L'Odeur de la Papaye verte

Het Vietnam dat L'Odeur de la Papaye verte (de geur van de groene papaya) ons voorspiegelt, is niet echt. De buurt in het Saigon van 1951 waar de film zich voltrekt, werd volledig opgetrokken in een Franse studio. Het geluid van krekels, spelende kinderen of de avondklok komen hoorbaar uit een bandrecorder.

De in Frankrijk wonende, van oorsprong Vietnamese regisseur Tran Anh Jung (1962), wiens Cyclo vorige week vrijdag werd uitgezonden, doet geen enkele poging de kunstmatigheid van zijn onderneming te verbloemen. Integendeel zelfs. Hij maakt van de nood een deugd en permitteert zich ultra-gestileerde camera-bewegingen en doorkijkjes die op authentieke locaties niet makkelijk te realiseren zouden zijn.

Het artificiële uitgangspunt van de film, destijds in Cannes bekroond als beste debuutfilm, springt eens te meer in het oog aangezien de eigenlijke, minimale vertelling zich op zulke aardse zaken concentreert als het boenen van een vloer, het ophangen van de was en het schoonmaken van groenten. We volgen een jong meisje in twee van haar levensfasen als dienstmeid bij betrekkelijk rijke families. Ze is een onderdanige Assepoester die zich met een beleefde glimlach het geklier laat welgevallen van het pestkopjes des huizes, dat het liefst in kostbare bloemenvazen plast.

Maar ook voor deze Assepoester dient zich een prins aan. Hij leert haar lezen en bezorgt haar mooie kleren. In die zin zou je L'Odeur de la Papaya verte zelfs kunnen beschouwen als de Vietnamese tegenhanger van My Fair Lady of Pretty Woman. Maar dan wel eentje onder een steriele stolp: het dak van een Franse filmstudio. Er is werkelijk geen enkel stukje luchtruim te bekennen in deze film, geen wolkje, geen stukje zon of maan. En de regen komt uit een douche. Het gevolg is inderdaad dat je als kijker op den duur ernstig naar adem zit te snakken.

Mui du du xanh, L'Odeur de la Papaye verte (Tran Anh Jung, 1993, Frankrijk/Vietnam), Ned.3, 23.22-1.04u.