Ik zal u geruststellen

Het vliegtuig van Milaan naar New York was praktisch leeg. Ik had een rij voor me alleen. De helft van de tijd sliep ik, de andere helft las ik Thomas Mann. Iedere zin was een ironische. Dat is wat veel op lange termijn.

In de aankomsthal wachtte ik op degene die me zou afhalen. Het weerzien verliep wat stroefjes. Ik vertelde over mijn werk. Ik had niet veel gewerkt, het hoognodige.

In de taxi werd een halve fles champagne geopend. Traditie, hoewel vroeger waren het hele flessen, maar toch traditie.

,,Mensen lezen graag over slachtoffers die over hun vernederingen vertellen'', zei ik, ,,daar is het makkelijk mee identificeren, vooral als de vernederde nog iets moois uit zijn vernedering heeft gepeurd, een kunstwerk, een hoop geld, een goede baan. Maar op de een of andere manier boeit me dat niet meer, niet genoeg in ieder geval.''

Literatuur leek mij een neutraal gespreksonderwerp. We hadden dringend behoefte aan neutrale gespreksonderwerpen. Het weer was al uitvoerig besproken, de politiek ook.

,,Het is zo geruststellend allemaal.''

,,Mogen boeken niet geruststellen?'' vroeg ze.

De halve fles Spaanse champagne zat stevig tussen haar knieën geklemd.

,,Jawel'', zei ik, ,,alles mag. Maar ik vind het niet zo interessant.'' Ik herinnerde me een citaat van Ingeborg Bachmann over de ontzetting, maar je kan niet blijven citeren. Daarom zei ik: ,,Die oorbellen, die staan je goed. Nieuw?''

,,Hoelang ga je hier nog mee door?''

Ik concentreerde me op de naam van de chauffeur. Zijn achternaam was Gouda.

,,Als je mensen minacht'', zei ik, ,,en jij beweert dat ik dat doe, dan minacht je ook jezelf. In het vliegtuig bedacht ik dat schrijven eigenlijk een poging is om aan die minachting te ontkomen. Om die niet meer te voelen, of wel te voelen maar om er tegelijkertijd voor beloond te worden, zodat het allemaal minder pijnlijk is.''

We stonden in een file.

,,Het is zo gemeen'', zei ze, ,,zo intens gemeen voor alle betrokkenen. Hoelang ga je hier nog mee door?''

Ik dacht na over geruststellende boeken. Misschien was amusement per definitie geruststellend? Misschien was er niets mis met geruststelling. Kom dichterbij, ik zal het zweet van uw voorhoofd vegen, ik zal u geruststellen. De chauffeur zwaaide met een bijna lege fles water.

,,Het mooiste citaat over Blauwe Maandagen stond in de Observer, `like Meursault, he is extremely polite, while exhibiting an amorality that is coolly argued and highly disturbing.' Wat is er denk je zo verontrustend aan die amoraliteit?''

De fles tussen haar knieën was leeg.

,,De beleefdheid, de vriendelijkheid, de welopgevoedheid. Een kannibaal die met mes en vork eet, is nu eenmaal verontrustender dan eentje die met handen en voeten eet. Hoelang ga je hier nog mee door?''

Op mijn schoot lag post die ze van huis had meegenomen. Een Duitse journalist wilde me spreken, een Nederlandse architect wilde drie bier met me drinken, mijn Tsjechische vertaalster wilde naar New York komen en informeerde hoeveel geheime bewonderaars ik had.

Ze tikte op de brief van de Tsjechische. ,,Opent je psychiatrisch ziekenhuis ook zijn deuren voor haar?''

,,Mijn psychiatrisch ziekenhuis heeft zijn deuren voor iedereen geopend. Onduidelijk alleen is wie de doktoren zijn, misschien zijn er geen doktoren.''

,,Als jij beweert'', zei ze, ,,dat je schrijft om de mensheid te schaden gelooft niemand je. Ja ik, en Eric misschien, maar die is ook verdwenen.''

,,Het is raar'', zei ik, ,,zodra mensen iets te onaangenaam vinden, houden ze gewoon op het te geloven. Interessant hoe verdringing werkt, niet? Maar misschien is het ook gebrek aan fantasie.''

Ik klopte wat roos van haar jas. ,,Je hoofdhuid speelt weer op'', fluisterde ik.

,,Zodra ik jou zie'', zei ze, ,,speelt mijn hoofdhuid op.''

We reden nu door de tunnel. Uit de radio kwam alleen maar gekraak, maar de chauffeur zong ook met het gekraak mee.

,,Heb je cadeautjes meegebracht?''

