Een kleine uitgever moet het van zijn charme hebben

Uitgever Thomas Rap heeft zijn bedrijf onlangs verkocht. ,,Na 35 jaar voor- en najaarsaanbiedingen gemaakt te hebben, is het wel een keer gebeurd.'' In die jaren gaf hij onder meer boeken in kleine oplagen uit die nu maar zelden en dan voor veel geld in antiquariaten liggen.

Aan het eind van het gesprek zegt uitgever Thomas Rap: ,,Zet er maar in dat ik gruwel van confrontaties. Dat is verspilde energie. Als er ruzies dreigen te ontstaan, ben ik altijd bereid tot een compromis.'' En tegen zijn vrouw, die net is binnengekomen: ,,Toch?'' Zij beaamt het en geeft de verklaring. ,,Dat komt omdat je geen broertje of zusje had, dan heb je thuis nooit ruzie leren maken.'' Niet dat er geen confrontaties waren gedurende de 35 jaar dat Rap boeken uitgaf. Maar kwaad is hij nergens meer over, zegt hij, hij is niet rancuneus. ,,Mijn generatie is van veel lachen, niet koken, plannen maken en geloven in het eeuwige leven.''

Hij begon zijn eenmansbedrijf in 1965 in Amsterdam, ging een paar jaar samen met Jaco Groot, `scheidde' van hem in 1972 wegens `verschil van inzicht' (waarna Groot begon met uitgeverij De Harmonie), zette de zaak in zijn eentje voort in Baarn, vlakbij zijn woonplaats. ,,Kennelijk heb ik daar een paar verkeerde dingen gedaan. Een uitgeverij moet ook niet in de provincie zitten, maar in de grote stad.'' Hij gaf twee brievenboeken uit van Jacqueline Rooyaards-Sandberg, die niet goed liepen en een aanzienlijk aantal mapjes met Zestien Prentbriefkaarten van Nederlandse kunstenaars. ,,Om die voor een tientje te kunnen verkopen, moesten we een enorme oplage maken. Het werd bijna mijn ondergang.''

In 1981 werd hij gedwongen de uitgeverij te verkopen, aan Bert Bakker. In 1987 begon hij voor de derde keer voor zichzelf. In de tussenliggende jaren adviseerde hij onder andere Unieboek, Nijgh & Van Ditmar en Elsevier. Binnenkort houdt hij er echt mee op. Rap, een van de handvol nog zelfstandige kleine uitgevers, heeft zijn zaak overgedaan aan de Weekbladpers. De Bezige Bij, sinds een jaar onderdeel van dat concern, zal zich over het imprint Thomas Rap ontfermen. Na raadpleging van zijn topauteur Youp van 't Hek, inderdaad. ,,Die hoort echt bij de uitgeverij, die moet je dat vragen. Hij zei: okay en is meegegaan, onder het motto dat hij zou doen wat voor mij het beste was. Een ware vriendendienst. Anders zou het bedrijf aanzienlijk minder waard zijn geweest.''

Rap zelf hoeft nog niet helemaal afscheid te nemen. Hij blijft de komende twee jaar adviezen geven en waar nodig `de dingen begeleiden'. ,,Het is aangenaam om het zo te kunnen afbouwen. De voornaamste reden voor de verkoop is dat ik het wel gezien heb. Na 35 jaar voor- en najaarsaanbiedingen gemaakt te hebben, is het wel een keer gebeurd. Ik heb vijfentwintig jaar zelf stad en land afgereisd om mijn boeken te verkopen, dat was ook genoeg.''

De laatste door Rap verzorgde aanbieding, Lente 1999, heet `Haagse aanbieding', een verwijzing naar de Haagse achtergrond van twee auteurs, Paul van Vliet en Sjaak Bral, een debutant. Rap houdt van Den Haag, de stad waar hij werd geboren en tot zijn 18de woonde. In het begin van de oorlog, hij was zes, overleden zijn moeder en vader kort na elkaar. ,,Maar dat had niets met de oorlog te maken.'' Zijn Ierse grootvader werd, zoals alle buitenlanders, ergens buiten Den Haag geïnterneerd en kon niet meer voor hem zorgen, zodat de kleine Tom in een weeshuis belandde. Hoe was dat? ,,Ach, een kind bespiegelt niet. Ik ging meteen voetballen.'' Gedurende zijn middelbare-schooltijd kwam hij in huis bij een aardige familie, waar hij een paar jaar woonde en later ook nog vaak kwam.

