`Notoc vertelt expert alles'

De Bijlmerenquêteurs voelde vanmorgen gevaarlijke-stoffenexpert Van der Maat aan de tand.

Slechts één keer werd hij op de avond van de ramp met het El Al-vrachtvliegtuig in de Bijlmer geraadpleegd, maar desondanks speelde J. van der Maat, deskundige op het terrein van het vervoer van gevaarlijke stoffen, een cruciale rol. Hij was het die desgevraagd vaststelde dat er geen gevaarlijke stoffen aan boord waren geweest van het verongelukte toestel, die een extra risico met zich meebrachten voor de rampbestrijding.

Rond acht uur 's avonds rinkelde op 4 oktober 1992 de telefoon bij Van der Maat thuis, zo vertelde hij vanmorgen de enquêtecommissie. Het was voor zover hij zich kon herinneren iemand van de Rijksluchtvaartdienst (RLD), die hem over het ongeluk inlichtte en vervolgens inlichtingen vroeg over de lading. Van der Maat was op dat moment werkzaam als adviseur van de RLD en werkte bovendien voor het commerciële bedrijf Dangerous Goods Management.

De RLD'er had bij het telefoontje de notification to captain (notoc), waarop de gevaarlijke stoffen in de lading staan aangegeven voor zich. Samen met Van der Maat nam hij de lijst door. Staan er stoffen op uit klasse 7 (radioactieve stoffen), informeerde Van der Maat eerst. Dat was niet het geval. Ook stoffen uit klasse 1 (explosieven) kwamen niet op de lijst voor. Wat er wel op stond, behoorde slechts tot de veel onschuldiger categorieën 3, 8 en 9. Die zijn weliswaar geclassificeerd als gevaarlijke stoffen, maar zijn toch lang niet zo ernstig als de klassen 1 en 7.

,,Als expert kun je uit de notoc eigenlijk alles halen over gevaarlijke stoffen'', aldus Van der Maat. Op grond van wat hem werd voorgelezen, kwam Van der Maat al snel tot de conclusie dat er geen extra risico voor de brandweer op de rampplek bestond.

Over de mogelijke gevolgen van het verbranden van de lading voor de volksgezondheid had Van der Maat zich destijds niet speciaal gebogen, zo zei voor de commissie. Op dat terrein was hij ook niet bij uitstek deskundig.

Wel nam hij de volgende ochtend bij de Afdeling Vliegzaken van de RLD in Hoofddorp de beschikbare papieren nog eens door met medewerkers van dat kantoor. Daarbij kreeg hij ook een deel van de vrachtbrieven te zien, maar ook deze brachten hem niet tot andere conclusies omtrent het gevaar . Hij bevestigde echter dat hij destijds niet de volledige vrachtpapieren onder ogen heeft gehad.

Op verzoek van de commissie nam Van der Maat vanmorgen nog eens de hele notoc-lijsten voor de trajecten New York-Tel Aviv en Amsterdam-Tel Aviv door. De vervoerde gevaarlijke stoffen bestonden volgens hem vooral uit verf, lijm, spuitbussen, cosmetica en brandbare vloeistoffen.

Van der Maat bevestigde dat er DMMP, een grondstof voor het zenuwgas Sarin, aan boord had gezeten. Maar voor zover hem bekend geldt dat op zichzelf als ,,een minder gevaarlijke stof.'' Hij zei echter niet precies te weten of dit gevaren oplevert indien het verbrandt in de nabijheid van andere componenten van sarin (die ook aan boord van het El Al-toestel bleken te hebben gezeten).

Op de vraag of het wel eens voorkwam dat de papieren in orde waren maar de lading in werkelijkheid toch zaken bevatte die daarop niet vermeld stonden, antwoordde Van der Maat, die tot 1988 als controleur gevaarlijke stoffen van de overheid op Schiphol had gewerkt, dat dit wel eens voorkwam.

Zou het dus kunnen, vroeg commissie-voorzitter Th. Meijer naar aanleiding van een getuigeverklaring, dat er een kist met munitie in de lading zat, die niet als explosief in de papieren was vermeld? Van der Maat zei daar niet zeker van te zijn.

In verband met de aanhoudende onduidelijkheid omtrent 20 ton vracht van het El Al-toestel ondervroeg de commissie vanmorgen ook twee functionarissen van de Economische Controledienst (ECD). Beiden zeiden dat de ECD een paar maal heeft aangeboden hierover nader onderzoek in de Verenigde Staten te doen. Ook hadden ze gesuggereerd om de aard van deze lading te traceren via de verzekeraars van de betreffende goederen. Ze kregen echter steeds van de RLD te horen dat hieraan geen behoefte was.