Aegon heeft eigen geldpers in huis

Door miljardenovernames grotendeels in aandelen te betalen beschikt Aegon praktisch over een eigen geldpers. Zolang de aandeelhouders het waarderen draait het vliegwiel door. Waar is het einde?

Zolang de aandelen van Aegon op de financiële markten als wettig betaalmiddel worden aanvaard gaat voor de verzekeraar geen zee te hoog. Zes miljard voor het Amerikaanse Providian? Twintig miljard voor Transamerica? No problem.

Het aandeel Aegon heeft een eigenschap die bij echt geld zelden voorkomt: het wordt steeds meer waard. In drie jaar tijd is de koers maar liefst vervijfvoudigd en dat spreekt ook aandeelhouders van overnamekandidaten aan. Voor de acquisitie van Transamerica (inclusief schulden 21 miljard) hoeft Aegon slechts 8 miljard gulden in klinkende munt op tafel te leggen. De rest wordt, medio dit jaar, in aandelen voldaan.

Aegon koestert zijn aandeelhouders dus en dat geldt zeker voor de grootste, de Vereniging Aegon, die nu over zo'n 30 procent (waarde 35 miljard) beschikt. Net als bij Providian in 1997 speelt de rijkste vereniging van Nederland ook bij de overname van Transamerica een belangrijke rol.

Tegen de beurskoers van afgelopen woensdag – een dag voor het overnamenieuws – heeft het concern voor 2,3 miljard gulden ruim 12 miljoen aandelen bij de Vereniging gekocht. Inmiddels is de koers al met 6 procent gestegen, dus die winst heeft Aegon alvast in de knip. En de – op de achtergrond opererende – Vereniging dekt nog meer risico's voor Aegon NV af: als de koers van de verzekeraar (of de koers van de dollar) in de aanloop naar de daadwerkelijke transactie daalt, dan geeft de Vereniging extra aandelen uit om het bedrag voor de Transamerica-aandeelhouders gelijk te houden. Alleen wanneer de daling meer is dan 20 procent, dan pas begint het concern de pijn te voelen. ,,Zo'n risico zou door geen enkele andere partij worden aanvaard'', geeft financieel directeur H. van Wijk van Aegon toe.

Ook in de periode na de overname van Transamerica blijft de Vereniging voor Aegon belangrijk. Nu al heeft de Vereniging, die via preferente aandelen altijd de absolute macht heeft in de aandeelhoudersvergadering, aangekondigd het huidige belang van 30 procent tot 40 procent op te bouwen. ,,Ik vergelijk het altijd met de processie van Echternach. Hoewel ze elke keer een stapje terug doet is de Vereniging steeds op weg naar een groter belang'', aldus Van Wijk.

Hij zal de laatste zijn die met deze situatie in zijn maag zit, want door de kooplust van de Vereniging bevindt zich altijd een bodem in de markt. Volgens Aegon wordt de invloed op de koers zo beperkt mogelijk gehouden, bijvoorbeeld door nooit meer dan een kwart van de dagomzet te kopen. Toch is de invloed op de koers volgens een handelaar niet gering. ,,Stel dat de Vereniging het belang van 10 procent in drie jaar wil veroveren. Dan moeten ze elke dag bijna 100.000 aandelen kopen: dat staat telkens gelijk aan 10 procent van de gemiddelde dagomzet.''

Voor de overname geeft Aegon zelf 10 procent nieuwe aandelen uit, die volgens het concern niet tot een verwatering van de winst zullen leiden. Transamerica zal dit en volgend jaar zelfs tot een extra winstgroei van 3 procent per aandeel bijdragen. Dit is volgens bestuursvoorzitter K. Storm mogelijk door ,,alle producten door elkaars distributiekanalen te jagen'' en door een scherpe kostendaling. Over drie jaar zo'n 300 miljoen gulden. Ook de opgetelde beleggingen (in de VS 110 miljard dollar) moeten samen meer opleveren.

Dat Transamerica en Aegon elkaar goed aanvullen op de Amerikaanse markt geloven analisten wel. Hoogstens worden vraagtekens geplaatst bij de lage waardering op de beurs: Aegon is relatief drie maal zo duur als de nieuwe partner. Als oorzaak wordt onder meer de wisselvallige winstontwikkeling in de afgelopen drie jaar genoemd. ,,Maar het kan een gevolg zijn van de omvang van het fonds op de Amerikaanse beurs'', stelt analist P. Rutten van Van Lanschot. ,,Transamerica behoort in New York tot de midkap (middelgrote) fondsen en die hebben de laatste tijd een minder grote stijging laten zien dan de hele grote fondsen.''

Storm liet gisteren de vraag open of Aegon de `bijzondere' onderdelen van Transamerica in de verkoop gaat doen. Het financiële concern haalt ruim de helft van de winst uit levensverzekeringen en pensioen (de kernactiviteiten van Aegon), terwijl de rest afkomstig is van het leasebedrijf, handelsfinanciering en vastgoed-dienstverlening. Gezien de ervaring bij Providian – waar onder meer het schadebedrijf is verkocht – ligt het voor de hand dat bij Transamerica hetzelfde gebeurt. Maar zo'n mededeling zou gisteren alleen maar tot negatieve reacties leiden.

Met een geschoond Transamerica kan het vliegwiel van Aegon, op weg naar een nieuwe prooi, weer meer vaart maken: door deze overname is de koers weer gestegen – de winst per aandeel neemt per slot van rekening weer toe – waardoor nieuwe acquisities relatief goedkoper worden. En wanneer de Vereniging dan weer de helpende hand toesteekt, weet elke belegger dat er aan kooplust geen gebrek is. Waar is het einde van deze ontwikkeling? ,,Nergens'', aldus Storm. De rivier stroomt altijd door.''

Transamerica13