Mooie dingen

Hij las veel. ,,Boeken bleven me fascineren. Ik zag ze al vrij snel als objets d'art, mooie dingen. Ik ging naar boekwinkels en antiquariaten om ernaar te kíjken.'' En te kopen als er geld was, maar dat was er niet veel. ,,Ik had kleine baantjes, van alles wat.''

Hij werkte een tijd bij een boekhandel in Laren. ,,Die kon ik op een zeker moment overnemen, daar had ik wel idee in. Op een sinterklaasavond kwam er een meneer binnen die prachtige boeken kocht. Ik sleepte van alles aan en hij zei `U houdt van boeken, zie ik'. Het was de heer Van Gendt, de directeur van antiquariaat Hertzberger op de Keizersgracht in Amsterdam. Zij zochten iemand en zo ben ik daar terechtgekomen. In de kelder van het pand was een kleine uitgeverij die ik moest bemannen. Hertzberger was een heldere man, daar heb ik veel van geleerd. `Je gaat naar een drukker en zegt: maak daar een mooi boek van'. Zo simpel is het in wezen.

,,Ik kende wat mensen, in allerlei werelden, en ben in de Reguliersdwarsstraat gaan zitten. Met Guus Boissevain, die politieke tekeningen maakte onder de naam Gub en met Wim Wandel, de grafisch ontwerper. Die deed ook werk voor Wim T. Schippers. Met hem maakte ik Tulips, mijn eerste boek.'' Dit werkje bestaat uit twintig bladzijden, waarop je tulpen in een `lullige' vaas op een `lullig' buffetje ziet staan, pagina na pagina hetzelfde beeld. Er werd ook een drie minuten durende film van gemaakt, met wagneriaanse muziek als begeleiding. Melig, maar ook fascinerend. Een product van de jaren zestig, waarin dit soort mentaliteit - overgoten met een sausje zogenoemd `jeugdsentiment' - hoogtij vierde. Nostalgie naar het Nederland van de vroege jaren vijftig. Naar voetbalplaatjes, de carrière van Abe Lenstra, de ondergang van de Flying Enterprise.

Tulips kostte tien gulden, nu is het alleen antiquarisch te krijgen voor veel geld. ,,In '72 heb ik Elf gedichten voor Piet Keizer uitgegeven, als nieuwjaarsgeschenk, in een paar honderd exemplaren. Daar wordt nu om gebedeld. Op veilingen kost het 75 gulden.'' Toen zijn vriend, de grafisch kunstenaar Frans Lodewijk Pannekoek in geldnood zat, gaf Rap zijn Veertien etsen uit, wat hij aandurfde omdat zij `voor arbeiders verklaard' werden door Gerard Kornelis van het Reve, zoals Reve zich toen nog noemde. Het boekje, prachtig uitgegeven, bevat onvergetelijke typisch Reviaanse zinsneden. ,,In de namiddag van de 6de Februari van dit jaar van Gods Zoon 1967, toen Bullie van der K. uit het naburige P. bij mij langs kwam om mij zes veren te brengen van zijn geslachte gans, trof hij mij in de keuken aan....'' Rap verkocht er zo'n 2.500 van en leverde het restant als ramsj voor ƒ 2,50 per stuk aan de Bijenkorf. ,,Zo nu en dan vind je nu een exemplaar bij een antiquariaat, voor zeshonderd gulden. Als je het hebt, wil je het houden.''

Uitstraling

Met de komst van `de grote omwenteling' van midden jaren zestig, draaide Rap mee met `de uitstraling van de tijd', waar hij altijd een goed gevoel voor had. De grootste meligheid verdween. Rap vroeg aan Geert Lubberhuizen, een van de oprichters en uitgever van De Bezige Bij of hij Mandarijnen op zwavelzuur van Willem Frederik Hermans mocht heruitgeven. Een boek waarin Hermans op zijn onnavolgbaar cynische wijze auteurs, uitgevers en andere toenmalige bobo's op hun merites beoordeelt, en dat zeer gezocht was. Het mocht, en na een bezoek van Rap aan Hermans in Groningen, gaf ook deze zijn toestemming. ,,Tot op het allerlaatst heb ik contact met Hermans gehad. Niet intens, maar het is altijd een vriendschap gebleven.'' Ook met Lubberhuizen en met Geert van Oorschot sloot Rap vriendschap. ,,Mijn adagium was, dat heb ik altijd gehonoreerd, je mag niet zomaar auteurs bij anderen weghalen, dat moet je in zulke speciale gevallen met elkaar overleggen.'' Hij mist de uitgeefreuzen van destijds nog steeds. ,,Ik spiegelde mij aan hen, zag tegen ze op als vaderfiguren. Geert Lubberhuizen was aardig en hulpvaardig. Op een grote boekenbeurs in de RAI, waar ik niet kon staan, heeft hij mij een hoekje van zijn stand gegeven. Ik kon hem ook altijd om raad vragen.''

