Misdaad bloeit op loopafstand van het Capitool

Southeast Washington komt op de meeste kaarten van de stad niet voor. Het is de armste buurt van de Amerikaanse hoofdstad, waar oudere bewoners zich amper nog op straat durven te vertonen.

Deze keer waren het twee tieners. Ze hadden net wat snoep afgerekend, toen de deur van het buurtwinkeltje openvloog en een onbekende schutter hen onder vuur nam. De winkelier dacht eerst dat er een fles kapot gevallen was. Maar toen hij nòg drie of vier schoten hoorde, dook hij achter de toonbank. De jongens zakten bloedend ineen. Kort daarna waren ze allebei dood.

In Washington is een moord, of zelfs een dubbele moord, niets bijzonders. De kranten melden het routinematig op een binnenpagina van het stadskatern. Alleen al in januari werden er in de Amerikaanse hoofdstad 25 mensen vermoord. Washington is niet meer de murder capital of the free world, zoals begin jaren `90 vaak werd gezegd. Net als in de rest van Amerika daalt ook hier de criminaliteit al enkele jaren fors. Zo werden er vorig jaar 260 mensen vermoord, veertien procent minder dan in 1997. Maar met 49 moorden per 100.000 inwoners steekt de stad nog altijd heel ongunstig af bij grote steden als New York, Los Angeles, Chicago en Philadelphia. En de moorden in Washington zijn geconcentreerd in de armste wijken, waar uitsluitend zwarten wonen. De middenklasse, blank en zwart, blijft hier vrijwel volledig buiten schot.

Het kruidenierswinkeltje waar zaterdagavond die twee jongens werden neergeschoten, de 7-Store, ligt in een buurt die op de meeste plattegronden van Washington niet eens voorkomt. Southeast is het armste en ook het onveiligste deel van de stad. Buitenstaanders hebben hier zelden iets te zoeken. Op de hoeken van de straten vind je hier geen cappuccino-bars, zoals in het welvarende noordwesten, maar hoogstens armzalige minimarkets of zwaar betraliede slijterijen. Voor de 7-Store, die nu gesloten is, hangen drie roze, hartvormige ballonnen in de regen. Op de stoep ligt een doorweekt beertje naast een bosje bloemen en een kaartje met de woorden: we missen jullie. De slachtoffers waren zeventien en achttien jaar oud, ze woonden in de buurt en hingen net als andere jongeren vaak rond op de hoek voor de 7-Store. Volgens buurtbewoners is deze straathoek een favoriete marktplaats voor drugshandelaren. Maar of er bij de moord drugs in het spel waren, is niet bekend. De schrik zit er bij de buurtbewoners goed in. ,,We hebben al twee eerdere moorden in dit stratenblok gehad'', zegt een man met een baard en een groen honkbalpetje, die voor de regen schuilt in de wasserette Bubble, naast de 7-Store. Hij wil alleen zijn voornaam zeggen, William, en zijn bijnaam, Bunny, waarmee hij meestal wordt aangesproken. Hij woont hier al 48 jaar, zijn hele leven.

,,De drugs hebben de buurt naar de knoppen geholpen'', zegt hij, nerveus trekkend aan een sigaret. ,,De jongens hier maken hun school niet af, ze worden door niemand opgevoed. Er is geen werk voor ze, en in de drugshandel zien ze een uitweg. Door alle wapens die hier in omloop zijn, wordt het al snel levensgevaarlijk. Soms vermoorden ze iemand wegens een ruzie over twintig dollar. Ze dromen ervan het leven van een crimineel te leiden en dus terroriseren ze de buurt. Oudere mensen durven zich amper nog op straat te vertonen. Als ik zo'n groepje jongeren zie rondhangen, ga ik meestal maar een blokje om.''

De Aziatische eigenaar van de CK Market, een verveloos zelfbedieningszaakje aan de overkant van de straat, heeft die optie niet. In zijn winkel verschanst hij zich achter de toonbank en een wand van duimendik glas. Zo, als de kassier van een bank, communiceert hij met zijn klanten die hikkend een flesje koud bier komen halen of een briefje van de lotto komen invullen.

,,Net als in elke andere buurt heb je hier goede en slechte mensen'', zegt de man, die zelf buiten de stad in Virginia woont. ,,Mijn klanten zijn goede mensen.'' Maar na acht jaar op deze plek heeft hij onlangs toch maar besloten om een bordje Te Koop aan zijn gevel te hangen.

Als je de straat uitloopt en na twee blokken rechtsaf slaat, kijk je over Pennsylvania Avenue uit op de majestueuze koepel van het Capitool, het symbool van de Amerikaanse democratie. Meer dan ooit heeft die koepel de afgelopen maanden het beeld van Washington, van Amerika bepaald. Daar werd vijf weken lang gedebatteerd en gestreden over de president, de grondwet en de rechtstaat. Het is niet meer dan tien minuten lopen. Het is een andere wereld.

    • Juurd Eijsvoogel