De echte Surinamer kent zijn wortels niet

In de, onlangs voltooide, Surinaamse trilogie van Astrid Roemer is geen sprake van nostalgie naar een rijk verleden. De relatie met Nederland heeft dat verleden te veel gekleurd. Zelf spreekt de schrijfster van `dekolonisatieromans'.

Op het moment dat Astrid Roemer haar Surinaamse trilogie afsloot, werden de spanningen tussen Suriname en Nederland weer voorpaginanieuws. Het drugsproces tegen oud-legerleider Desi Bouterse heeft de betrekkingen opnieuw onder druk gezet, en oude wonden opengereten.

Het lijkt te bevestigen dat het trauma van de dekolonisatie, dat Roemer in haar romans zo indringend behandelt, nog lang niet is geheeld. In Lijken op Liefde, het tweede deel van haar trilogie, beschrijft ze hoe een tribunaal over de decembermoorden in Suriname ontaardt in chaos. Roemer vindt nog altijd dat die moord in 1982 op vijftien prominente Surinamers moet worden onderzocht, en de verantwoordelijke militairen moeten worden veroordeeld. ,,Alleen maar uitzoeken wat er gebeurd is, is niet genoeg'', zegt ze. Het is, onderstreept ze, een Surinaamse zaak, die nu dreigt te worden overschaduwd door het Nederlandse drugsproces. Een proces dat mogelijk een vergissing zal blijken, vreest Roemer. Het zal eerder zout in de wonden strooien dan een louterend effect hebben. Het onderwerp drugs, zegt de schrijfster, zal ze zelf in een volgende roman over Suriname aan de orde stellen.

Met Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en het recent verschenen slot van de trilogie, Was Getekend, heeft Roemer een voor de Surinaamse literatuur ongekende tour de force afgeleverd. In duizend pagina's worden de getroubleerde Surinaams-Nederlandse verhoudingen onder de loep genomen. De pijnlijke en traumatische kanten, maar ook de constructieve en hoopvolle. ,,Het klinkt misschien arrogant'', zegt Roemer in een Haags café-restaurant, ,,maar wie deze boeken achter elkaar leest zal nooit meer een neurotische relatie hebben met Suriname en Nederland. Het zijn boeken die een praktisch nut blijken te hebben. Je kúnt er iets mee.''

Met die hoge inzet, haar metaforische taalgebruik en de complexe structuur van haar romans, verschilt Roemer (51) van andere Surinaamse auteurs. De historische romans van Cynthia McLeod worden al jaren goed verkocht. Clark Accord's debuut De koningin van Paramaribo, over het leven van een bekende prostituée, beleeft dezer dagen onder Surinamers een instant-succes. Roemers trilogie, zeer lovend ontvangen door de kritiek, verkoopt goed, maar niet spectaculair. ,,De verkoop gaat niet gelijk op met de kritieken'', constateert de schrijfster nuchter.

De boeken van McLeod en Accord bieden de lezer een blik op de eigen historie, en enige nostalgie. Surinamers, zegt Roemer, ,,hongeren naar verhalen waarin ze zichzelf en hun geschiedenis kunnen herkennen.'' Haar werkwijze is een andere. ,,Ik wil laten zien hoe de geschiedenis dóórwerkt, en heden en toekomst omspant.'' Haar trilogie springt door de tijd heen. Deel twee speelt later dan deel drie, en deel drie schuift in deel één en twee.

Roemer: ,,Die structuur heb ik ontleend aan een beeld uit Ezechiël: de wieken van engelen worden vergeleken met wagenwielen die in elkaar grijpen en zowel vooruit- als terugdraaien. Je leest dus naar voren en naar achteren tegelijk. Dat geeft de beweeglijkheid van het leven aan, net zoals de hoofdmetaforen voor de boeken achtereenvolgens water, wind en vuur zijn - ook alledrie begrippen voor de lichtheid of beweeglijkheid van het leven. Zo is het leven hier, zo is het weg.''

Roemer noemt haar trilogie `dekolonisatieromans'. In de drie delen wordt het trauma van de moeilijke geboorte van Suriname, de koloniale geschiedenis en de `militaire' jaren tachtig verwerkt, en zoekt de schrijfster een nieuwe weg naar de toekomst. ,,Ik wilde aansluiten bij een naoorlogse literaire traditie die het verleden werkzaam laat zijn in het heden'', zegt ze. ,,Ik heb gemerkt wat het betekent voor de joodse, Duitse en Nederlandse gemeenschap om zo'n literatuur te hebben. Dat is voor mij een aanjager geweest.''

U gaat, in het eerste deel, zelfs terug naar de slaventijd.

