Kästner de kindervriend

Honderd jaar geleden, min vier dagen, werd Erich Kästner geboren in Dresden. Hij zou uitgroeien tot een van de belangrijkste auteurs voor kinderen van deze eeuw, lichtend voorbeeld voor ondermeer Astrid Lindgren en Annie M.G. Schmidt. Kästner, in het dagelijks leven ook doctor in de wijsbegeerte, schrijver voor volwassenen en theaterrecensent in Berlijn, schreef alsof hij met zijn lezers praatte.

`Kennen jullie Seebühl eigenlijk? Het bergdorp Seebühl? Seebühl aan de Bühlsee? Nee? Niet? (...) misschien hoort Seebühl aan de Bühlsee wel tot die plaatsen die alleen maar die mensen kennen, die je er niet naar vraagt. Dat zou me niets verwonderen. Zulke dingen bestaan.'; zo luidt het begin van Dubbele Lotje.

Het boek verscheen voor het eerst in 1949, meer dan tien jaar na Kästners meesterlijke kinderboekendebuut Emiel en zijn detectives. Beide boeken zijn onlangs opnieuw uitgebracht in de mooi vormgegeven reek Klassieke Jeugdboeken van uitgeverij Fontein. Lange tijd waren de boeken maar zeer beperkt leverbaar in Nederland.

Dubbele Lotje gaat over een tweeling die elkaar vindt tijdens een kinderkamp in Seebühl. Tot dan wisten ze niet van elkaars bestaan. Toen ze nog een baby waren, scheidden hun ouders. Vader en moeder hielden allebei een baby. De meisjes besluiten stiekem van bestaan te ruilen. De enige die zeker weet dat er iets niet klopt, is een hond. Alle volwassenen denken dat de kinderen zomaar, tijdens de zomervakantie, van karakter veranderd zijn.

Kästner onderbreekt zijn verhaal voor zijn boodschap, een tactiek die hij wel vaker toepast. Het kenmerkt zijn kinderboeken definitief als verouderd, maar maakt er tegelijkertijd de charme van uit. Kästner brengt de moraal met veel (zelf)relativerende humor. Hij kiest onveranderlijk de kant van de kinderen, tegen de volwassenen. Hij was een van de eerste (kinderboeken)schrijvers die dat zo expliciet deed. Respect en eerlijkheid zijn de waarden die hij uitdraagt.

Eerst zet hij uiteen hoe Shirley Temple als kind wel in films mee mocht spelen,maar ze vervolgens vanwege haar leeftijd niet in de bioscoop mocht gaan zien. Zeg dat maar tegen de volwassene die eventueel over je schouder meekijkt, adviseert hij, mocht die misprijzend zeggen: `Die man! Hoe ter wereld kan hij nu een kind zulke dingen vertellen!' Overal ter wereld, vervolgt hij, lijden kinderen eronder dat hun ouders gaan scheiden, of dat hun ouders niet gaan scheiden. Daarom moet er `verstandig en begrijpelijk' met hen over zulke dingen gesproken worden.

Dubbele Lotje is zo'n heerlijk ouderwets kinderboek waarin alles uiteindelijk goed komt. De verwikkelingen rond de verwisselde meisjes werden net als Kästners andere kinderboeken geïllustreerd door Walter Trier. Zijn cartoon-achtige tekeningen versterken de humor van het verhaal. De tweeling is schattig, met hun wipneusjes, maar niet te zoet.

Begin april verschijnt, eveneens in de reeks van Fontein, Kästners De vliegende klas (uit 1933, het jaar waarin zijn werk door de nazi's verboden werd). Net als Emiel en zijn detectives begint dit boek met een geestige uiteenzetting over het soort verhaal dat hij wil schrijven. Zijn moeder stuurt hem middenin de zomer naar een berg met eeuwige sneeuw rond de top. Alleen daar zal hij het kerstverhaal dat hij schrijft, kunnen afmaken. Maar eerst beschrijft hij hoe een vlinder die hij Godfried doopt, hem afleidt, net als een zwart-witte kat die kan praten maar daar weinig zin in heeft, en een wonderschoon kalf genaamd Eduard.

Het verhaal van De vliegende klas is veel minder sterk dan dat van Emiel en Dubbele Lotje. De uitvoerige vechtpartij tussen HBS'ers en gymnasiasten zal kinderen weinig meer zeggen. Dunne verhaallijnen waaieren alle kanten uit, het boek ontbeert een plot. De hoofdpersonen zijn zo talrijk, dat ze moeilijk uit elkaar te houden zijn.

Toch kan ook deze Kästner de tand des tijds doorstaan, al was het alleen al vanwege het slotwoord. Het is herfst. De schrijver zit in een Berlijns café. Weemoedig denkt hij terug aan zijn kalf: `Als hij nu eens over de Kurfürstendamm kwam aanhuppelen, voor mijn rieten stoel bleef staan, me trouwhartig aankeek en me met zijn kleine horens stootte – ik zou van blijdschap beginnen te jodelen. En ik zou hem altijd bij me houden. Hij zou misschien op mijn balkon kunnen wonen. Ik zou hem dan met oude zeegrasmatrassen voeren. En 's avonds zou ik met hem in het Grünewald gaan wandelen.'

Erich Kästner: Dubbele Lotje. Vertaald uit het Duits door Annie Winkler-Vonk. Met illustraties van Walter Trier. Vanaf 8 jaar. Fontein. ƒ27,90

Erich Kästner: De vliegende klas. Vertaald uit het Duits door Wim Hora Adema. Met illustraties van Walter Trier. Fontein. Verschijnt 1 april. ƒ27,90