`Liefde is vervelend'

In haar nieuwe roman `Voir les jardins de Babylone' beschrijft Geneviève Brisac de voorgeschiedenis van de hoofdpersoon uit haar bekroonde roman `Drijfjacht op een moeder'. ``Het is het verhaal van een lente'', zegt de 47-jarige Française, ``van de jaren waarin iemand wordt gevormd.''

`De tuinen van Babylon zien' - en dan sterven, denk je er als vanzelf achteraan. Toch heeft de vijfde roman van Geneviève Brisac niets weg van een romantische verzuchting en spelen de beroemde ruïnes in het zuiden van Irak evenmin een rol in het boek. De tuinen beslaan er niet meer dan een paar vierkante meter balkon, waar Nouk, de vertelster, een paar rozenstruiken heeft neergezet, een forsythia, de klimboom voor de poes en de zandbak voor haar zoontje.

Met de onzekere, kwetsbare, maar vasthoudende Nouk maakten we al kennis in Drijfjacht op een moeder, Brisacs vierde roman, die in 1996 werd bekroond met de prix Fémina. Het was Brisacs overpeinzing over het moederschap van vandaag, zoals ze twee jaar geleden in deze krant vertelde – een reflectie over eenzaamheid, vriendschap en verraad in een maatschappij waar veel ouders uit elkaar gaan. Haar recente boek is even scherp en tegendraads als haar vorige en net zo geestig. De dialogen zijn pittig, soms hilarisch, de personages pijnlijk herkenbaar. In de verbindende tekst zijn kleine zinnetjes verstopt, zo kort dat je er bijna overheen leest. Maar juist daarin verbergt Brisac haar gedachten over desillusie en verborgen verdriet, die zo kenmerkend zijn voor haar werk.

Van de bruisende energie waarover de schrijfster en kinderboekenuitgeefster normaal beschikt, is weinig over als ze telefonisch onze afspraak annuleert vanwege een griepvirus. We vervolgen het gesprek dat twee jaar geleden begon – per fax en telefoon.

In chronologisch opzicht gaat `Voir les jardins de Babylone' vooraf aan `Drijfjacht op een moeder'. Waarom koos u voor deze volgorde?

``Na Drijfjacht op een moeder werd me vaak gevraagd hoe het verhaal verder ging. Wat gebeurde er met Nouk, nadat ze haar zoon was kwijtgeraakt? Daardoor kreeg ik juist zin om de voorgeschiedenis van dat verhaal te vertellen. Het leek me verteltechnisch een uitdaging. De tweede reden is meer beeldend, bijna klimatologisch. Drijfjacht op een moeder is een winterboek, dat zich afspeelt tijdens de kerstdagen. Het is een grijs en rood boek. Voir les jardins de Babylone is voor mij een boek met felle kleuren, vooral groen en wit. Een boek met zon, vol bloemen en vogels, een zomerboek. Het is het verhaal van een lente, van de jaren waarin iemand wordt gevormd.''

Twee jaar geleden vertelde u dat u actief betrokken was bij Mei '68 en hoe dat uw carrière heeft beïnvloed. Ook Nouk deelt 's nachts stencils over de revolutie uit, maar erg gelukkig lijkt ze niet.

``Mei '68 was een breekpunt in de tijd, een brandend seizoen. Het was een moment van intensiteit waarin onnoemelijk veel vragen en twijfels opborrelden. Wat is geluk? Ik weet het niet. In het boek wordt de vraag gesteld hoe we moeten en kunnen leven – een vraag die overigens onbeantwoord blijft.''

In uw boek doet één van de personages wetenschappelijk onderzoek naar `de meisjesversie' van Mei '68. Was Mei '68 dan vooral een `jongenszaak'?

``Ja, het discours over Mei '68 is louter en alleen door mannen gevoerd. De boeken erover zijn militair van toon en toegespitst op de ideologische kant. Het is oorlogstaal, zoals de filosoof André Glucksmann dat toen noemde. Onzichtbaar, op de achtergrond vond er een zachte, diepgaande revolutie plaats, die de toekomst van meisjes veranderde. Maar daar kwam geen geweld aan te pas. Dat gebeurde gewoon in het dagelijks leven. Mannen hadden het niet langer voor het zeggen binnen het gezin en men ging anders om met kinderen.''

U schijft dat het ter sprake brengen van Mei '68 bij iedereen altijd ergernis oproept. Waaraan ligt dat volgens u?

``Uitspraken over Mei '68 – van mensen die erbij waren – zijn meestal narcistisch en fetisjistisch. Alsof één bepaalde generatie op alle gebied een monopoliepositie zou innemen. Alsof daaropvolgende generaties uitgesloten zouden zijn van het denken over de maatschappij. Een absurde gedachte natuurlijk.''

In uw boeken zijn vriendinnen vaak verraadsters. Is vriendschap tussen vrouwen wel mogelijk?

``Ja zeker. De vertelster en Libuse zijn wel degelijk vriendinnen, ook al gaat Libuse er uiteindelijk met haar man vandoor. Vriendschap en liefde zijn nu eenmaal breekbare bezittingen. In vrouwenvriendschap smelten vele dingen samen. De grens tussen zakelijk en privé, tussen werk en vriendschap wordt snel overschreden. Je kunt nooit zeker zijn van iets. Van verraad krijgt ieder zijn deel.''

Vanaf het begin voel je dat Nouk verschrikkelijk bang is dat haar vriend haar verlaat. Roept zij haar lot niet over zich af?

``Je zou kunnen zeggen dat Nouk een soort danseres op het slappe koord is. Ik vergelijk haar vaak met Charlie Chaplin, die net zo onzeker is. Ze hebben dezelfde vasthoudende breekbaarheid, hetzelfde gevoel van voortdurende onveiligheid. Nouk vreest de breuk met haar vriend en tegelijkertijd creëert ze die misschien, maar de oorzaak ligt veel verder terug in hun gemeenschappelijke verleden.''

`Het is de liefde die te groot is, soms ondraaglijk. Ik geloof dat daar alle ellende vandaan komt.' Waarom koos u deze openingszin?

``Het is een zin die me beviel wegens zijn mysterieuze lading. We klagen maar al te vaak over het gebrek aan liefde in onze levens. Maar in wezen vinden wij liefde knellend en vervelend.''

Nouk doet mee aan een grote `wetenschappelijke' enquête over de vrouwelijke Franse seksualiteit, die als een rode draad door het boek heen loopt.

``Die enquête is een satire op onze tijd, waarin je wordt overspoeld door peilingen en marktonderzoeken. Trends zie ik als het verkapte totalitarisme van onze tijd. Het is de macht van de norm in een nieuw jasje. Marktgericht denken is nog slechts de enige vorm van allesomvattend denken. Daartegenover stelt mijn hoofdpersoon haar `magische gevoeligheid', haar overtuiging dat de enige waarheid zich in het gevoel bevindt. Het motto van mijn boek luidt `Alles is modern behalve gevoelens'. Alleen gevoelens zijn universeel en eeuwig, alle nieuwigheden zijn morgen weer verouderd.''

Geneviève Brisac: Voir les jardins de Babylone. Ed. de l'Olivier, 203 blz. ƒ40,85