,,Ja, want er zijn patronen in de Surinaamse geschiedenis die telkens opnieuw terugkeren. Het conflict tussen Bouterse en Brunswijk is in andere vormen al honderd jaar eerder te vinden, in het verzet van de bosnegers tegen de kolonisator. De structuur is dezelfde. Ik bedoel daarmee niet dat Suriname vastzit in een vicieuze cirkel, dat zou mij veel te fatalistisch zijn. Het gaat erom dat je niet aan je eigen geschiedenis kunt ontsnappen, maar dat je er wel een nieuwe verhouding toe kunt vinden.''

Veel Surinamers hier zijn juist blij dat ze van hun geschiedenis af zijn.

,,Natuurlijk. Maar je moet de moed hebben om je eigen werkelijkheid onder ogen te zien. Zolang je denkt dat ontwikkelingen die je tegenstaan, je van buitenaf worden aangedaan, maak je steeds weer dezelfde fouten. Als je een auto hebt en je weet dat hij linksom uit de bocht kan vliegen, neem je toch gas terug bij zo'n hoek? Als je iedere keer denkt dat het aan het wegdek ligt, blijf je uit de bocht vliegen.''

Maar is het probleem van Suriname niet dat zoveel wèl van buiten is gekomen? Het land is een creatie van Nederland.

,,Wij zijn een constructie van de kolonisator, dat is een feit. Maar we kunnen toch ook zelf nadenken? Het probleem is, dat het veel veiliger is om je te verliezen in je zogenaamde etnische roots, of in je Nederlanderschap, dan te beseffen dat je voortgekomen bent uit een constructie van de Nederlanders, een identiteit die je voortdurend confronteert met je eigen onmacht en tekortkomingen.''

Noemt u daarom de militairen `zonen van het volk', en niet gewoon misdadigers?

,,De militairen zíjn zonen van het volk! Het is onverdraaglijk om dat te beseffen als je over hun optreden nadenkt, maar het moet. En dat sommige mensen die direct hebben geleden onder hun interventies, hen misdadigers willen noemen, dat kan ik begrijpen. Absoluut.''

Over uw vroegere werk is wel opgemerkt dat het moeilijk toegankelijk is. U helpt de lezer weinig op weg.

,,In mijn vroegere werk zat een zekere onverschilligheid. Het ging om personages, vaak vrouwen, die niet gekend wilden worden. In de trilogie zit geen enkele onverschilligheid, integendeel, de personages wíllen juist gekend worden. Ik geef de lezer inderdaad weinig aanwijzingen, omdat ik hem wil dwingen afstand te nemen van cliché's over Suriname en zich open te stellen voor de personages. Ik wil breken met de gebruikelijke geborneerdheid over Suriname, zo van: we weten wel hoe het zit met dat landje.''

U gebruikt sterke beelden van wreedheid, alsof het cliché van het lieflijke Suriname tot op de grond moet worden afgebroken. Uw hoofdpersoon zegt dat `niet aan de goden van de liefde moet worden geofferd maar aan de monsters van de haat'.

,,Waarom zou je offeren aan een God die liefde is? Dáár heb je niks van te vrezen. Wat dat betreft staat mijn hoofdpersoon met beide benen op de grond. Ik heb hem ook met opzet geen etnische achtergrond gegeven. Hij gelooft in geen God, maar in de ervaringen en gebeurtenissen die zijn leven structureren. Hij heeft alleen zichzelf om op terug te vallen, en zijn ervaringen met mensen.''

Is hij de hoop van Suriname?

,,Exact. Eén van de dingen die ons frustreren, is dat we telkens maar terugvallen op onze zogenaamde culturele en religieuze roots. Dat schept verwarring, want we kénnen die roots helemaal niet. Kijk, als mensen persoonlijk behoefte hebben hun roots te zoeken, zeg ik: doe maar. Men doet ook DNA-onderzoek. Maar laat in vredesnaam in de Surinaamse werkelijkheid geen traditionele instanties meespelen die helemaal geen gezag kunnen hebben, omdat ze zo leeg zijn als wat. We moeten de waarheid onder ogen leren zien dat we weliswaar fysieke kenmerken hebben die verwijzen naar een bepaalde etniciteit, maar dat onze mentale kenmerken zijn gevormd door een totaal andere cultuur: de Nederlands-Surinaamse. Dáár moet onze generatie het mee doen.''

Een personage in de trilogie noemt de decembermoorden een `bloedsawa' van `Beëlzebub'. Is Suriname in de greep van iets boosaardigs?

,,Natuurlijk niet! Nergens in mijn boeken wordt dat gesuggereerd. Het is een kwalificatie van een bloedbad door een personage. Als onze zonen in staat zijn, of sommigen van hen, zo'n bloedbad aan te richten, dan zijn ze te vergelijken met zulke figuren uit de joods-christelijke bijbel als Beëlzebub. Ze zijn geen dieren, hun gedrag is zelfs uiterst menselijk, maar voor mij is het ook, in zijn proporties, monsterlijk.''

