Altena bewerkt Satie vrijmoedig

,,Satie was ongrijpbaar en onvoorspelbaar in alle aspecten van leven, werk en omgang met anderen, al wist hij zelf heel goed welk pad hij had te bewandelen'', meende John Cage, de Amerikaanse Satie-kenner bij uitstek. Cage wilde voor de dansgroep van Merce Cunningham Saties Socrate voor vier vrouwenstemmen en kamerorkest bewerken voor twee piano's. De Satie-uitgever weigerde toestemming en zo ontstond een nieuwe compositie voor piano onder de titel Cheap Imitation, later uitgewerkt in versies voor orkest en vioolsolo. Daarbij bleven Saties structuur en fraseologie overeind, maar waren alle uiterst spaarzame noten nieuw.

Ook gisteravond ging het niet om letterlijke bewerkingen, uitgezonderd een viertal liederen van Satie, die Maarten Altena van een origineel en kleurig jasje had voorzien. Een Intermède was wel gebaseerd op Satie-akkoorden, maar het resultaat leek het meest op Maarten Altena. Christopher Hobbs' bijdrage had zelfs in het geheel niets met Satie van doen, maar des te meer met een versleten soort Engels minimalisme. Effectvol vond ik het teruggehouden slot bij Alison Isadora en de uitgebeende finale bij Martijn Padding, al hoorde ik ook hier meer Alison en Padding dan Satie. Geert van Keulen liet niet zonder raffinement in Mélange sableux een ijzingwekkende viool een huilende streep trekken, dwars door het fraaie ensemble heen. De muziek zelf deed me eerder aan Messiaen denken. Niet onlogisch, want Saties `gotische' pseudo-religieuze periode is zeker voor een deel geënt op de vroege Messiaen. Al gauw had Satie er genoeg van om `op zijn knieën' te componeren en werkte hij zelfs een plan tegen om zijn plechtig trage pianomuziek van een choreografie te voorzien. ,,Wat is die oude muziek van mij toch stomvervelend! Wat een onzin als ik zo vrij mag zijn!'' Maar wat een meesterwerk is de Messe des pauvres, wat een onzin veel van zijn latere frivole muziek en wat sterk zijn werken als de Socrate en de Trois Nocturnes, die weer teruggrijpen op de gotische periode.

Gilius van Bergeijks visie op de Socrate tenslotte, in zijn compositie Mort de Satie, was het kortste werk maar zeker niet het slechtste. Plechtig Satiesk en onvoorspelbaar. Bij Cor Fuhler, aan het begin van het programma, miste ik ingetogenheid, tendresse. Die was er wel in de enigszins timide gesproken voordracht van Luc Leveque, een Satie-kenner uit Toulouse. In zijn teksten betrok Satie graag verschijningen uit de dierenwereld. Zo zag hij in een conservatorium niets, aangezien nachtegalen perfect zingen zonder enige opleiding. Virtuositeit heeft niets met kunst van doen, stelde Satie. En dieren kennen geen critici, wolven eten de schapen gewoon op.

Concert: Maarten Altena Ensemble. Werken van Fuhler, Hobbs, Altena, Van Keulen, Padding, Isadora en Van Bergeijk. Gehoord: 18/2 Concertgebouw Amsterdam.