een apotheker die vijf jaar in dienst is als ondersteunende kracht 72.000 gulden bruto per jaar verdienen bij een 38-urige werkwerk. Een apotheker met dezelfde ervaring, maar werkend als beherend apotheker, verdient 20.000 gulden per jaar meer. Bij de apothekers die opereren als zelfstandig ondernemer zit het heel anders.

Een apotheek is niet hetzelfde als een supermarkt waar je in plaats van brood een doosje aspirine koopt. Een gewone winkel maakt eenvoudig gezegd winst door het verschil tussen inkooprijs en verkoopprijs. Apotheken hanteren dergelijke marges niet. Hun winst komt voort uit de receptenvergoedingsregeling en de bonussen en kortingen die zij bedingen bij de leveranciers van de medicijnen. De receptenvergoedingsregeling houdt in dat de apotheker per recept een vast bedrag vergoed krijgt. Dat bedrag is nu door de overheid vastgesteld op 11,20 gulden. Of het nu gaat om een eenvoudig middel tegen hoofdpijn of een dure aids-remmer, dit bedrag is altijd hetzelfde.

En dan de bonussen en kortingen. Tot acht jaar geleden mocht de apotheker maximaal 4 procent van deze kortingen in eigen zak steken. De rest moest doorberekend worden in de declaraties naar de ziektekostenverzekeraars . Sinds oktober 1991 heeft de apotheker veel meer vrijheid daarin. Het idee was dat de apothekers meer geprikkeld moesten worden om af te dingen op de prijzen van de groothandel en industrie. Uiteindelijk zou dit immers dan ook lagere prijzen voor de consument opleveren.

Een belangrijke factor die het inkomen van apothekers bepaalt is hier nog buiten beschouwing gelaten: de kosten. Die zijn niet alleen belangrijk omdat ze uiteindelijk bepalen wat de winst is, ook de receptenvergoedingsregeling wordt gedeeltelijk bepaald door de kosten van de apothekers.

Het ministerie van volksgezondheid heeft deze kosten een aantal jaren geleden vastgesteld op 550.000 gulden per jaar. Volgens de KNMP zijn de gemiddelde kosten in werkelijkheid minstens anderhalve ton hoger geworden. Zo hebben de apothekers de laatste jaren vaak meer personeel in dienst genomen en meer geïnvesteerd in dure automatiseringssyste- men.

Over het inkomen van een apotheker valt moeilijk iets algemeens te zeggen. De ene apotheker weet meer kortingen en bonussen te krijgen dan de andere. De ene apotheker behandelt meer recepten dan de andere, of weet de kosten beter te beperken. Toch heeft de KNMP norminkomens opgesteld voor de eigenaar/apothekers. De organisatie maakt daarbij een verschil tussen beginnende apothekers en de eigenaren van zaken die al een tijdje gevestigd zijn. Beginnende apothekers zouden zo'n 90.000 gulden bruto per jaar moeten kunnen verdienen. Maar dan gaat het om een ideale situatie volgens Leon Tinke van de KNMP: ,,De meeste starters komen daar bij lange niet aan omdat er flinke bedragen aan goodwill betaald worden. De vestigingseisen voor apotheken worden dit jaar versoepeld. Apotheken zijn een schaars goed. Partijen die een bestaande apotheek willen overnemen bieden flink tegen elkaar op. Dat zijn niet alleen pas afgestudeerde apothekers maar ook bijvoorbeeld groothandels van medicijnen die een eigen keten op poten willen zetten. Dat kan de prijs flink opdrijven.'' Een beginnend apotheker heeft daarom te maken met forse financieringslasten die in veel gevallen een forse hap uit het (norm-)inkomen nemen.

Eigenaar/Apothekers die langer bezig zijn dan vijf à tien jaar worden geacht hun investeringen grotendeels afgeschreven te hebben. De KNMP heeft hun norminkomen vastgesteld op 123.000 gulden per jaar. Maar net als bij de starters is er bijna geen apotheker te vinden die dit bedrag ook precies verdient omdat het om gemiddelden gaat. De KNMP denkt dat het gros van de apothekers zo'n 10 of 15 procent boven of onder het norminkomen schommelen.

Het kortings- en bonussensysteem is omstreden. Politiek Den Haag is bang dat er teveel aan de strijkstok van apothekers blijft hangen. De KNMP erkent dat het systeem van bonussen en kortingen een grote vlucht heeft genomen. De belangenorganisatie bestrijdt, niet verwonderlijk, het beeld van de grof verdienende zakkenvuller. De KNMP wijst daarbij op de hogere kosten voor de apotheker, en de 150 miljoen gulden die het kabinet dit jaar aan bezuinigen op medicijngebruik heeft opgelegd. Dat betekent voor apothekers dat zij minder kunnen declareren bij de verzekeraar. Die kosten kunnen alleen gecompenseerd worden door meer recepten uit te schrijven of – juist ja – meer kortingen te bedingen. Leon Tinke: ,,Een apotheker moet gemiddeld zeker 10 procent korting krijgen op de medicijninkoop gezien de bezuinigingstaakstelling en de praktijkkosten.'' Interessant zou zijn om te weten hoeveel apothekers boven die 10 procent zitten en hoeveel. In maart wordt dat bekend als de minister haar onderzoeksverslag naar de Tweede Kamer stuurt.