Nederland `goes wild'

De Nederlander wordt steeds avontuurlijker: hij gaat liever zeezeilen rond Spitsbergen dan in de bus naar Benidorm. Al blijft het wel makkelijk als het vervoer van de bagage is geregeld en er een lunchpakket klaar ligt. Op de Op Pad Beurs kunnen avonturiers met al hun vragen terecht.

Een van de bezwaren van wild en primitief zijn, wonen in een hut in een oerwoud, slapen in een hangmat en gehuld gaan in een raffia rokje of peniskoker, is dat je om de haverklap bezoek krijgt van verantwoord ingeënte, ruim bemiddelde, goed geoutilleerde Westerse managers, organisatieadviseurs en accountants met videocamera's die na jaren reisreportages lezen en bekijken zelf ook eens thuis willen komen met een behoorlijk verhaal. De traditionele grens tussen globetrottende avonturiers en pantoffeldragende, centraal verwarmde afnemers van hun verslagen vervaagt, zeker nu de conjunctuur het zo leuk doet. Iedereen wil ineens naar Bhutan en bosjesmannen ontmoeten - nou ja, bijna iedereen. Want Ed Lodewijks, hoofdredacteur van het tijdschrift voor `actieve vakanties' Op Pad, telt zijn 55.000 abonnees ,,vooral onder goed opgeleide, kinderloze tweeverdieners tussen 25 en 45 die iets te verteren hebben. Die gaan het hele jaar door op reis.'' Uit de advertenties alleen al blijkt hoe gevarieerd het aanbod is: mountainbiken in Alaska, hiken in het Peruviaanse nevelwoud, zeezeilen rondom Spitsbergen, kanotochten voor vegetariërs, fietstoers voor actieve senioren, een interactief reisavontuur op Kamchatka, of gewoon naar de pruttelpoelen, papagaaiduikers en explosiekraters van IJsland, het is maar een kleine greep. En dit alles onder het motto `zonder leiding, behalve als het gevaarlijk wordt'.

Lodewijks signaleert een krimpende markt voor geheel verzorgde reizen in Europa. Die fase hebben we in Nederland gehad. Een doevakantie in Lapland of Transsylvanië - prima, maar dan zonder zo'n opgevoerde kleuterleidster die in een megafoon tettert dat je weer de bus in moet. Waar op dag vier de lunch zal zijn, hoeft de gemiddelde Nederlander niet meer maanden van tevoren te weten. Niet in Europa althans; bij het doorschrijden van Binnen-Borneo of een logeerpartij in een Toearegtent is begeleiding voorlopig nog wenselijk, blijkt uit de reisadvertenties. Deze brede tendens naar zelfstandiger, verder en riskanter reizen, begon in het klein. Lodewijks: ,,Vroeger was het maar een beperkte groep, die er fietsend of met de rugzak op uit trok. Dat wordt nu steeds meer een bezigheid van de massa. Het overgrote deel is hoofdzakelijk geïnteresseerd in wandelen en fietsen, en dan vooral in Nederland, Frankrijk en in toenemende mate de Britse eilanden.'' Nieuw is de trend om te fietsen met terreinbanden (niet noodzakelijkerwijs op een mountainbike) over onverharde, maar wel lekker rustige wegen.

De doelgroep van Op Pad wordt niet alleen groter, maar ook breder. Jonge gezinnen kiezen bijvoorbeeld voor ,,een standplaatsvakantie, en dan lekker bezig zijn. Dus niet vijf kilometer gaan wandelen - je moet wel hele dagen op pad gaan'', waarschuwt de hoofdredacteur. Er blijkt ook een ruime markt voor getemperd ontberen, bijvoorbeeld door overdag flink te lopen en de nacht niet door te brengen in een 's ochtends kletsnat opgerolde tent, maar in iets met dakpannen erop en warm stromend water erin. Populair is ook de individuele verzorgde reis, zoals voorgeprogrammeerd lange-afstands-wandelen met lunchpakket en gemotoriseerd bagagevervoer tussen de B&B's. En dan zijn er de echtparen die de kinderen de deur uit hebben: na twintig jaar Benidorm en/of camping Eldorado in Hoenderloo hervatten ze met een zucht van verlichting die geweldige wandel- en fietsvakanties van voor hun derde koopsompolis, met als eerste hindernis de vraag of ze een nieuwe lichtgewicht tent zullen kopen. Het alternatief, een knieval voor de horeca, is comfortabel en pijnlijk tegelijk, en vrijwel onomkeerbaar.

Deze en vergelijkbare vragen over verantwoorde verinniging van de band met de planeet waarop wij leven, zijn relatief makkelijk te beantwoorden op de jaarlijkse, massale Op Pad Beurs, met honderden stands van reisorganisaties, buitensportspeciaalzaken, verkeersbureaus en boek- en kaartwinkels. De Engelse bergbeklimmer Joe `Over the Edge' Simpson geeft één van de tientallen lezingen, er zijn workshops fietstas inpakken, satellietnavigatie, sneeuw- en lawinekunde en rissen bijeenkomsten in de categorie `lezers informeren lezers' (net als de hele beurs ook toegankelijk voor niet-lezers). Nieuw is een acht meter hoge ijsklomp bij de ingang, waarvan beursgangers de top mogen proberen te bereiken, zij het onder dermate deskundige leiding dat de reddingshelikopters waarschijnlijk aan de grond kunnen blijven. Het illustreert hoezeer de laattwintigste-eeuwse, overgeorganiseerde, vermogensopbouwende, hyperverzekerde, tweeverdienende, e-mailende Nederlander hunkert naar terrein en elementen, en zelfs naar een beetje risico. Lodewijks: ,,Als je vijf jaar geleden had voorgesteld: zet een ijswand neer, dan hadden we gezegd: leuk, maar wat moeten we ermee?''

De Op Pad Beurs wordt van 19 t/m 21 febr. gehouden in het Nederlands Congres Centrum, Churchillplein 10, Den Haag. Inl: 070-3141420. Openingstijden: 19 febr 12-19u, 20/21 febr. 10-17u. Entree: ƒ17,50, tweedagenkaart ƒ27,50. CJP en pas 65+ ƒ15. Kinderen tot 12 jaar ƒ5. OV: Vanaf Den Haag CS tram 7 of bus 4. Vanaf Den Haag HS tram 8 of 10.