Groei economie vlakt af

De economische groei vlakt dit jaar nog verder af dan voorzien en komt uit op 2 procent, de laagste groei sinds 1993. Ook volgend jaar groeit de economie niet meer dan met een magere 2 procent.

Dat blijkt uit nog vertrouwelijke ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), die vandaag in het kabinet worden besproken. De voorlopige CPB-cijfers worden gebruikt voor de voorbereiding op de bezuinigingsronde die de paarse coalitie dit voorjaar te wachten staat.

De bezuinigingen zijn nodig, omdat het kabinet kampt met onverwacht hoge uitgaven voor onder meer asielzoekers en voor de gevolgen van de waterschade. De omvang van de tegenvallers wordt pas bekendgemaakt in de Voorjaarsnota, maar ingewijden spreken van een bedrag van 3 tot 4 miljard gulden dat moet worden gesnoeid.

De coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 zetten zich al schrap voor een stevig gevecht om de eigen verworvenheden overeind te houden.

De jongste CPB-ramingen maken duidelijk dat het bezuinigingsleed voor het kabinet ook volgend jaar niet is geleden. Een groei van 2 procent betekent opnieuw begrotingsproblemen. Het CPB schrijft niets over de omvang van eventuele tegenvallers, maar volgens ingewijden circuleren op het ministerie van Financiën al bedragen van – opnieuw – 3 tot 4 miljard gulden.

In de jongste CPB-raming komt de inflatie dit jaar uit op 1,25 procent, iets meer dan de 1 procent die vorig jaar nog werd voorzien. De loonstijging in de marktsector komt uit op 2,75 procent en dat is een half procentpunt hoger dan aanvankelijk is voorzien. Het EMU-tekort loopt op van 1 procent in 1998 tot 1,75 procent dit jaar. Het aantal nieuwe banen die dit jaar ontstaan, blijft steken op 80.000.

In het vorig jaar gesloten regeerakkoord is het kabinet uitgegaan van een gemiddelde economische groei van 2,25 procent per jaar in de periode 1999-2002. Dat was optimistischer dan het `behoedzame' scenario van het CPB, dat uitgaat van 2 procent per jaar. Volgens de coalitie was dat optimisme gerechtvaardigd, omdat de maatregelen van het kabinet zouden leiden tot extra economische groei: de zogeheten `inverdieneffecten'.

De inkomsten en uitgaven zijn dan ook gebaseerd op een scenario waarbij de economie in 1999 nog met 3 procent zou groeien en in de jaren erna met 2 procent. Eind vorig jaar schoot het CPB daar al een gat in door de groeiverwachting voor 1999 te verlagen tot 2,25 procent. Nu is dat groeicijfer verder verlaagd tot 2 procent dit jaar, met minder inkomsten en meer uitgaven als gevolg.

nu de groei ook in het jaar 2000 lijkt uit te komen op 2 procent, komt de verwachte groei voor de hele kabinetsperiode dichtbij het oorspronkelijke `behoedzame' scenario van het CPB. Dat zou betekenen dat de `inverdieneffecten' verdampen, tenzij de belastingverlaging van 4,5 miljard die het kabinet voor 2001 voorziet inderdaad de gehoopte impuls geeft.

Het CPB geeft overigens aan dat de groei volgend jaar iets hoger (2,25 procent) kan uitvallen, als het kabinet de tekorten bij de sociale fondsen op een wat andere manier aanvult. Nu wil het kabinet de vermogenspositie in één keer op peil brengen met een verhoging van de premies. Als deze lastenverzwaring wordt uitgesmeerd over twee jaar, is de rem op de groei in 2000 minder en neemt de hoeveelheid nieuwe banen met 51.000 stuks meer toe. Doordat de sociale fondsen meetellen in het EMU-tekort, betekent het `uitsmeren' wel dat het tekort in 2000 een kwart procent hoger uitkomt dan de 1,75 procent die wordt geraamd bij het in één keer aanzuiveren.

Hoe de afvlakkende economische groei doorwerkt in de begroting is niet zomaar aan te geven. Een daling van de bedrijfswinsten en de consumentenbestedingen leidt tot tegenvallende belastinginkomsten. Die leiden tot een oplopend tekort en in mindere mate tot een lastenverzwaring. En een verminderde groei van de werkgelegenheid leidt tot meer uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen.