Arrestatie Öcalan schaadt veiligheid in hart Europa

Het was voor Europa een frustrerende week. Terwijl het out of area (in Kosovo), vrede probeerde te stichten, zonodig met gebruik van machtsmiddelen, sloeg binnen het eigen bondgenootschappelijke gebied de vlam in de pan. Tal van Europese steden werden, naar aanleiding van de aanhouding van Abdullah Öcalan in Kenia, geconfronteerd met bezettingen en gijzelingen door aanhangers van de PKK, de Koerdische Arbeiders Partij. In de kwestie-Kosovo wordt veel gepraat over de noodzaak de veiligheid van Europa aan zijn periferie te verzekeren. Daartoe zouden zelfs volkenrechtelijke dogma's, die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, moeten worden bijgesteld. Ernstige schending van de rechten van de mens bijvoorbeeld rechtvaardigt aantasting van de staatssoevereiniteit, doceerde minister Albright afgelopen weekeinde nog in Parijs. Maar zodra het om Turkije gaat – NAVO-lid, lid van de Raad van Europa, in een douane-unie verenigd met de Europese Unie – lopen de Europese staten en hun Amerikaanse vrienden op hun tenen.

De algemene voorzichtigheid heeft overigens niet uitsluitend te maken met de nauwe relaties die met Turkije, ondanks alle kritiek op dat land, bestaan. Zij is ook een gevolg van de reputatie een harde terreurorganisatie te zijn die Öcalans PKK in de loop der jaren heeft verworven, niet alleen in Turkije zelf, maar ook, wanneer dat zo uitkwam, in Europa. De slachtoffers van de PKK waren niet zelden mensen uit de eigen rijen die om de een of andere reden bij de leider in ongenade waren gevallen. Haar illegale en gewelddadige wijze van fondsvorming heeft de PKK er evenmin sympathieker op gemaakt. Waar de Servische beschuldiging dat de Kosovaarse UÇK uit terroristen bestaat geen indruk maakt, daar wordt de PKK dat stempel, althans in het Westen, zonder veel reserves opgedrukt.

De wijze van opereren door de PKK heeft veel te maken met haar ideologische oorsprong. Hoewel Öcalan, vanaf het moment dat hij zich losmaakte van de ultra-linkse splintergroepen die in de jaren zeventig in Turkije actief waren, het etnische karakter van zijn beweging heeft geaccentueerd, had hij met de oprichting van de PKK toch vooral een ideologisch doel voor ogen. Dat onderscheidde hem niet alleen van de vanouds strijdbare Koerdische facties in Noord-Irak, maar dat plaatste hem ook tegenover andersdenkenden binnen de eigen volksgroep. De, aanvankelijk ondergrondse, aanval van de PKK op de traditionele structuren in Zuidoost-Turkije riep herinneringen op aan de tactiek van de Vietcong in de eerste fase van haar acties in het zuiden van Vietnam begin jaren zestig.

Tijdens de Koude Oorlog werd de PKK, gezien haar ideologie en haar werkwijze, ingedeeld bij de vijanden van het Westen. Zij bedreigde de integriteit van een belangrijke bondgenoot op de zuidflank van de Westelijke verdedigingslinie. Bovendien had zij met andere groeperingen die naar Koerdische zelfbeschikking streefden gemeen dat zij het statenstelsel zoals dat na afloop van de Tweede Wereldoorlog in het Midden-Oosten was bevestigd, ondermijnde. Sinds Arabische staten met een Koerden-minderheid binnen hun grenzen, Syrië en Irak, betrekkingen met de Sovjet-Unie aanknoopten, toonde ook het Kremlin zich te kunnen verenigen met de status quo. Maar voor Turkije maakte Moskou een uitzondering. De PKK mocht op de steun van de grote buurman rekenen.

Dat was de stand van zaken toen de Muur viel. Vervolgens is er veel veranderd. Irak verloor met zijn inval in Koeweit de steun van het Westen. Saddams harde onderdrukking van de Koerden plaatste het Koerden-vraagstuk op de internationale agenda. Een aantal Westerse landen, waaronder aanvankelijk Nederland, wierp zich op om Iraaks Koerdistan tegen Bagdad te beschermen. De kern van een onafhankelijk Koerdistan scheen geboren. Maar de Iraakse Koerden begonnen onderling een burgeroorlog en sponnen hun eigen draden naar Saddams regime. Van het machtsvacuüm dat in Noord-Irak ontstond, maakte de PKK gebruik om er een vrijplaats voor vermoeide strijders in te richten. Ook de Turkse strijdkrachten, niet gehinderd door internationale bemoeienis, besloten tenslotte in hun achtervolging van de PKK de internationale grens niet langer te respecteren.

Met de aanhouding van Öcalan voltooit het Turkse leger zijn overwinning op de PKK. In een omkering van de stelling van Mao dat de revolutionairen de vissen zijn en het volk het water hebben de Turkse generaals het oorlogsgebied drooggelegd. Dorpen en steden in Turks Koerdistan zijn ontvolkt, de inwoners naar elders overgebracht. De regio staat onder streng militair bestuur en wordt door een gemilitariseerde zone in Noord-Irak beveiligd. Druk op Syrië leidde tot de uitwijzing van Öcalan zelf, die daar jarenlang ongestoord zijn hoofdkwartier had. Sindsdien was de PKK-leider opgejaagd wild tot hij deze week in Nairobi werd onderschept.

De Turkse zege laat Europa met een probleem achter. Honderdduizenden Koerden hebben in Europa een goed heenkomen gezocht. Hun militante aanwezigheid bracht Öcalan tijdens zijn vlucht op de idee om vanuit Europa de strijd voort te zetten. De Europees-Turkse betrekkingen staan om uiteenlopende redenen toch al onder spanning. Met zijn mobilisabele aanhang achter de hand, meende de PKK-leider, moest het mogelijk zijn de Europese regeringen te bewegen tot steun aan zijn streven. De slag met het Turkse leger mocht dan wel verloren zijn, de oorlog kon met politieke middelen nog gewonnen worden. Het besluit van de Nederlandse overheid, enkele jaren geleden, een bijeenkomst van het door de PKK beheerste Koerdische parlement-in-ballingschap in Den Haag toe staan, kon worden gezien als een veelbelovend teken aan de wand.

De vraag wordt nu opgeworpen of Europa niet beter had gedaan op Öcalans ouvertures in te gaan. Het onderkent (zie Kosovo) de explosiviteit van de onderdrukking van minderheden door onbuigzame regimes. En de PKK-aanhang heeft de afgelopen dagen, voorzover dat nog nodig was, aangetoond aanwending van extreem geweld niet uit de weg te gaan. Maar ook Den Haag, dat toch al een flinke stap in de richting van de Koerden had gezet, vond toelating van Öcalan, zelfs om hem te laten berechten, een brug te ver. Eens temeer is vast komen te staan dat de Europese staten, alleen of in vereniging, de noodzakelijke verbeeldingskracht missen. Niet alleen aan de periferie, maar ook in het hart is de veiligheid van Europa nu betrekkelijk geworden. Dat lijkt slechts langzaam tot de verantwoordelijken door te dringen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.