Laat de G-7 een stille dood sterven

Als de ministers van Financiën van de belangrijkste economische landen (het G-7 oveleg) morgen in Bonn bijeenkomen, lijdt het Europa van de euro zijn eerste gezichtsverlies.

Inmiddels bestaat dan wel in elf van de vijftien EU-landen één munt maar het koor van politieke stemmen dat voor deze ene munt spreekt is nog zo divers als altijd. De ministers van Financiën mogen dapper volhouden dat er niets aan de hand is, de werkelijkheid is dat de eurozone vertegenwoordigd zal worden door Frankrijk, Duitsland en Italië, dezelfde landen die in de G-7 voor de komst van de euro al zichzelf vertegenwoordigden.

De eurozone heeft niet alleen één munt, maar ook één monetair- en één wisselkoersbeleid. Daarnaast beweren de ministers dat één monetair beleid om een goed gecoördineerd economisch beleid vraagt. Dan is het nogal potsierlijk dat deze eurozone niet in staat is om één politiek verantwoordelijke die namens de hele zone kan spreken, af te vaardigen naar het overleg met de andere economische grote machten.

De verantwoordelijke voor het monetaire beleid aanwijzen, namelijk Wim Duisenberg, de president van de Europese Centrale Bank, lukt nog wel. Een hoge ambtenaar aanwijzen, de (Franse) voorzitter van het machtige Economische en Financieel Commitee Lemierre, gaat ook nog wel, maar één politicus, dat is kennelijk nog een brug te ver.

De oplossing die de ministers van Financiën bedacht hebben, de voorzitter van de elk halfjaar wisselende euro-11-Raad voor te dragen, `bijgestaan' door één van de permanente leden die gewoon in de G-7 willen blijven zitten, voldoet niet echt aan Kissingers vermaarde roep om één telefoonnummer waarop Europa altijd bereikbaar is.

Het zou meer voor de hand liggen de Europese Commissie, bij uitstek de behartiger van de belangen van de Unie in zijn totaliteit, de prominente rol van vertegenwoordiger naar buiten toe te geven.

Er kleeft nog een andere bezwaar aan de tour de force die de ministers van Financiën hebben moeten uithalen: de euro-11-Raad, van de ministers van Financiën van de eurozone, veertien maanden geleden op Frans initiatief opgericht als een informeel clubje, zou nu ineens haar voorzitter kunnen afvaardigen om namens de eurozone op te treden.

Dat de niet-Europese leden van de G-7 de Europese manoeuvres niet accepteren is begrijpelijk: als je pretendeert een economische grote macht te zijn, kan je niet tegelijkertijd bedelen om extra stoelen om de tafel, omdat je het onderling niet eens kan worden over wie namens die grote macht mag spreken.

Deze consequente opstelling van Amerikanen en Japanners biedt gelukkig ook een kans: Europa moet niet doorrommelen met de G-7, maar met een schone lei beginnen. Laat de G-7 een stille dood sterven, en laat de Europese Commissie het initiatief nemen tot een G-3 overleg.

De VS, Japan en de Europese Unie zijn goed voor 58 procent van de wereldhandel en 47 procent van het wereldbrutoproduct. Een betere coördinatie en afstemming tussen deze drie blokken is niet alleen hun eigen belang, maar ook cruciaal voor de economische stabiliteit in de wereld.

Alman Metten is lid van het Europees Parlement voor de PvdA.