Zijn ze, als zonen van het volk, nog wel verantwoordelijk te houden?

,,Helemaal. Wat ik heb onderzocht, is hoe de mannen van mijn eigen volk tot zulke monsterlijke daden kunnen komen. In mijn trilogie wordt de actuele Surinaamse geschiedenis doorgelicht op de vraag waarom mensen datgene wat hen heelt, kapotmaken. Je ziet dat voortdurend: in liefdesrelaties, in bloedverwantschapsrelaties, in de verhouding met het land, en met de aarde zelf. In Gewaagd leven gaat het bijvoorbeeld onder meer om politici die de gemeenschap geleidelijk kapotmaken, terwijl zij de gemeenschap zouden moeten helen en andersom. In Was Getekend probeert de hoofdpersoon zich daaraan te onttrekken.''

In het eerste deel laat een creoolse man het gezin uit elkaar vallen. In het laatste deel houdt een man het gezin in stand – maar wordt dan zelf verlaten omdat zijn vrouw en kinderen naar Nederland vertrekken.

,,Ik heb niet het stereotype van de creool willen versterken. `Creool' is bij mij geen etnische aanduiding, maar de omschrijving van een `stadsmens'. Bovendien is zijn vader niet voor niets een boeroe, een Nederlander. Hij draagt dus een deel van de kolonisator in zichzelf. Die had namelijk de houding van: ik ben hier wel, maar niet om er te blijven. Dat is de ongevoeligheid waarmee Suriname is geconstrueerd. Dáár gaat het in de hele trilogie om, daarom geef ik mijn hoofdpersoon in het laatste deel ook een melaatse start - net als Suriname. En hij is inderdaad de man die zijn eigen etnische achtergrond niet meer kent. Voor mij is dàt de echte Surinamer. De echte Surinamer kent zijn roots niet.''

Dus in deel drie heeft de man eindelijk de kolonisator in zichzelf overwonnen, maar dan neemt de kolonisator hem alsnog zijn gezin af.

,,Datgene waarvan hij houdt. Zijn gezin. Het land loopt leeg. Zoals je ook kunt zeggen dat de kolonisator nu met de drugszaak tegen Bouterse het 8 december-tribunaal van de Surinamers overwoekert. Daar zie je de enorme zuigkracht van Holland op Suriname. Alles wat uit Holland komt is nog steeds beter, of het nu gaat om rechtspraak of paracetamol of een paar schoenen. Wat ik in het laatste deel heb willen aangeven is dat mijn personage daar niet meer aan meedoet. Zelfs als ze alles weghalen wat hem lief is, dan is hij nog zichzelf. Dan blijft hij geworteld in het land. Het gaat er bij Surinamers om dat ze zich verwant voelen met het land en weten dat ze er nog iets van kunnen maken.''

Maar zou u er zelf weer willen wonen?

,,Suriname raakt uit beeld. Dat gebeurt voortdurend. Ik woon al bijna dertig jaar hier. Als ik 's ochtends uit het raam kijk, zie ik een druk Haags kruispunt. Dat was tien jaar geleden anders, toen was Suriname nog veel tastbaarder aanwezig. Zoals je op een schip heel lang naar de kust kunt kijken en opeens is die weg. Je weet alleen nooit wanneer dat moment komt.''

Is men in Suriname niet verbitterd over u, als schrijver die zich in Nederland heeft gevestigd en hiervandaan over Suriname schrijft?

,,Geen idee. Men kijkt naar me zoals naar elke Surinamer in Nederland. Er loopt een breuklijn door het beeld, en één die roodgloeiend is van verontwaardiging. Want hoe kun je toch in harmonie leven met Suriname èn Nederland? De één roept `ze is pro-Bouterse', de ander roept `ze is anti-Bouterse'. Sommigen vinden me te Nederlands, anderen te Surinaams. Ik weet het niet, ikzelf pas nergens in.

,,Dat is een ideale situatie voor een auteur. Het is ook een betekenis van de titel van het laatste boek: ik téken voor die drie boeken, en: wij zijn nog steeds `getekend'. Alleen de tijd kan ons daarvan verlossen. Misschien is mijn commentaar op het politieke debat veertig jaar te vroeg. Maar ik heb gedaan wat ik wilde doen. Wat ik moest doen. Ik wéét dat deze boeken de geschiedenis zullen overleven. Ik zal de waardering misschien niet meemaken, maar het zal gebeuren. Dat is een heerlijk gevoel.''

`Gewaagd leven', `Lijken op Liefde' en `Was Getekend' van Astrid H. Roemer zijn verschenen bij uitgeverij De Arbeiderspers.