Van Oorschot waardeerde hij om diens koopmanschap en overredingskracht. ,,Dat heb je, als je aan de kioskhouder voor het station in Venlo de complete Russische Bibliotheek kunt verkopen!'' Zulke uitgevers zijn er niet meer, denkt hij. En met enige verbazing in zijn stem: ,,Op mijn vriend Rob van Gennep na was ik eens Nederlands jongste uitgever, nu ben ik de oudste.'' In 1970 zei Rap tegen een verslaggever van de Haagse Post dat de uitgeverij altijd een `gentleman's occupation' was: ,,Het waren deftige heren die boeken uitgaven, het had met cultuur te maken, het was ook wel handel, maar dat was bijzaak.'' Rap: ,,Dat is nu totaal veranderd, want bij vrijwel alle uigeverijen is winst de aanleiding voor het uitgeefbeleid geworden.''

Rap heeft geen opvolger kunnen vinden. ,,Die is er niet. Het is voor mij een raadsel waarom.'' Wat moet een uitgever kunnen? ,,Je moet een oog en een oor hebben dat zegt: daar is talent en dan hopen dat dat zich vertaalt in boeken die verkopen. Je moet inventief en creatief zijn, en een beetje zakelijk. En goede contactuele eigenschappen hebben, zoals dat heet. Dat is geen schaap met vijf poten, dat is een duizendpoot met wol erop. En dat is geen oude-mannenpraat, want het probleem van opvolging speelt bij veel, zo niet alle, uitgeverijen. Daarom ben ik blij dat De Bezige Bij, waarmee ik ga samenwerken, Robert Ammerlaan heeft gevonden.''

,,Ik was niet gefortuneerd genoeg om puur voor m'n plezier boeken uit te geven, zoals Johan Polak deed. Ik gaf uit wat ik aardig vond'', zegt Rap op de vraag naar zijn `uitgeversfilosofie'. ,,Ach hoe gaat dat? Er zijn drie dingen. Je krijgt iets toegestuurd dat je bevalt, je bedenkt zelf iets, of je leest iets in de krant, en gaat daar achteraan.'' Zo ontstond er in de loop der tijden een gemêleerd fonds, van auteurs en onderwerpen die Raps belangstelling hebben: literatuur, sport en taal. Rap houdt van voetballen, wielrennen, tennis en van alle watersporten en zette de Nederlandse Sportbibliotheek op, een onderdeel van zijn fonds dat de Weekbladpers (met Sport International en Voetbal International) maar al te graag in huis wilde hebben. Ook maakte hij de serie `Taalvossen', waarin de meest gemaakte taalfouten staan in het Duits, Frans, Engels, Italiaans en Spaans. ,,Onmisbaar werk voor wie prat gaat op goede talenkennis.''

En Youp van 't Hek binnenhalen, was dat goed management, instinct of puur geluk? Rap: ,,Dat weet je niet, het is merkwaardig gegaan. Ik zat in de Spuistraat, toen er aangebeld werd en een jeugdig kereltje vroeg: is dit iets om uit te geven, en wat opstellen neerlegde. Ze waren heel origineel. Ik heb hem geschreven `ga vooral door, je bent getalenteerd'. Toen was hij zestien. Vele jaren later zag ik Van 't Hek op de televisie. Ik heb hem gebeld, en heb zijn theaterwerk uitgegeven en later zijn columns gebundeld. Het succes daarvan is bekend, dat is ongelooflijk. Van 't Hek eist dat de verkoopprijzen redelijk zijn, dus kun je een flinke oplage maken. Van Rijke Meiden zijn er zo'n 300.000 verkocht. Al zijn oude titels lopen door. Hij heeft de uitgeverij welvarend gemaakt.''

