Wraak duurt langer dan liefde

Vrouwen, iets te oud, te dik, te dronken en te verlopen om hun lamlullen van overspelige echtgenoten nog aan zich te kunnen binden, bevolken als vanouds de verhalen van Helga Ruebsamen. In Beer is terug, haar nieuwe bundel, is niet één van haar personages gelukkig getrouwd. Hun echtgenoten zijn er vandoor met jongere exemplaren of ze zijn dood en in een enkel geval zelfs vergiftigd door hun naïeve maar o zo slinkse eega.

Er is maar één verhaal waarin een nog niet door het leven en nare mannen getekende vrouwelijke hoofdpersoon optreedt: een meisje met wie het nog alle kanten op kan. Maar Ruebsamen laat er geen twijfel over bestaan hoe het met deze keurige Haagse Margot, opgegroeid in een villawijk als dochter van een rechter, zal aflopen. Evenals de volwassen vrouwen in dit boek laat het kind zich niet ringeloren door het bekakte milieu dat haar omgeeft. Ze laat zich meeslepen door bizarre fantasieën, waaruit een zucht spreekt naar woeste liefdesavonturen met gore vlezige mannen, in slonzige wijken met portiekwoningen. `Van jou, lekkere meid, vreet ik graag een meter stront', hoort ze op een dag een man op een racefiets tegen haar zeggen. `De man hoort absoluut niet thuis in deze buurt', denkt ze, maar dat maakt hem des te begeerlijker.

Hij lijkt op een beer. Zijn spijkerbroek vol vlekken hangt op vijf voor half zeven en zijn haar is zo vet dat de krullen op zijn schouders erbij liggen als gebraden sauzijzen. Het meisje weet niet wat haar overkomt, maar ziet nieuwe werelden opengaan. `Een beer van een man, die doet denken aan varkens en aan spek, aan pekel, aan zuurkool, aan bergen geprakte aardappels. Margot voelt het geheimzinnige woord labskous in zich opwellen en ze drukt gauw haar knieën hard tegen elkaar om al te grote opwinding binnen te houden'. Denkend aan portieken, klampt ze zich aan de verbouwereerde man vast, ontdekt tot haar genot dat haar viezerik van boven tot onder bedekt is met tatoeages en ziet werelden van verboden lusten opengaan. Dit is nog even wat anders dan de jongen uit 3 bèta die een dag van school was gestuurd, omdat hij de naam van een meisje in inktpotlood op zijn pols had geschreven. `Op deze wijze maakt men zijn gevoelens niet kenbaar', was het commentaar van de rector geweest. `Nee, dan deze man, die had zich vast nog nooit ergens iets van aangetrokken. Zorgeloos heeft hij al zijn gevoelens in zijn lijf laten etsen, onuitwisbaar, voor levenslang.'

Het kortstondige incident met de getatoueerde man leidt op het eerste gezicht tot niets. Hij schudt het hitsige kind van zich af, noemt haar een treiterige kuttenkop en fietst weg. Maar voor Margot heeft zich een toekomst geopenbaard, los van de Haagse burgertrutterij die haar vooralsnog gevangen houdt.

Haat tegen het hypocriete en fantasieloze burgerdom kenmerkt van meet af aan Ruebsamens verhalen, die genadeloze inkijkjes bieden in de wereld van vergane Haagse en Wassenaarse glorie. Uit Ruebsamens indrukwekkende autobiografische roman Het lied en de waarheid (1997) valt op te maken waar haar onaangepastheid vandaan komt: als kind verdreven uit haar (Nederlands-Indische) paradijs en daarna als joodse onderduikster uit de rest van de wereld, heeft ze al jong begrepen dat ze weinig te verliezen had. Achter de façades van bekakt fatsoen ziet zij miezerige angst, bedrog, geborneerde domheid en haat. Maar, zo blijkt uit het verhaal over Margot, weerzin tegen de valse keurigheid komt niet alleen voort uit het gevoel bedrogen te zijn, het heeft ook met karakter te maken.

