`Amsterdam moet vlakke vloer krijgen'

Er moet voor ruim 50 miljoen gulden een theater met een vlakke vloer worden gebouwd op de plaats van het achterhuis van de Amsterdamse Stadsschouwburg. En Toneelgroep Amsterdam en de schouwburg moeten volledig fuseren.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van een onderzoek dat vanmiddag in Amsterdam gepresenteerd zou worden. Het onderzoek, dat is verricht in opdracht van het Amsterdamse college van B en W, is opgesteld onder leiding van onderzoekscoördinator G.A. Lawson, topambtenaar van het ministerie van OCW. Bij het verstrekken van de opdracht voorspelde wethouder J. van der Giessen dat dit onderzoek het laatste zou zijn van de vele die naar de toekomst van de Stadsschouwburg en van Toneelgroep Amsterdam (TGA), de voornaamste bespeler, en naar de relatie tussen beide, zijn verricht. Van de 50,9 miljoen gulden die het nieuwe theater zal gaan kosten, moet de gemeente Amsterdam 38,4 miljoen voor haar rekening nemen. De Stadsschouwburg en Toneelgroep Amsterdam moeten de resterende 12,5 miljoen gulden betalen. De nu voorgestelde oplossing van de problemen van de Stadsschouwburg en TGA vergt 14,8 miljoen gulden meer dan het voorlaatste plan dat voorzag in een niet-zelfstandige vlakkevloer-voorziening. Het rapport noemt de bouw van een theater met een vlakke vloer ,,technisch en financieel haalbaar''.

TGA, dat nu een groot deel van zijn producties in een theater op het Westergasfabriekterrein uitbrengt, wijst onder leiding van artistiek leider Gerardjan Rijnders al sinds de oprichting in 1987 op de behoefte aan een vlakke vloertheater in de omgeving van het Leidseplein. De status van de Stadsschouwburg is onduidelijk sinds het vertrek van de Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet naar het Muziektheater in 1986.

Volgens Lawson moeten TGA en de schouwburg na de fusie worden geleid door een ,,artistiek ondernemer van Europese allure''. De organisatie moet nauwe samenwerking aangaan met het achter de Schouwburg gelegen theater De Melkweg. Voorts moet het tableau de la troupe van TGA worden uitgebreid en zou de rijksoverheid een miljoen gulden meer subsidie moeten verlenen dan nu. Volgens het rapport zullen een efficiënter bespelingsplan, lagere personeelslasten en de stijging van het aantal bezoekers met 34 procent ten op zichte van de huidige situtie bovendien een exploitatieverlichting van acht ton opleveren.

De nieuwe theaterzaal bestaat uit een zogeheten ,,zwarte doosconstructie'' van 19 bij 32 meter en een capaciteit van 525 stoelen. In concertopstelling kan de capaciteit worden opgevoerd tot 850 stoelen. De entree zal aan het Leidseplein komen te liggen. Een glazen foyer op het dak van De Melkweg voorziet in de verbinding tussen Melkweg en het Stadsschouwburgcomplex. De bouw van een extra repetitieruimte is mogelijk en vergt 2,2 miljoen gulden. Wat TGA betreft valt het nieuwe plan samen met een nieuwe koers van het gezelschap zelf. Met ingang van 2001 treedt zowel artistiek leider Rijnders als zakelijk leider Gerrit Korthals Altes terug. Het gezelschap wil een `Artistiek Ondernemer' aanstellen die de zakelijke en artistieke leiding gaat dragen, maar die niet zelf regisseert. Deze manager zou volgens het plan-Lawson ook de Stadsschouwburg moeten gaan leiden. Korthals Altes zegt ,,zeer tevreden'' te zijn over het nu verschenen rapport, waaraan hij overigens zelf, als lid van een van de door Lawson ingestelde werkgroepen, heeft bijgedragen.