Dure polis voor bejaarden niet afgeschaft

Particulier verzekerden kunnen als zij 65 jaar worden blijven overstappen op de standaardpakketpolis. Voorlopig is het beëindigen van deze mogelijkheid, zoals vermeld in het regeerakkoord, van de baan. Minister Borst (Volksgezondheid) schrijft dit aan de Tweede Kamer.

Ook worden zorgverzekeraars voor deze polis niet risicodragend. De `WTZ-toeslag' die alle particulier verzekerden betalen, gaat niet omlaag. Het plan van het kabinet om de kosten die gemaakt worden bij deze `bejaardenpolis' in de hand te krijgen, zijn volgens de landsadvocaat juridisch niet haalbaar. Ook de zorgverzekeraars verzetten zich tegen het voornemen hen risicodragend te maken. Volgens het regeerakkoord was dat nodig om de verzekeraars beter op de kosten te laten letten.

De standaardpakketpolis verzekert voor hetzelfde pakket als het ziekenfonds. De premie wordt vastgesteld door het kabinet. De verzekeraars moeten een aantal groepen tot deze verzekering toelaten. Op dit moment zijn dit onder meer 65-plussers en studenten. De premie is echter niet kostendekkend. De extra kosten die de verzekeraars voor deze groepen maken, worden omgeslagen over alle particulier verzekerden in de vorm van de `WTZ-toeslag'.

Al enkele jaren onderhandelt Borst met zorgverzekeraars over de mogelijkheid hen enigermate risicodragend te maken voor diegenen die via deze wettelijke regeling (Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen) bij hen zijn verzekerd. In het regeerakkoord staat dat verzekeraars de kosten tot ten minste tienduizend gulden voor eigen rekening zouden nemen. Alles wat een verzekerde meer kost zou, net zoals nu, over alle particulier verzekerden worden omgeslagen. De `WTZ-toeslag' zou dan kunnen worden verlaagd.

In het regeerakkoord was met het oog op de kostenbeheersing bij deze relatief `dure' verzekering ook vastgelegd dat er geen nieuwe 65-jarigen meer tot de standaardpakketpolis zouden worden toegelaten. Een deel van de tot dan particulier verzekerden zou kunnen overstappen naar het ziekenfonds. Is hun inkomen daarvoor te hoog, dan zouden ze gewoon particulier verzekerd moeten blijven, maar dan wel tegen de gewone, hogere premie voor een maatschappijpolis. Beide maatregelen stuiten ,,thans helaas op te grote bezwaren'', schrijft minister Borst nu aan de Tweede Kamer.

Het risicodragend maken van de verzekeraars levert juridisch grote problemen op. De ene verzekeraar heeft meer `WTZ-verzekerden' dan de andere en zou dus zwaarder worden getroffen. De concurrentie zou door de ingreep worden verstoord en daardoor waarschijnlijk op een veto van het Europees Hof stuiten.

Het is ook nog onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de extra financiële reserves die de verzekeraars zouden moeten aanhouden als ze risicodragend worden.