Publiek bestel

Onlangs zat staatssecretaris Rik van der Ploeg bij Andries Knevel van de EO. De staatssecretaris kwam nog eens uitleggen waarom het publieke bestel meer moet doen aan cultuur en minder aan kwisjes. Knevel was het van harte met hem eens. De EO staat die lijn al jaren voor en het deed Knevel een waar genoegen dat de staatssecretaris `als sociaal-democraat' nu eindelijk ook tot dit inzicht was gekomen.

De roep om meer cultuur klinkt natuurlijk erg mooi, maar als je er goed over nadenkt was het optreden van de staatssecretaris bij Andries Knevel een regelrechte bespotting. Wie het publieke bestel wil omhelzen als het instrument om cultuur uit te dragen, moet wel beseffen dat de EO in ledenaantal inmiddels is uitgegroeid tot de grootste omroep. Hij (of zij) moet ook beseffen dat homoseksuelen officieel bij de EO worden gediscrimineerd en dat ongehuwde moeders er niet in komen, tenzij zij na een indringend gesprek met Andries willen getuigen dat zij gezondigd hebben tegen de bedoeling van de Heere.

Tel daar nog eens bij op dat de EO de meest stompzinnige opvattingen huldigt over de evolutietheorie en dat soort zaken, en je kunt tot geen andere conclusie komen dat de EO een contraproductieve factor is in de wens naar meer kwaliteit op de televisie. Eigenlijk is de EO met zijn specifieke doelgroep veel meer een omroep die in het commerciële circuit zou passen, zoals er in de Verenigde Staten allerlei evangelische netwerken bestaan die zichzelf bedruipen. Niettemin zat de staatssecretaris heerlijk bij Andries te slijmen, alsof hij geen betere voedingsbodem had kunnen vinden voor al zijn prachtige plannen.

Maar ook andere omroepen kunnen als intellectuele kracht nauwelijks indruk maken. Neem bijvoorbeeld de NCRV. Onlangs startte deze omroep een campagne met als thema `fatsoen'. Zij vinden zichzelf bij de NCRV reuze fatsoenlijk, en zij hebben dat willen uitdragen in een taaltje waarvan reclamemakers denken dat je zo minderbegaafden moet aanspreken. Geloofszaken worden bij de NCRV overigens uitgevent door Jos Brink, die eertijds van Joop van den Ende de bons heeft gekregen, maar die zijn terugkeer naar het publieke bestel nog juist op tijd heeft weten te verkopen als een principiële beslissing. Zodra deze Privé-columnist zijn stukje over de show-bizz af heeft, rept hij zich naar de kansel om daar op moderne wijze te getuigen, dat wil zeggen dat je God aanprijst zonder dat dit al te zeer door de toehoorders wordt bemerkt. Trouwens, als je het vergelijkt met de werkelijke getallen is het protestants-christelijke volksdeel zwaar oververtegenwoordigd in Hilversum.

Wat zit er nog meer in het publieke bestel? De TROS natuurlijk. Aan die omroep danken wij het woord `vertrossing', wat volgens de dikke Van Dale betekent: `het verschijnsel dat steeds meer nadruk wordt gelegd op amusement zonder diepgang ten koste van educatieve en levensbeschouwelijke waarden.' Vindt u het gek dat als ze bij de grootste familie van Nederland überhaupt iets aan cultuur doen, zij hun programma's titels geven als Kunst moet?

Ook van de staatssecretaris `als sociaal-democraat' moet kunst. En cultuur. Hij wil zelfs wettelijk opleggen dat de publieke omroepen het aandeel cultuur van 20 naar maar liefst 25 procent opkrikken. Mij doet dat onweerstaanbaar denken aan de vraag die een student aan Karel van het Reve stelde: ,,Professor, wat moeten we lezen? Tsjechov of Tolstoi?'' Natuurlijk kon Van het Reve niets anders antwoorden dan: ,,Maar van mij hoeft u helemaal niets te lezen.''

Zo is het ook met kunst en cultuur. Als die omroepen dat niet willen, laat ze dan. Kunst en cultuur zijn bij uitstek zaken die je uit vrije wil doet. Niets leidt tot een vreselijker resultaat dan mensen die geen echte interesse hebben te dwingen zich met kunst en cultuur bezig te houden.

Ha, wat hebben wij nog meer? BNN van Bart de Graaff. Gaan wij de barricaden op om deze jongste telg van het publieke bestel te steunen in zijn onverzadigbare honger naar kunst en cultuur? Gelukkig hebben wij nog meer omroepen. De KRO bijvoorbeeld. Maar noem mij één KRO-programma, dat geen buitenlandse aankoop is en waarvan u toch denkt dat het een werkelijke verrijking betekent voor de Nederlandse cultuur. En dan bedoel ik niet dat wekelijkse kerkenhoekje, waarin monseigneur Muskens komt verdedigen dat een arme sloeber een brood mag stelen. Lastig, hè, zo'n programma te noemen, waar de KRO met heel zijn wezen in zit.

Met de AVRO blijft het sukkelen. In zijn algemeenheid zou het wat kunnen worden met deze omroep, maar om de een of andere reden wil het maar niet lukken. Gebrek aan durf en gebrek aan originaliteit kenmerken de AVRO-programma`s. Een omroep die zo'n gesprek tussen Ria Bremer en prinses Irene over de helende werking van de natuur presenteert als een serieuze bijdrage aan het debat over de gezondheidszorg wordt gevoed door een cynisme van een werkelijk kwaadaardige omvang.

Van de omroepen blijven nu de VARA en de VPRO over. De NOS en de NPS laat ik als zendgemachtigde zonder leden maar even buiten beschouwing, al blijf ik het grappig vinden dat de baas van de NPS zijn culturele bevrediging vooral schijnt te vinden in het jaarlijkse verslag van het Eurovisie Songfestival. Op de VARA en de VPRO kan men allerlei kritiek hebben, maar ook gezegd moet worden dat zij er werkelijk iets van trachten te maken en dat het omroeplandschap er zonder de VPRO erg kaal zou uitzien. Maar VARA en VPRO vertegenwoordigen samen nog niet eens eenderde van het publieke bestel.

Nu zal men zeggen: `Ja, maar jij bent partij, jij gaat naar het commerciële Net 5'. Dat is waar. Ik acht het ook helemaal niet uitgesloten dat het hele project mislukt. Per slot hebben de commerciëlen tot dusver voor cultuur geen enkele belangstelling gehad. Er zal daar een enorme omslag moeten plaatsvinden. Het voordeel is alleen dat je niet wordt lastiggevallen met hypocrisie.