`Leden bepalen de koers'

Kandidaat-voorzitter Marijke van Hees van de PvdA is minder flamboyant dan haar tegenstanders Booij en Van Bruggen. Morgen valt de beslissing.

In haar kantoor van Arbeidsvoorziening in Hengelo maakt ze een opgewekte indruk. ,,Ik begin de laatste tijd te voelen dat er steun is.'

Van Hees, kandidaat-voorzitter van de PvdA, had het de afgelopen weken niet makkelijk. De media noemden haar saai. Haar tegenstanders Booij (28) en Van Bruggen (30) lokten op campagne-avonden meer discussie uit dan zij. Niet doordat zij meer gewaagde stellingen verkondigen. Dat deed geen van de kandidaten. Maar de eigenwijze manier van presenteren van het duo maakt meteen reacties los, wat bij Marijke van Hees niet gebeurt. Zij is niet iemand aan wie je meteen een hekel hebt, of die je meteen in je hart sluit.

Voor het vermaak in de zaaltjes tijdens haar campagne was dat niet bevorderlijk. Afgelopen dinsdag deed zij in Zaanstad haar best om een discussie uit te lokken over de Coentunnel en de vaarweg de Zaan. Van Hees toonde zich een strenge maar rechtvaardige voorzitter van de bijeenkomst. Ze hanteerde een stoplicht, dat op oranje en op rood sprong als iemand te lang sprak. ,,Hij staat al een tijdje op oranje hoor', zei ze met een vriendelijk lachje als de tijd overschreden dreigde te worden. Maar emotie in de zaal was ver te zoeken en het debat kwam niet op gang.

Veel leden van de PvdA vinden het juist de kracht van Van Hees dat ze niet verdeelt maar verzoent. De leden buiten de Randstad zijn bang dat ze niet meer aan bod komen, als Booij en Van Bruggen het voor het zeggen krijgen. Van Hees straalt de neutrale redelijkheid uit waar veel PvdA'ers na jaren van opschudding onder Felix Rottenberg behoefte aan lijken te hebben.

Toch ziet Van Hees zichzelf wel als een bevlogen politica. Ze mag dan bestuurskundige zijn en een voorkeur hebben voor ,,resultaatgericht werken', de benaming `pragmatist' vindt ze een belediging. Het klinkt opportunistisch, vindt ze, en als ze iets niet is, dan is dat het. ,,Als de moeilijke weg volgens mij beter is, dan kies ik die.'

Ze vindt dat Booij en Van Bruggen zich tijdens de campagne te veel hebben geprofileerd door zich tegen haar af te zetten. ,,Dat vind ik een vervelende manier van campagne voeren.' Maar deed ze dat zelf niet ook? Tijdens een debat met Booij en Van Bruggen in Rotterdam, wees ze er vorige week op dat zij tien jaar geleden niet de bagage had om voorzitter te worden. Nee, zegt Van Hees, dat was geen kritiek op de kandidatuur van het jonge duo. ,,Ik wilde daar alleen mee zeggen dat ik ervoor heb gekozen om eerst een maatschappelijke functie te verwerven.'

Bezig zijn met het onrecht in de wereld ,,zit gewoon in mijn genen', zegt ze. Rond haar zestiende begon ze zich te identificeren met de Pvda. Dat was een eigen vondst; het middenklasse gezin met vijf kinderen waar ze uit komt, had niets met de PvdA-traditie.

Ze vindt dat de partij de afgelopen jaren te veel bezig is geweest met kiezers trekken en te weinig met het bepalen van standpunten. Een kleine elite die verantwoordelijk is voor de koers van de partij vindt ze ,,echt een gruwel''. Van Hees wil dat de leden de koers bepalen. Neem het asieldebat, de partij moet daarin volgens haar een standpunt bepalen. Welk standpunt? ,,Je kunt niet zeggen dat er minder asielzoekers moeten komen. We moeten daar in Europees verband over praten.''

De politieke bevlogenheid gaat niet met haar op de loop. ,,Ik ben niet de persoon die een nieuw ideologisch kader klaar heeft voor de partij.'' Ze wil de schwung in de partij terugbrengen, maar vindt het niet haar taak de leden ,,op te zwepen''. Maar de tegenstellingen die er zijn, wil ze wel naar buiten brengen. Ook als partijleider Kok daar niet op zit te wachten.

Van Hees denkt dat zij dat ,,heel fatsoenlijk'' kan doen. Ook omdat het oplossen van controversen volgens haar soms neerkomt op ,,uitleggen''. Neem de hypotheekrente-aftrek die de partijleden wilden afschaffen, maar die Kok wilde behouden. Als Kok op het partijcongres was gevraagd om zijn standpunt uit te leggen, denkt ze dat de leden hun mening mogelijk hadden herzien. En zo niet? Van Hees: ,,Tsja, dan gebeurt er maar iets dat Kok niet leuk vindt. Ik verwacht best spannende momenten.''

Ze heeft al vaker met het bijltje gehakt, zegt ze. Als coördinator welzijns- en jeugdbeleid in Enschede kreeg ze het ooit aan de stok met een wethouder. Ze vond dat van een pleintje met een wipkip waar nooit iemand kwam, een `hangplek' moest worden gemaakt voor jongeren, waar meer behoefte aan was. Die hangplek kwam er. ,,Uiteindelijk begreep de wethouder ook wel dat het anders moest.''

    • Daniela Hooghiemstra