Beer is terug opent met `Drieluik met Dora', dat de toon zet voor de hele bundel en op `Margot met bril' na, verreweg het mooiste is. Dora, te dik, te dronken en te oud voor haar carrièristische echtgenoot Nils, is – zo blijkt tussen de regels door – een vrouw wier onaangepastheid zowel met karakter als met traumatische oorlogservaringen te maken heeft. Veel heeft het verhaal niet om het lijf, maar schitterend is de wijze waarop Ruebsamen het vertelt. Op een dag ziet de alcoholische Dora door de luxaflex van haar villa een boeman voor de deur staan. `Ze rilde ervan, maar het was de postbode, met een bivakmuts op.' De alcoholische postbode, die later geen echte postbode blijkt te zijn, brengt een absurd kerstpakket met een rendier erin, maar daar gaat het niet om. En ook gaat het er niet om dat de nep-postbode Dora op onnavolgwijze neukt in haar droomkeuken met driezitsbank. Alles draait om Dora die met haar humoristische observaties haar huwelijk, haar villa, haar vriendenkring, haar leven doorprikt en belachelijk maakt.

Om met dat huwelijk te beginnen: de postbode dient zich aan op een grauwe winterochtend, waarop haar echtgenoot humeurig is vertrokken omdat Dora niets had kunnen verzinnen dat hem een erectie bezorgde. Zelfs Pia Dijkstra-spelen had dit keer geen soelaas geboden. In deel twee van het drieluik zien we de echtgenoot tijdens een feestje aan huis omgeven door carrièremakers van beide seksen, onder wie – evident – zijn nieuwste liefje, een jong Kamerlid. Dora misdraagt zich door `en plein public' van haar avontuur met de postbode kond te doen en zich onderwijl vol te gooien met alle beschikbare alcohol.

Het knappe is dat je haar al vertellend dronken hoort worden. Ze eindigt in haar slaapkamer, zittend tussen de lamellen van de luxaflex die ze in zijn geheel uit de muur heeft gerukt, scheldend op haar man en zijn vrienden: `frauduleurs en opportunisten, volksverlakkers en wetverkrachters, hoerenlopers en ladelichters'. In het laatste deel van het drieluik is de echtgenoot er definitief vandoor met zijn jonge Kamerlid, zodat Dora vrijspel heeft met haar postbode. Het komt er niet van. Niet voor niets heet dit verhaal `Ondergedoken'. In een slaapkamerkast, onzichtbaar voor iedereen, de wodka binnen handbereik, wacht ze op iemand die haar komt redden. Er komt niemand.

Ruebsamens verhalen blinken uit door hun trefzekere sfeertekening, geestig-schokkende formuleringen en overtuigende karakters. De plot stelt over het algemeen niet zoveel voor en als ze al probeert daar toch werk van te maken, mislukt dat omdat ze de clou te snel weggeeft. Dit is bijvoorbeeld het geval in het titelverhaal `Beer is terug', over een hoerenlopende echtgenoot die, zes jaar nadat zijn vrouw hem heeft vermoord, terugkeert als slaafse rottweiler. Af en toe neemt ze wraak op het dier door hem in haar auto rond te rijden over de weg waar hij vroeger heroïnehoertjes oppikte. Aan het eind van die weg is ook het – immer dreigende – dierenasiel waar ze hem uit heeft bevrijd. Iedere keer als de auto die weg nadert, ziet de vrouw in haar achteruitkijkspiegel hoe de reïncarnatie er roerloos bijzit, verstard van angst. Op het allerlaatste moment gooit ze het stuur om en rijdt ze weg van het asiel. `Beer wrijft zijn dikke natte neus in mijn hals. Was vroeger maar liever zo aanhalig geweest, lamlul, dan had je daar nu niet gezeten', denkt zijn bazin.

Wraak duurt langer dan liefde, is ook de strekking van het nostalgisch-mooie verhaal `Briefkaarten uit Foulksmills' en het zou het motto kunnen zijn van deze hele bundel, waarin op geestig-treurige wijze wraak wordt genomen op iedereen die zich met poeha en poenigheid beter voordoet dan hij in wezen is.

Helga Ruebsamen: Beer is terug. Contact, 231 blz. ƒ32,90