CREOOLSE VISBALLETJES

Ooit droeg Ilse Marie Dorff een paar maal bij aan deze rubriek. Haar boek Surinaams Koken verscheen in 1971 en beleefde daarna diverse herdrukken waarbij Ilse Marie moest constateren dat de benodigde ingrediënten geleidelijk ruimer verkrijgbaar werden in Nederland dan in Suriname. Nog steeds is dit leuke boekje te koop, voor maar 12 gulden 50.

Ik kreeg langs verschillende kanten recepten voor Creoolse visballetjes aangereikt en nam de proef op de som. Ze kunnen gefrituurd worden net als bitterballen en hebben dan een stevige, krokante korst. Of je kan ze bakken in een koekenpan, waarbij de korst zachter blijft. De ballen kunnen sec worden opgediend of dobberend in saus. Een bereiding die in Suriname vaker wordt toegepast. Aan u de keus.

Pel en snipper de ui. Breng een kwart liter water samen met de snippers ui, het laurierblad, het bouillonblokje en wat peper aan de kook. Dan de vis erbij doen en in ongeveer 6 minuten gaar pocheren. De vis uit de pan nemen en af laten koelen. (Zeef het visvocht als u opteert voor de saus-versie.) Week het brood in melk of water. Prak of maal de vis fijn. Knijp het vocht uit het brood en doe het brood bij de vis. Meng deze combinatie met de helft van de tomatenpuree, het ei, zout, peper en desgewenst de peterselie. Als de massa te slap is moet er wat paneermeel bij.

Draai van het mengsel zo'n 20 pingpongballen en rol die door paneermeel. Bak of frituur de balletjes in respectievelijk boter of olie goudbruin en warm. Voor de liefhebbers van saus: Pel en snipper een tweede ui en een teentje knoflook en fruit die snippers twee minuten in wat boter.

Voeg 1 theelepel kerrie, de rest van de tomatenpuree en 2 deciliter visvocht toe. Even laten inkoken of binden met 1 theelepel maïzena die met een lepel water is gladgeroerd. Proef of er zout en peper bij moet en roer de balletjes door de saus.