`Geposeerd kan net echt zijn'

Kleurenfoto's op tekenmapformaat, bewerkt op een computer, zodat zij er uitzien als argeloze snap-shots van leven in het leger. Maar bij nader inzien blijken alle gefotografeerden Paul M. Smith zelf te zijn. `Het individu doet er in het leger toch niet toe.'

Hij exposeerde vaak de laatste jaren, maar dat zette nauwelijks zoden aan de dijk. Foto hier, foto daar – je kon er niet van leven. En toen ineens maakte bij de opening van de zoveelste groepstentoonstelling een vreemdeling zijn opwachting. `Goede foto's maakt u, interessant, ik wil ze graag allemaal kopen.'

Vanaf dat moment volgde de ene na de andere publicatie over de Britse fotograaf Paul M. Smith (29). Diens complimenteuze weldoener bleek de Britse verzamelaar Charles Saatchi, die hem meteen inlijfde in diens `New Neurotic Realism'. Menig Britse criticus mocht dan wel geen goed woord over hebben voor deze recent door Saatchi gecreëerde hype-zonder-samenhang, het werk van Paul M. Smith is daarbij aardig overeind gebleven. Reden temeer voor galerie Cokkie Snoei in Rotterdam om een greep te doen uit de twee door Saatchi verworven series van dertien en veertien foto's.

Smiths snap-shot achtige kleurenfoto's op tekenmap-formaat laten militairen in actie zien en lamlendige `lads', knapen die puber willen blijven en die – `to laugh your socks off' – in dronken toestand hun broek laten zakken en gretig hun middelvinger omhoog steken. Ferme jongens, stoere knapen in diensttijd en avonduren. Echt geinig wordt het pas als een van hen een komkommer voor zijn geslacht houdt en de anderen eraan mogen likken. Make my day!

Eerst heb je het niet in de gaten, maar wat blijkt: soldaten en knapen hebben allen het gezicht en fysieke voorkomen van Smith zelf, in werkelijkheid een ingetogen kleine man met blauw-grijze ogen en een toonbeeld van vriendelijkheid. ,,Nee, deze foto's associeer ik niet met schaamte. Dat gevoel zou ik pas hebben als er hier de opnamen van destijds hingen.'' `Destijds' is Smiths korte loopbaan als Brits militair in Osnabrück waar hij vanaf zijn zestiende gelegerd was. Net als zijn broer wilde hij `beroeps' worden. Het leger beloofde geld, spanning, glamour en heldendom. Wat wil je nog meer? Als kind hield hij al van oorlogsspelletjes.

,,Maar we bleven in Osnabrück alsmaar op de Koude Oorlog wachten. Als hospik ben ik in de avonduren een kunstopleiding gaan volgen en toen men de foto's zag die ik er maakte, ben ik officieel aangetreden als foto-verslaggever van legeroefeningen en andere evenementen. Elk regiment wil zich nu eenmaal in interne en externe publicaties profileren.''

Het duurde niet lang of Smith ging de `glamourous lifestyle' van de manschappen haten. Het vereiste kuddegedrag frustreerde hem. Eenmaal buitenstaander tussen de macho's wilde hij zo snel mogelijk weg, om te reizen, om naar de academie te gaan, om fotograaf te worden. Na maandenlang in Australië in een gemeenschap van aboriginals te hebben geleefd – hij beloofde hen daar nooit foto's van te maken – ging hij naar de academie van Coventry en later naar de Royal College of Arts in Londen.

,,De Britse kunstenares Helen Chadwick (1953-1996), die in Londen doceert, adviseerde me te stoppen met het maken van mooie opnamen. `Kijk toch naar de dingen waar je beslist niet van houdt', zei ze. En dat idee bracht me bij de `immortal soldier', de illusie van heroïek, `the brothers in arms'. Ik portretteer steeds mezelf, omdat die serie ook daadwerkelijk over mij gaat. En `mij' wil zeggen `ons', want het individu doet er in het leger toch niet toe.''

De daaropvolgende serie `lads' verwijst ook naar de vrijetijdsbesteding van de heren in Osnabrück. Homoseksualiteit was uit den boze. Toch deed men niets liever dan minstens één keer per maand als vrouw verkleed stappen. ,,`Racing Guinness', rotzooi trappen, pseudo-seksuele spelletjes; je wilt aan dat soort zaken eigenlijk niet meedoen, want ze zijn zo stom, maar je wordt er als het ware toe gedwongen. Niet ik dat leger-leven nu veroordeel. Ik heb het zelf geleefd. Ik hoop wèl dat nu dit werk in een galerie hangt mensen er iets langer bij stil staan, dat sommigen het misschien herkennen en zich afvragen waar ze mee bezig zijn.''

Elke foto vergt een dag of vijf achter de computer. Alle opnamen die Smith van zichzelf laat nemen, moeten zo natuurlijk mogelijk tot een enkel beeld samenvloeien. Met de nieuwe, geconstrueerde werkelijkheid, verraderlijk geloofwaardig, want onvolmaakt en terloops als een kiek vormgegeven, wil Smith de denkbeelden over schone oorlogen en heroïek om zeep helpen. ,,En ik wil ook laten zien dat een geposeerde foto ècht kan zijn. Zie je die soldaten die een lijk onder het zand schoffelen? Iedereen denkt daarbij aan de Golfoorlog. Maar mijn broer die erbij was, herkent dat beeld volstrekt niet. Hij herinnert zich alleen maar afval, huisraad, alle denkbare troep die roetzwart door de brandende olie in het net zo roetzwarte zand was achtergelaten.''

Op de laatste vraag, in hoeverre Smith zich als neurotisch kunstenaar in Saatchi's stal thuisvoelt, volgt begrijpelijkerwijs een ontwijkend antwoord. ,,Het is goed te behoren tot de Saatchi-show. Bij de eerste ontmoeting herkende ik Saatchi trouwens helemaal niet. Maar dankzij zijn aankopen kon ik doorwerken, een computer aanschaffen en mijn studiebeurs afbetalen. Wat `Neurotic realism' betekent, weet ik niet precies. In mijn geval staat het misschien wel voor geobsedeerd worden door een enkel thema. Hoewel - ik moet oppassen mezelf in een volgende serie niet te herhalen.

`Make my night' als onderdeel van de tentoonstelling `What are friends for' met foto's van Erwin Blumenfeld en Paul Citroen. T/m 14/3 bij Cokkie Snoei, Mauritsweg 55, Rotterdam. Open: do. t/m zo. 13-18 uur.