Vraagtekens bij rechtsgang in zaak-Öcalan

Nu Turkije Öcalan in handen heeft gekregen, concenteert de buitenlandse aandacht zich op de vraag of de Koerdenleider wel een eerlijk proces zal krijgen. Zijn `ontvoering' uit Kenia is mogelijk nog te billijken, het weigeren van een advocaat om hem `in een cruciale fase' van de procedure bijstand te verlenen niet.

,,De verdachte is te allen tijde bevoegd een of meer raadslieden te kiezen.'' Zo staat het in het Nederlandse wetboek van strafvordering. De overheid staat daar in principe buiten. Een simpel ,,stelbriefje'' van de raadsman waarmee hij zich meldt bij de autoriteiten in verband met de officiële correspondentie en de bezoekregeling, is voldoende. In Turkije gaat het anders toe. De Nederlandse raadslieden van de gevangen Koerdenleider Öcalan komen het land niet eens binnen. Zij zien hierin de voorbode van een behandeling die beneden de Europese normen blijft.

Deze normen zijn vastgelegd in het Europees verdrag inzake de rechten van de mens. Ook Turkije is daaraan gebonden. Artikel 6 van dit verdrag, dat handelt over het recht op een eerlijk proces (`fair trial'), zal in het verdere verloop van de zaak-Öcalan dan ook ongetwijfeld een prominente rol spelen. Het noemt bijstand door een raadsman naar eigen keuze als een van de minimumrechten van elke verdachte, maar dat zegt op zichzelf niet wanneer de advocaat moet worden ingeschakeld.

De Europese minimumregels over de behandeling van gedetineerden zijn iets meer ter zake. Zij geven iedere verdachte in voorarrest ,,zodra hij wordt ingesloten'' het recht een advocaat te kiezen. Een sterk precedent leveren de Verenigde Staten. Daar werd in 1964 de veroordeling wegens doodslag van een zekere Danny Escobedo, een los-werkman uit de staat Illinois, ongedaan gemaakt omdat hij op het politiebureau geen advocaat had mogen zien.

Over de precieze omvang van de rechtsbijstand wordt tot op de dag van heden in Amerika verder geprocedeerd. Maar de strekking is duidelijk: de verdachte heeft recht op zijn advocaat zodra er een ,,kritieke fase'' optreedt in de procedure tegen hem. Dat zijn handelingen van de overheid die afbreuk kunnen doen aan een eerlijke behandeling van de zaak op de eigenlijke terechtzitting. De Escobedo-beslissing was vooral ingegeven door bezorgdheid over derde-graadsverhoormethoden.

Voor deze bezorgdheid is ook in Turkije aanleiding. Er is herhaaldelijk gepoogd martelpraktijken af te doen als incidentele ontsporingen, maar die pogingen gaan volgens het Comité tegen foltering van de Raad van Europa ,,dwars tegen de feiten in''. De toenmalige Commissie voor de mensenrechten in Straatsburg sprak in een Koerdische zaak van systematische pogingen van de Turkse autoriteiten om wandaden van de veiligheidstroepen te verdoezelen.

In elk geval moet Öcalan nog deze week voor een rechter worden geleid die de rechtmatigheid van zijn detentie beoordeelt. Viereneenhalve dag is daarvoor te lang, zelfs in een land met een terroristeneprobleem, zo besliste het Europese Hof voor de mensenrechten in 1988 in een Noord-Ierse zaak. De grote vraag is of Öcalan wel rechtmatig in Turkije kan worden vastgehouden gezien de omstandigheden van zijn arrestatie. De precieze toedracht is nog steeds niet bekend, maar duidelijk is wel dat de aanhouding plaats vond in een vreemd land waar de Turkse overheidsfunctionarissen geen enkele bevoegdheid hebben.

Van een reguliere uitlevering door Kenia is geen sprake, eerder van een ontvoering. Catch and snatch heet deze methode in het Amerikaanse jargon. De VS hebben er ruime ervaring mee. Het grote precedent vormt de zaak-Ker uit 1886, het geval van een voortvluchtige dief die in Peru werd opgepakt door een premiejager en naar Chicago gebracht. Een recent voorbeeld is de arrestatie en berechting van de Panamese sterke man Noriega.

In 1992 maakte het federale Hooggerechtshof korte metten met klachten dat buitenlandse aanhoudingen in strijd met de Amerikaanse constitutie zijn. Het betrof Mexico, een land waarmee de VS in 1978 speciaal een uitleveringsverdrag hadden gesloten om grensoverschrijdende acties zoals in het verleden overbodig te maken. Toch arrangeerde de Amerikaanse narcotiabrigade DEA de ontvoering van een Mexicaanse arts die ervan werd beschuldigd een DEA-agent in een dodelijke val te hebben gelokt. ,,Uitlevering is niet de enige weg waarbij een land een verdachte uit een ander land in handen krijgt'', merkte Opperrechter William Rehnquist koeltjes op namens het hof. Hij noemde buitenlandse kidnapping ,,een aangelegenheid van de regering en niet voor de rechter''.

De Amerikaanse rechtspraak over `due process' zoals het beginsel van een eerlijke berechting daar wordt genoemd, levert belangrijk vergelijkingsmateriaal op voor Europese rechters. Een belangrijk verschil is wel dat de VS de doodstraf toepassen, terwijl deze door de staten van het Europees verdrag voor de mensenrechten bij een apart protocol in de ban is gedaan. Turkije heeft dat overigens niet getekend, maar zich wel aangesloten bij een informeel moratorium op tenuitvoerlegging van de doodstraf.

Het verschil tussen de VS en Europa herinnert er in elk geval aan dat de regels van een eerlijk proces, of men ze nu `due' of `fair' noemt, beperkt blijven tot de procedure en niet een bepaalde uitkomst van de zaak voorschrijven.