Er debuteerden enkele andere goedverkopende auteurs bij Rap. Mensje van Keulen met Bleekers Zomer, Jean Pierre Rawie met De dood en het meisje, zijn eerste dichtbundel. Tim Krabbé schreef over zijn avonturen als wielrenner en tv-sportjournalist Tom Egbers maakte een opmerkelijk boek over de eerste zwarte voetballer in Twente, die nu hoogleraar psychiatrie is in New York.

Marine

Rap hield niet alleen van boeken. ,,We hebben een aantal affiches gemaakt, die het heel goed deden. Een heette `Leve onze Marine' (Gerard Reve), met een matroosje erop en een homofiel gedicht. Die hing in de etalage van de Athenaeum Boekhandel, maar dat mocht niet eind jaren zestig; ze moesten het weghalen.'' Een ander affiche was `De Kus' van Fritzi ten Harmsen van der Beek (haar belipstickte mond verhonderdvoudigd) en van een gedicht van Vroman. Het bedrijf ging ook affiches importeren, van de Stones, van Zappa, en Dylan. ,,Het werd een rage, maar daar waren we niet echt op ingericht. Ik heb ze in grote vriendschap aan posterkoning Engel Verkerke verkocht.'' Een bescheiden rage werden de mapjes prentbriefkaarten met tekeningen van Rie Cramer, en Henriëtte Willebeek le Mair.

Gelukkig was er steeds net genoeg geld om zijn gezin te kunnen onderhouden, mede dankzij zijn bijverdiensten bij de VARA, waar hij onder meer een gesproken column had in het zaterdagavondprogramma `Voor wie niet kijken wil'. Met G.L. van Lennep schreef hij enige jaren op de Achterpagina van deze krant een briefwisseling. Rap onder de naam Tante Odile, Van Lennep als haar nichtje Claire. Hierin werd de dagelijkse handel en wandel van een `nette' familie beschreven. In latere jaren bleef dat een hobby. Zo kon Agnies Pauw van Wieldrecht bij Rap terecht met ,,het historisch belangrijke taalboekje Het dialect van de adel. Belangrijk omdat het spreektaal is die over enkele generaties niet meer zal bestaan.'' Ook gaf Rap Ileen Montijns standaardwerk Leven op Stand uit. Wat heeft Rap met de zogenoemde betere kringen? ,,Dat kleeft je ongewild aan, ik heb het nooit gezocht'', zegt hij. ,,Ik woonde een tijd in huis bij een familie waar je buitengewoon ordentelijk werd opgevoed. En het heeft ook iets met taal te maken. Waarom spreken zij dat net iets andere Nederlands?'' En het fotoboek van Catrien Ariëns over de trouwerij in een deftige familie? Rap: ,,Daar gaat het ook om de kwaliteit. Het is heel prettig om nu eens geen junks te zien, maar de bovenlaag. Waarom zou dat niet mogen? Het zijn prachtige foto's.

,,Zet er maar in dat ik heel gelukkig ben met de mensen die in de uitgeverij werken'', zegt hij dan. Want zonder zijn helpers had Rap het de laatste jaren niet kunnen redden. Hij roemt Marga Deutekom: ,,De spil, zo'n vrouw die eigenlijk het hart is van het bedrijf'' en Inky Menssink, die de verkoop aan de boekhandel stevig in handen heeft. ,,Als je geen groot uitgeversconcern bent, met een heel verkoopapparaat, moet je het hebben van een persoonlijke aanpak en van charme. Gelukkig zijn er nog een paar handelvol boekwinkels, waar het niet alleen om geld draait. In de 35 jaar dat ik met boeken bezig ben, is dat het grootste verschil met vroeger. Veel boekhandelaren hebben geen liefde voor het vak.''

Sinds 1987 siert het profiel van de zwarte stern zijn aanbiedingen, de fondslijst en de uitgaven. Rap is een vogelaar, met een voorkeur voor watervogels. ,,Zwarte sterns zie je hier, recht tegenover het huis. Ik ben verliefd op water, alle water. Een vakantie hoort ook aan zee te zijn, anders is het geen vakantie.'' Hij woont al 35 jaar in een huis aan de dijk in een piepklein dorp, vlakbij het Eemmeer, met weiland rondom en water aan de einder. Daar heersen rust en vrede. Rap: ,,Ik huldig de stelregel: wie ver kan kijken, kan ver denken.''Mijn adagium was, dat heb ik altijd gehonoreerd, je mag niet zomaar auteurs bij anderen weghalen. Het waren deftige heren die boeken uitgaven, het had met cultuur te maken

    • Ite Rümke