,,Een cd van Toto Cotugno. Hij heet Gouda, zie je dat? Zou dat een Pakistaanse achternaam zijn?''

We stapten uit. Ik gaf de chauffeur een goede fooi, maar hij weigerde ons te helpen met de bagage.

,,De ramenwassers zijn eindelijk langs geweest'', zei ze.

De benedenbuurvrouw begroette mij. Haar zware parfum hing door het hele huis, misschien wilde ze bewijzen dat ze bestond. Er zijn veel manieren om dat te bewijzen. Er zijn ook veel manieren om de bewijzen weer ongedaan te maken.

,,Dit is te pijnlijk voor woorden'', zei ze in de lift.

,,Niet voor woorden. Voor mensen. Voor woorden is nooit iets te pijnlijk. Zijn gevoelens overigens niet twee eeuwen geleden afgeschaft?''

We betraden het huis en verlieten het meteen weer. Alle spullen in het huis bewezen dat ik bestond en ik wilde even niet met die bewijzen worden geconfronteerd.

Op straat deed ik mijn gekke loopje. Het maakte twee bedelaars aan het lachen. Wel had ik na een uur pijn in mijn knieën en mijn rug.

,,En nu?'', zei ze, in de lobby van het hotel, waar ik al vaker had gezeten, alleen, met haar en met anderen.

,,Ja'', zei ik, ,,en nu is het weer tijd voor een verhaal.''

,,Die architect wil je vanavond ontmoeten.''

,,Ik zal hem afzeggen, het is geen avond om architecten te ontmoeten.''

Iemand had tegen mij gezegd dat je moest kiezen uit alle toevalligheden, maar er waren geen toevalligheden meer waaruit kon worden gekozen. Ik was er, de lobby van een hotel, twee vrouwen en mijn gekke loopje. Dat weliswaar voor pijn in knieën en rug zorgde, maar toch ook onnoemelijk veel plezier verspreidde. Misschien was dat wel de clou van mijn leven, mijn gekke loopje.

,,Ik wil het niet voor haar opnemen'', zei ze, ,,ik ben de laatste die dat zou moeten doen, maar je gaat te ver.''

,,Amorality that is coolly argued and highly disturbing, waarom heeft niemand anders dat bedacht. Ze hebben toch allemaal hetzelfde boek gelezen, of gedaan alsof.''

,,Mensen willen gerustgesteld worden.''

Het hotel tracteerde ons op kaaskoekjes.

,,Zal ik nog even mijn gekke loopje doen?'', stelde ik voor, ,,dat hebben ze hier nog niet gezien.''

Ik liep naar de wc. Men keek mij na. Iemand lachte zelfs hardop. Het gekke loopje was wederom een succes.

In het herentoilet ging ik weer rechtop staan. Ik bekeek mezelf in de spiegel. Misschien moest ik een advertentie zetten: vrolijkt uw feest op met zijn gekke loopje.

Ik keerde terug naar de lobby.

,,Het gekke loopje'', zei ik, ,,een essay over wat literatuur allemaal vermag. Wat vind je daarvan? Als titel dan?''

Soms had ik van die dagen dan dat ik alleen maar titels bedacht. Aan een stuk door. Overal zag ik titels en hoorde ik titels.

,,De fotografe Francesca Woodman'', zei ik, ,,is uit het raam gesprongen, omdat ze, ondanks haar relatief grote succes op betrekkelijk jonge leeftijd, inzag dat het allemaal niet hielp. Is dat een aannemelijke hypothese?''

Ze knikte.

,,Interessant is'', ging ik verder, ,,dat ze vrijwel uitsluitend zichzelf heeft gefotografeerd, maar nooit haar hoofd. Alleen haar lichaam, vooral haar borsten. Wie haar hoofd zoekt, zoekt tevergeefs.''

Ik wenkte een ober. ,,Kunt u deze kaaskoekjes opwarmen?''. vroeg ik, ,,dat vinden wij lekkerder.'' Het kon niet.

,,En nu?'', zei ze.

,,Nu'', zei ik, ,,nu wij het gekke loopje hebben gezien en behandeld, nu is het weer tijd voor een verhaal. Ik heb er bijna een. Geef me nog vijf minuten.''

,,Gaan er weer mensen in kapot?'', vroeg ze.

,,Ja'', zei ik, ,,in mijn verhalen altijd. Daar kan ik niets aan doen. Dat is het enige dat me echt interesseert.''

Ik legde een kaaskoekje op de rug van mijn hand.

,,Ik heb alleen de lont aangestoken'', zei ik, ,,de mensen hebben zelf besloten om te branden.''

    • Arnon Grunberg