De bocht is voor een sprinter het mooiste dat er is

De bocht is voor sommige schaatsers een belemmering op weg naar snellere tijden, voor wereldkampioen sprint Jan Bos is het de plek om een voorsprong uit te bouwen. ,,Ik ben altijd weer blij als er een bocht aankomt.''

Tijdens de Europese kampioenschappen allround in 1970 in Heerenveen, in het toen nog niet overdekte Thialf-stadion, viel de frêle Duitse schaatsster Paula Dufter bij de korte afstanden op door haar bijzondere bochtenwerk. Zowel op de 500 als de 1.000 meter werd ze uit de eerste bocht geblazen. Beide keren kwam ze hard op het ijs neer, als gevolg van een felle noordenwind.

Wereldkampioen sprint Jan Bos (23) kijkt elke race reikhalzend naar de bochten uit. ,,Daar kan ik mijn winst boeken'', zegt hij in Calgary aan de vooravond van de wereldkampioenschappen sprint, waar hij zaterdag en zondag op de Olympic Oval zijn titel verdedigt. Nadat hij ruim een jaar geleden in Berlijn 's werelds snelste schaatser na twee afstanden (500 en 1.000 meter) was, droomt hij er nu van op 's werelds snelste baan 's werelds snelste schaatser te worden.

In de bochten ligt de sleutel van het succes van Bos, die twee dagen voor het WK blijk geeft van een opmerkelijke dosis zelfvertrouwen.

,,Ik ben altijd weer blij als er een bocht aankomt. Dat is het enige punt waar je kunt versnellen. Op de rechte stukken is het gewoon een kwestie van uitglijden en je techniek vasthouden.''

Schijn bedriegt, zegt wereldkampioene Catriona LeMay (28), die haar gemoedstoestand vlak voor de WK sprint omschrijft als ,,meer ontspannen en zelfverzekerder'' dan tijdens de Olympische Spelen in Nagano, waar ze een jaar geleden de 500 meter won. LeMay is sinds december 1997 met 37,55 ook wereldrecordhoudster op de 500 meter. Geen andere vrouw kwam sindsdien onder de 38 seconden. ,,Soms lijkt het alsof schaatsers helemaal niet hard over het ijs gaan'', zegt LeMay. ,,Bijvoorbeeld als ik naar Jeremy Wotherspoon kijk, of naar Jan Bos. Dan denk ik, dat kan ik ook. Maar als je dan hun tijden ziet. En andersom is dat hetzelfde: soms lijkt het alsof iemand snel over het ijs gaat, maar dan is dat vaak juist niet het geval.''

Het zal Bos worst zijn of hij nou de laatste binnen- of buitenbocht heeft. Ze gaan hem beide net zo gemakkelijk af. Zijn persoonlijke record op de 500 meter (35,49) reed de sprinter uit de ploeg van bondscoach Peter Mueller toen hij de laatste binnenbocht had en zijn p.r. van de 1.000 meter (1.09,88) vestigde hij toen hij de buitenbocht had. In beide banen moet volgens Bos dezelfde techniek worden toegepast: ,,Je gooit je schouder en je heup in de bocht en houdt je knieën naar de buitenkant van de baan gericht. Je moet je schouder stil houden en je benen het werk laten doen. Het is vooral een kwestie van veel trainen'', zegt de wereldkampioen, die al twee weken zijn rondjes draait op de Olympic Oval.

Bos schetst het droomscenario voor de finale van zijn tweede wereldtitel. In een rechtstreekse confrontatie met Wotherspoon op de 1.000 meter heeft hij een kleine achterstand op de Canadese houder van het wereldrecord (1.09,09). In zijn laatste binnenbocht maakt Bos nog zoveel snelheid dat hij Wotherspoon voor eigen publiek verslaat en voor de tweede achtereenvolgdende keer in zijn carrière wereldkampioen wordt.

Voor Erben Wennemars, zijn 23-jarige vriend en teamgenoot die in een blakende vorm verkeert, is de bocht het mooiste aspect van de sprint. ,,In de bochten komen de krachten op je lichaam. Je lichaam staat onder druk, terwijl je op het rechte eind alleen maar glijdt en het je ook nog kan permitteren om een slag te missen. In de bocht gaat dat niet op. Dat gevecht met de blokjes in de bochten is zo mooi en dat geeft een kick als het daar lukt. In de race is de bocht het mooiste dat er is. Zelfs Ids Postma zal op een gegeven moment geen problemen meer hebben met de bochten'', zegt Wennemars.

,,Het is een kwestie van gewenning.'' LeMay: ,,Het is niet zozeer een kwestie van agressief zijn voor een bocht. Je moet vertrouwen hebben. Als je te veel gaat nadenken, gaat het mis'', zegt de Canadese.

Elke schaatsbaan in de wereld is 400 meter lang, maar het zijn wat betreft vorm allesbehalve kopieën van elkaar. Zo zijn de binnenbochten in Thialf (Heerenveen) en het Vikinschip (Hamar) 25 meter lang, terwijl de bochten in de Olympic Oval aan de binnenkant 26 meter meten. De Internationale Schaats Unie (ISU) staat 25,5 meter nog toe als derde variant. ,,Dat wist ik niet'', zegt LeMay, terwijl in de Olympic Oval muziek van de laatste CD van Sheryl Crow uit de luidsprekers klinkt. ,,Ik heb het verschil niet gemerkt. Mischien komt dat wel als de snelheden nog hoger komen te liggen.''

Wennemars: ,,Misschien moeten de bochten nog iets langer gemaakt worden, zodat een baan een ovalere vorm krijgt. In elk geval liggen de bochten er nu niet lekker in. Maar belangrijker is dat bochten breder worden gemaakt, zodat je de ruimte hebt om te vallen. Toen ik in Nagano in de buitenbocht viel, zat ik nog maar tien centimeter van de boarding. Dan heb je geen ruimte meer om bij dik vijftig kilometer per uur je val te breken. Daar zouden ze bij het aanleggen van nieuwe banen rekening mee moeten houden.''

Ondanks de grotere snelheden die vooral dankzij de klapschaats worden gereden vindt sprintbondscoach Mueller het niet nodig om de bochten minder scherp te maken. ,,Bij de Indy 500 rijden ze toch ook nog steeds op hetzelfde ovalen circuit, ook al zijn de auto's technisch zoveel beter en sneller geworden? Maar dat neemt niet weg dat je voor veranderingen moet openstaan. Het blijft een interessante gedachte, want hoe je de baan ook aanlegt, 400 meter is 400 meter.''