U liet hem zelf binnen, mevrouw

Bij een flatgebouw staat een man te loeren, wachtend op een kans om naar binnen te glippen. En ja, het lukt om de centrale toegang te passeren. Doelbewust stapt hij verder naar de galerij waar zijn ex-vriendin woont.

Als de bel gaat en Lisa Verhoef (schuilnaam) de deur voorzichtig opent, ziet ze aanvankelijk niemand - totdat haar ex-vriend tevoorschijn springt, zijn ogen vol haat. Hij probeert binnen te dringen. Lisa vecht, schreeuwt en krijst. De buren reageren niet. Het is zaterdagavond 13 februari en Lisa vreest voor haar leven.

Lisa, die bij een computerbedrijf werkt, is niet voor niets in paniek: ze weet waartoe haar ex in staat is. De man die zich een jaar geleden voordeed als een innemende persoonlijkheid, verandert onder invloed van drank en drugs in een nietsontziend beest.

Hij ontstak voor het eerst in razernij toen een mannelijke collega haar thuisbracht. Hij greep naar de fles, rookte marihuana en plots gebeurde het: hij sloeg haar en schopte, pakte een keukenmes en stak. Het werd het begin van een periode waarin zij hem regelmatig de deur wees, maar, uit angst voor represailles, ook weer binnenliet.

Die zaterdagavond staat Lisa weer oog in oog met het beest. Ze weet haar ex naar buiten te werken en met trillende handen belt ze de politie. Twee agenten komen zuchtend binnen: alweer gedoe? Relatieproblemen? Als Lisa aangifte wil doen, weigeren de agenten: welk nut dient dat? ,,U liet hem zelf binnen mevrouw'', zegt een agent. Ze kan maar beter tot maandag wachten voor een gesprekje met haar wijkagent.

Lisa blijft verslagen achter, even verslagen als die andere keren: ze deed diverse malen melding en aangifte van bedreiging en geweld. Veel agenten die ze op dat parcours trof, waren alles behalve meewerkend. Ze spraken haar bestraffend toe: waarom liet u zich met hem in?! Had ze het geweld niet zelf uitgelokt?

Is het optreden van de politie jegens Lisa een incident? Navraag leert dat het vaak voorkomt – hoewel er steeds meer fantastische agenten worden gesignaleerd, agenten die zich intensief bekommeren om de door hun partner mishandelde vrouwen. In de doorsnee-politiepraktijk echter wordt vrouwenmishandeling niet als geweld beschouwd, maar als een relatieprobleem. In proces-verbalen wordt het weggeschreven onder de noemer `burenruzie/relatieproblemen'. Dan dient eerder gesust dan opgetreden te worden, en voor burgers geldt: echtelijke ruzie? Niet mee bemoeien.

Door hun partner mishandelde vrouwen stuiten op een muur van onbegrip en vooroordelen bij zowat iedereen: ze worden voor gek verklaard: welke vrouw laat zich slaan? Ook in wetenschappelijke kring leven theorieën dat er iets mankeert aan het slachtoffer. Zo zouden zulke vrouwen in hun jeugd een tekort aan liefde hebben gehad.

Een normale vrouw, kortom, wijst bij de eerste klap haar vent resoluut de deur. Er zijn er die dat niet willen, maar wél dat het geweld stopt. En er zijn er genoeg die van de agressieve partner afwillen, maar hoe? Wat als de partner wraak dreigt te nemen? Menig slachtoffer heeft de ervaring dat zij haar partner buiten de deur kan zetten, maar dat het geweld daarmee nog niet is gestopt. De `man schiet ex-vrouw neer' zijn vertrouwde berichtjes in de krant.

De meeste geweldsdelicten vinden plaats in huiselijke kring. Zo'n twaalf procent van de volwassen vrouwen in Nederland heeft met fysiek geweld van haar partner te maken, of te maken gehad. Maar het bestaat niet, want niemand spreekt erover. Vrouwenmishandeling is een taboe, een blinde vlek.

In Nederland geniet een mishandelde hond meer bescherming en aanzien dan een mishandelde vrouw. Wie aangifte durft te doen, merkt dat het niets uithaalt. Hooguit belandt de dader een halve dag in de cel. Daarna staat hij weer op de stoep. De wetgeving schiet tekort, maar ook geldt dat er te weinig moeite wordt gedaan om de regelgeving optimaal te benutten. En komt het tot een strafrechtelijke procedure, dan wordt het meestal een `sepo': de bewijsvoering is moeilijk rond te krijgen.

De mannen die hun partner mishandelen, wordt geen strobreed in de weg gelegd: zij zijn de burgers met het monopolie op geweld. Het slachtoffer, niet de dader, moet zich uit de voeten maken. Het bestaan van Blijf van m'n Lijfhuizen is het trieste van deze opmerkelijke mentaliteit. Het zou logischer zijn dat slachtoffers in hun woning kunnen blijven – terwijl men de daders afvoert naar, zeg maar, opvang- en behandelcentra. Op recidiverende winkeldiefjes wordt gretig snelrecht toegepast. Waarom niet op mannen die hun partners mishandelen? Enkele jaren terug deed een werkgroep vrouwenmishandeling enkele voorstellen aan Justitie, waaronder de mogelijkheid om voorlopige hechtenis op te leggen aan partners die hun vrouwen mishandelen. Het voorstel eindigde in een la van Justitie. Naar de reden valt slechts te gissen. Omdat mishandelde vrouwen minder overlast bezorgen dan rellende Marokkaanse jongeren en agressieve stappers? Vanwege vooroordelen?

Er is hoop: onlangs voorspelde de Amsterdamse hoofdcommissaris Jelle Kuiper dat geweld in huiselijke kring binnenkort op de publieke agenda gaat komen. Alvast een voorzetje: misschien heeft het slachtoffer de voordeur opengedaan, maar gelooft u: niet om neergestoken te worden. Wie op straat in elkaar geslagen wordt, krijgt immers ook niet te horen: ,,U weet dat er wel eens klappen vallen op straat. U liep op straat, dus u had het kunnen weten: het is uw eigen schuld. We pakken de dader niet aan.''