Kijk mij, kijk mij!

Kie-ju-wiet. Er scheert een vogel over het weiland. Het is een kievit. Je herkent hem aan de grappige kuif voorop zijn witzwarte kop. En hij verraadt zich door zijn vrolijke gezang. Kie-ju-wiet-wiet-wiet, klinkt het weer. De vogel zet een flinke keel op. Het is een mannetje dat zingt. Het zijn vaak mannetjes die zoveel kabaal maken rond deze tijd. Want het is februari. Voor vogels is dat eigenlijk al de eerste lentemaand. En wat doe je in de lente? Vrouwtjes versieren. Daar zijn de kievitmannen dan ook druk mee bezig. Kie-ju-wiet-wiet-wiet. Met hun gekwetter proberen ze indruk te maken. De kievitman haalt de gekste capriolen uit. Een circusartiest kan nog wat van hem leren. Met zijn brede vleugels fladdert de kievit laag over het gras. Hij wiebelt, zwenkt, keert. Kie-ju-wiet. Kie-ju-wiet-wiet-wiet, roept hij. Alsof hij naar de vrouwtjes schreeuwt: kijk mij, kijk mij! Dan gaat hij hoger en hoger de lucht in. Kie-ju-wiet. Kie-ju-wiet-wiet-wiet. Plotseling slaat hij zijn vleugels in en laat hij zich naar beneden vallen. Hij begint aan een onstuimige duikvlucht. Wauw. Als dat geen indruk maakt. Even later begint de kievit weer van voren af aan. Kie-ju-wiet-wiet-wiet.

Net als de kievit beginnen veel andere vogels in februari te zingen. De huismus tjilpt er vrolijk op los, de merel zingt je 's ochtends met de prachtigste liedjes het bed uit, de zanglijster schreeuwt `pietje, pietje'. Je moet er maar eens op letten. Spits je oren, en je zult van alles horen.

Niet alle vogels kunnen trouwens zingen. Slechts de helft van alle soorten krijgt geluid uit zijn keel. Nou ja, geluid. De ekster doet niet meer dan wat krassen. De winterkoning brengt het er al beter vanaf. Hij kan soms hard zingen en blaast mooie tonen uit zijn kleine lijfje. Maar de populairste zanger is de nachtegaal. Hij ziet er wel een beetje saai uit met zijn bruinwitte verenkleed, maar hij kwettert als de beste. Hij is de Marco Borsato onder de zangvogels. Hij bromt, hij murmelt. Hij zingt langzaam djuu, djuu, djuu. Eerst zacht, maar dan steeds harder. Of je hoort een snel en laag tsjoek uit zijn keel komen.

Zingen doen vogels met hun keel. Daar zit een orgaantje dat syrinx heet. Een vogel blaast lucht door zijn syrinx en maakt zo geluid. Hetzelfde gebeurt als je fluit. Je tuit je lippen en maakt een klein gaatje. Daar blaas je lucht doorheem. Fffwiet, klinkt het dan.

Vogels zingen trouwens niet alleen om de stoere bink uit te hangen. Jonge vogels tjilpen voortdurend om de aandacht van hun ouders te trekken. Als pa of ma terugkomt met een dikke regenworm weten ze waar ze de worm naartoe moeten brengen. Soms kwettert een vogel om alarm te slaan. Als er bijvoorbeeld een roofvogel of een kat in de buurt is. Dan waarschuwt de vogel zijn vriendjes. Iedereen maakt dan dat hij wegkomt.

Als je een uit het nest gevallen vogeltje vindt, probeer het dan terug te zetten. Als je het nest niet kunt vinden, zet het beestje dan op een takje hoog in een struik, zodat er geen kat bij kan. Een hongerig jong vogeltje kwettert voortdurend, waardoor de ouders hem snel zullen vinden en voeren. Zodra het vogeltje kan vliegen zullen de ouders hem ertoe aanzetten om naar een veilige plaats te fladderen.

Als je het nest niet kunt vinden en er is geen hoge boom in de buurt, dan kun je altijd nog een vogelasiel in de buurt bellen.