Athene betreurt eigen optreden inzake Öcalan

Griekenland heeft ,,ernstige fouten'' gemaakt in de kwestie-Öcalan. Dat zegt de kersverse minister van Buitenlandse Zaken, George Papandreou, die de gisteren afgetreden Theodoros Pangalos opvolgt. Volgens Papandreou had Griekenland niet buiten de Europese Unie (EU) om mogen handelen.

,,Noch onze EU-partners, noch EU-voorzitter Duitsland waren op de hoogte van de bijzonderheden van onze actie in de kwestie-Öcalan'', verklaarde Papandreou gisteren tegenover Duitse journalisten. ,,We hebben fouten gemaakt, met ernstige consequenties.'' Griekenland is verwikkeld in een politieke stoelendans. De ontvoering van de Koerdische rebellenleider Öcalan vanuit de Griekse ambassade in Kenia leidde gisteren tot de val van drie ministers.

De nieuwe minister Papandreou, zoon van wijlen premier Andreas Papandreou, ontkent, zoals door de Koerdische arbeiderspartij PKK wordt beweerd, dat Griekenland Öcalan aan de Turken heeft uitgeleverd. ,,Ik ben nog niet van alle details op de hoogte, maar één ding is zeker: Öcalan is ontvoerd'', aldus Papandreou. ,,Indien Europa meer moed had getoond, was deze hele kwestie anders gelopen'', zei de minister, doelend op de weigering van EU-lidstaten om Öcalan asiel te verlenen.

Öcalan, die met een Grieks-Cypriotische diplomatieke paspoort reisde onder de naam Mavros Lazaros, werd maandag door Turkse commando's in de kraag gevat toen hij vanuit de Griekse ambassade in Nairobi onderweg was naar het vliegveld. Volgens de afgetreden minister Pangalos was het de bedoeling om Öcalan, die twaalf dagen lang heimelijk verbleef in de ambassade, naar Nederland te vliegen. Pangalos suggereerde gisteren in een vraaggesprek met de krant Ta Nea, dat de Keniaanse bewakers die Öcalan naar het vliegveld moesten escorteren, een deal hebben gesloten met Turkije en de rebellenleider hebben uitgeleverd.

Volgens waarnemers wordt de vangst van Öcalan door aartsvijand Turkije in Griekenland ervaren als een enorme vernedering. De Griekse pers haalde gisteren fel uit naar de regering van premier Costas Simitis. De krant Ta Nea concludeerde bitter dat de regering het voor elkaar heeft gekregen dat Koerden over de hele wereld zich tegen Griekenland hebben gekeerd. Veel Grieken hebben van oudsher een zwak voor de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd tegen de Turken. Deze sympathie vindt haar oorsprong in het Griekse verzet tegen de Turkse overheersing in de negentiende eeuw.

De drie ontslagen ministers behoren tot de Griekse socialistische partij (Pasok) die sinds 1996 alleen regeert. Pangalos is binnen de EU berucht en bij journalisten geliefd om zijn saillante uitspraken. Hij noemde Frankrijks president Chirac vorig jaar een ,,deelnemer aan een Turkse miss-verkiezing''. Hij typeerde Duitsland als ,,een reus met een bestiale kracht en de hersens van een kind''.

Premier Simitis zou de drie prominente politici hebben opgeofferd, omdat hij zijn belangrijkste doel – de toetreding van Griekenland tot de Euro – niet in gevaar wil laten brengen door de kwestie-Öcalan. Waarnemers zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat de regering valt over deze kwestie. Simitis zit met zijn meerderheid in het Griekse parlement stevig in het zadel.

Niettemin dreigden enkele socialistische afgevaardigden eerder deze week de steun aan de regering op te zeggen, als er geen duidelijkheid zou komen over de wijze waarop Griekenland Öcalan in Turkse handen heeft laten vallen. (Reuters, AP)