Schurende panelen

Het gaat goed met de Partij van de Arbeid. Al weer bijna tien jaar achtereen betrokken bij het landsbestuur, een partijgenoot als minister-president die breed vertrouwen geniet zowel in het binnenland als in het buitenland, en ten slotte opiniepeilingen die steevast op electorale winst wijzen. Toch wordt het aanstaande zaterdag geen feestcongres. Want bovenal is de PvdA ondanks al het succes toch vooral de PvdA gebleven: een tobberige organisatie met een flinke dosis Calvijn. Een partij die is opgezadeld met een mentaliteit die zegt dat het niet goed mág gaan.

En natuurlijk gaat het ook niet echt goed met de PvdA. Als meest politieke van de politieke partijen heeft de PvdA de grootste last van het heersende non-politieke klimaat. De kiezers komen voor Kok, niet voor de afdeling Appelscha. Daar, in de afdelingen, bij het nog resterende actieve kader vindt momenteel het grote lijden plaats. ,,Als de partij blijft aanmodderen, zal het ons spoedig vergaan zoals de kleine vrijzinnig-protestantse kerken die nog twee decennia kunnen leven van legaten, maar dan verdwijnen'', schrijft Wouter Koning in het jongste nummer van het blad Socialisme en Democratie van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Hij is één van de kandidaat-voorzitters van de partij, tevens outsider.

Niet dat hij zich met de status van kansloos een extreme opvatting kan permitteren. Het vijf-voor-twaalf-gevoel is bij alle kandidaat-voorzitters in hoge mate aanwezig. Zo schetst het wel kansrijke kandidaat-voorzittersduo Lennart Booy en Erik van Bruggen in dezelfde aflevering van Socialisme en Democratie in drie zinnen wat er allemaal aan schort: ,,De PvdA mist momenteel een aansprekende agenda voor de 21ste eeuw. De PvdA kent een tekort aan nieuwe gezichten en mist een goede begeleiding van (jonge en oude) talenten. De democratie in de PvdA functioneert slecht.''

De somberaars hebben gelijk. Er is wel één geruststelling: het woord PvdA kan met uitzondering misschien van de kleine christelijke partijen en de Socialistische Partij gemakkelijk door de naam van elke andere Nederlandse politieke partij worden vervangen. Dat toch de PvdA er het meest mee zit, heeft te maken met de genen van de beweging. Behalve de volgende verkiezingen is er voor de PvdA altijd ook nog een wereld te winnen. Dat vergt meer dan alleen maar investeren in Kok. Bovendien is niets zo riskant als alle kaarten op één persoon zetten. Op dat terrein ligt er bij het CDA voldoende actueel studiemateriaal. Terwijl het land verder ging met Lubbers zette de erosie van het CDA als organisatie ongemerkt door. De partijrot kwam pas aan het licht toen samen met de leider ook een groot deel van het electoraat verdween.

Exact hetzelfde gevaar bedreigt de PvdA. Na Kok zal een aanzienlijk deel van de kiezers opnieuw overtuigd moeten worden. Dat vergt allereerst een aansprekende partij waaruit een nieuwe Kok kan voortkomen, maar daar zit juist het probleem. Een dynamische partij en een succesvolle leider zijn een contradictie. In het huidige tijdsgewricht is een gesloten partijfront een basisvoorwaarde voor geslaagd leiderschap. Dat beperkt de mogelijkheden voor een partij om te opereren als creatieve organisatie. Elk `wild' idee zal immers onmiddellijk worden uitgelegd als verdeeldheid in eigen huis. Dus ontwikkelt elke partij die aan de macht deelneemt zich tot een applausmachine.

Dit welhaast natuurlijke gegeven relativeert de voornemens van alle kandidaat-voorzitters van de PvdA om de partij weer elan te geven. Ze zullen allemaal stuklopen op het feit dat macht en experimenten niet samengaan. Sterker nog, er is eerder sprake van een ontwikkeling in omgekeerde richting: naarmate de partij langer aan de macht zit, zal zij meer regenteske trekken gaan vertonen. De wijze waarop Kok de laatste maanden leiding geeft aan het land, daarbij kwispelend gevolgd door de PvdA-fractie, is hiervan een illustratie. Er was ooit een tijd dat Tweede-Kamerleden van de PvdA met Keerpunt 72 onder hun hoofdkussen sliepen, thans ligt daar het handboek Damage Control. Wat zou het bijvoorbeeld aardig zijn geweest als na Koks `redding van de monarchie' van afgelopen week er één PvdA-Kamerlid was opgestaan om een republikeins geluid te laten horen. Iemand die zich niet gestoord had aan de geschonden procedure, maar aan de uitlatingen van de koningin. Zijn ze er niet meer, of durven ze niet meer?

Halverwege de jaren tachtig werden in de PvdA de spreekwoordelijke luiken opengezet. Geradicaliseerd door een jarenlange oppositieperiode diende de partij weer met beide benen op de grond te komen, heette het. Een proces dat werd versneld doordat de PvdA in 1989 tot het regeren werd geroepen. Daarna zijn de luiken al gauw weer dichtgeslagen, want de met macht samenhangende atmosfeer mocht niet ontsnappen. De schuivende panelen zijn schurende panelen geworden. Het maatschappelijke debat is de afgelopen tien jaar niet geleid door de PvdA. De sociaal-democratische `successen' kunnen allemaal worden gerangschikt onder de categorie amendementen op de liberale trend.

Een politieke partij die de ambitie heeft een stimulerende rol te spelen in het maatschappelijke debat moet meer in huis hebben dan remparachutes. En dan gaat het niet om het aardige ideetje van de fractiespecialist tijdens de behandeling van de begroting van de minister van Volksgezondheid, maar om kwesties die buiten Den Haag volop spelen. Vraagstukken zijn er genoeg: Schiphol, de overige ruimtelijke inrichting van het land, de migratiestroom, de multiculturele samenleving, de werking van de democratie, de toekomst van Europa et cetera. In al deze grote kwesties is de PvdA niet meer leidend aanwezig, maar hobbelt de partij achter de meningsvorming aan. Deels omdat vrij debat niet samengaat met een centrumpositie in de macht, deels omdat alle politieke partijen veredelde bestuursmachines zijn geworden.

De PvdA gaat komende zaterdag het zoveelste interne debat voeren. Alle kandidaat-voorzitters beloven de partij als discussieplatform te zullen revitaliseren. Wat dat betreft is, ongeacht het antwoord op de vraag wie het congres als voorzitter zal kiezen, de zaak al geregeld. Maar het gaat niet om procedures die moeten worden veranderd, maar om andere instincten. Daar kan zelfs een PvdA-voorzitterstrio weinig aan doen. De PvdA wordt een goed congres toegewenst. Ondertussen gaat de steeds groter wordende buitenwereld door met het echte debat.