Kwiebustaal

Er komt een ogenblik waarop iemand die een gewichtig gezicht trekt en met dikke stem het woord waarheidsvinding uitspreekt, door stormen van hoon en gelach zal worden weggevaagd. Dat zal dan het enige goede zijn dat we aan de Bijlmerramp te danken hebben. De tekenen dat het volk het niet meer pikt, worden talrijker. De black box of government in de civil society met een lack of sense of urgency, waarop we, zeg maar, zullen worden afgerekend als we te kort door de bocht gaan, in de zin van een hoog gehalte aan dat hebt u mij niet horen zeggen - dat alles wordt overtroffen door dit absolute kwiebuswoord: waarheidsvinding. Misschien zal het voor de Nederlandse taal datgene doen wat La Muette de Portici voor de vrijheid der Belgen betekent.

Tekenen van toenemend verzet. Op de Achterpagina van deze krant, op 10 februari, stond een kleine verhandeling van theoretisch natuurkundige F.A.Muller, waarin hij aantoont dat het zoeken naar de waarheid iets anders is dan het vinden. Als zoeken wordt vervangen door vinden, voor er überhaupt gevonden is, wordt verwarring veroorzaakt. Om te beginnen bij kinderen die bezig zijn de taal te leren. Waarheidsvinding is niet zomaar een dom woord - of een woord dat gefabriekt is om domme mensen te dienen. Het is ook schadelijk uit het oogpunt van opvoeding en onderwijs. `Wat loop jij daar te vinden, Jantje?' `Mijn ...' (Vul iets actueels in). `Aa! Daar ligt het! Ik heb het al gezocht, Mam!' Het verschil tussen zoeken en vinden wordt duidelijk gedemonstreerd als het om een speld in een hooiberg gaat.

Meer verzet. Jaap Vegter, tekenaar met een scherp oor voor moderne gespreksonzin, laat zijn strip in Vrij Nederland van deze week gaan over twee mannen die in een café de enquête bespreken. Waarheidsvinding, zegt de eerste, dat is toch ònzin. De tweede vindt iets beters: `Feitenoptafeling'. Dan komt er een man in een wit pak voorbij. Jan Mulder begint zijn column in de Volkskrant zo: `In het kader van de waarheidsvinding laten we u nu een stukje band horen van een telefoongesprek.' In de loop van het verhoor vraagt een commissielid: `Hoe is de relatie met uw stem over het algemeen? Kunt u door één deur?' Ik zou zeggen, als het, zeg maar, om waarheidsvinding gaat: ja en nee.

Twee vragen. Lezen de gebruikers van de onzin- en kwiebustaal de stukjes waarin het verzet hun strapatsen aan de kaak stelt? En als dat zo is: trekken ze zich er dan iets van aan? Drie mogelijkheden. Ze lezen de stukjes niet zodat ze zich er ook niets van aantrekken. Ze lezen de stukjes wel en lappen alles aan hun laars. Ze lezen de stukjes en blijven niet onbeïnvloed.

In het laatste geval gaat het om een verstandige minderheid. Bij de eerstgenoemde mogelijkheden hebben ze een probleem. Want - om nog even hun taal te blijven gebruiken - het aan de laars lappen is geen éénrichtingsverkeer. Als volksvertegenwoordigers, voorlichters en bestuurders zich als kwiebussen blijven uitdrukken, gewichtig en ongrijpbaar, komt er een ogenblik waarop ze niemand anders meer vertegenwoordigen, voorlichten en besturen dan zichzelf. Op de hogere etages van de maatschappij woont een volkje van Koeterwalen. Wie daartoe hoort is de hele dag bezig met taalkundige bodybuilding, terwijl op de begane grond iedereen, buiten bezwaar van daarboven, gewoon blijft doen wat op de begane grond nu eenmaal moet worden gedaan. De fameuze vervreemding - politiek spook van de jaren zestig - is onverwachts, linguïstisch, in vervulling gegaan.

Waarom doen de bodybuilders het? Om indruk te maken op de andere bodybuilders. Waarheidsvinding is een opgeblazen, juristerig woord. Potjeslatijn in het Hollands. In de negende druk van Van Dale, 1970, komt het nog niet voor. In de twaalfde druk, 1992, staat het op pagina 3513, zonder toelichting. Dat is jammer. Ik had er wel een citaat bij willen hebben.

Wat is er in die 22 jaar gebeurd? Onder andere hebben we een reeks parlementaire enquêtes meegemaakt. Het zou voor een lexicograaf misschien interessant werk zijn, eens uit te zoeken welke taalverrijkingen we daaraan te danken hebben. F.A.Mulder herinnert zich het bewuste woord van de IRT-enquête. Uit de dagen van de RSV staat me nog de heer De Vries bij, die op rijkskosten per helikopter verse aardbeien uit Schotland liet halen. De taal waarin die expeditie werd beschreven, viel gemakkelijk te begrijpen, en verder heb ik ervan geleerd dat Schotland een aardbeienland is. Zulke keiharde gegevens ontbreken op het ogenblik nog.