Leve de biecht

De Nederlandse bisschoppen willen de biecht terug. Ik las deze mededeling, vervat in een uitnodiging voor een persconferentie, en besloot spoorslags af te reizen naar de KRO-burelen in Hilversum, waar een en ander zou worden toegelicht door de Rotterdamse bisschop A. van Luyn.

Niet dat het nieuws traumatische ervaringen bij me blootlegde. Mijn ouders waren allesbehalve geloofsijverig en stimuleerden het bezoek aan de biechtstoel niet. Ik herinner me alleen nog mijn tegenzin als we als kinderen van de katholieke, lagere school weer eens in klassikaal verband te biecht moesten gaan. Eén voor één in zo'n zurig ruikend hokje, waar in het schemerduister een onherkenbare priester mompelend naar het verslag van je losbandigheden luisterde.

Deze vorm van privé-biecht is de afgelopen decennia in onbruik geraakt. Er kwamen gemeenschappelijke boetevieringen voor in de plaats. Leek me een hele uitkomst voor de gelovigen, die nu heerlijk anoniem hun ziel konden schoonwassen. Maar de bisschoppen vinden het, in navolging van de paus, geen bevredigende oplossing. ,,De privé-biecht is onvervangbaar'', zei Van Luyn gisteren met nadruk.

Waarom eigenlijk? ,,Wij geloven dat deze tijd behoefte heeft aan het kunnen uitspreken van schuld'', heet het in de nieuwste bisschoppelijke brief over `God de Vader'. Van Luyn haalde er zelfs de parlementaire enquête over de Bijlmerramp bij: ,,Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat onze samenleving verwikkeld is in een gewetensonderzoek.''

Waar zo'n enquête al niet goed voor is. Maar moeten de katholieken nu weer terug naar dat bedompte loketje? Nee, in die oude formule ziet ook Van Luyn weinig heil. ,,Die werkte voor veel mensen bevrijdend, maar voor anderen ging ze te veel gepaard met sociale druk.''

Maar hoe dan wél? Daarover hullen de bisschoppen zich in een, ik zou haast zeggen, katholiek soort vaagheid. De gelovigen moeten zelf maar met ideeën over de vorm komen, vinden ze. De biecht zou in ieder geval in de setting van een persoonlijk gesprek moeten plaatsvinden. Van Luyn: ,,Ik stel me voor dat je een indringend gesprek met elkaar hebt en dat men dan op een gegeven moment vraagt: zullen we nu maar het sacrament van de biecht vieren?''

Ik zie het niet helemaal voor me. Je hebt een goed gesprek met een priester, je stort je schuldbeladen hart uit, je bent hem dankbaar voor zijn aandacht en begrip, maar dan staat hij opeens op, rolt de mouwen op en zegt: ,,Zullen we nu maar even het sacrament van de biecht vieren?''