Resten

Als ik bij het kerkhof van Houthulst aankom drijft net een blauwe wolk over het land: de DOVO, de Belgische Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuig heeft achter de graven weer een partij WO I-munitie laten ploffen. Als een boer een granaat vindt steekt hij die in een van de gaten van de elektriciteitsmasten, waar de DOVO hem weer ophaalt. Per jaar altijd wel zo'n anderhalve ton afgezien van de gifgasgranaten die hier liggen te roesten.

De aarde perst nog steeds resten van de Grote Oorlog uit: knopen, gespen, messen, schedels, flessen, kogels, geweren, noem maar op.In Noord-Frankrijk werd vorig jaar nog een hele tank uit de modder gehaald.

Ik bracht een avond door bij Jacques Thorpe, een verwarmingsexpert die iedere vrije minuut besteedt aan de oorlog rondom zijn dorp Erquinhem-Lys. Hij laat een verroeste bajonet zien, vorige maand nog tussen het vuilnis weggehaald. Of een oude foto van een dorpsjongen in een Engels korporaalsuniformpje. ,,Hun mascotte.'' Vorig jaar organiseerde hij een klein monument voor de Engelse brouwersknecht Arthur Poulter, die in april 1918 tien gewonde makkers door zwaar machinegeweervuur in veiligheid bracht. Hij had er het Victoriakruis voor gekregen, en zijn brouwerij leverde tachtig jaar later nog de pils voor het feest. ,,Ik las alles over die soldaat. Ik ken hem nu vermoedelijk beter dan zijn eigen kleinkinderen.''

Achter een nieuwbouwwijkje ligt de plaats waar het gebeurde. We staan er een poosje te kijken, naar de gedenksteen met het verhaal van heldenmoed, naar de doorzonwoningen daarachter.