Je schoen kwijt in Gent

Waarom zijn er eigenlijk zo weinig Belgische restaurants in Nederland? Dat is best vreemd, want je struikelt over de minder voor de hand liggende Urugayanen, Kroaten, Koreanen en Ethiopiërs. Ja, Ardenner ham en Brussels lof, die zie je nog wel eens op een menukaart staan. En Vlaamse frieten. Geen frituur doet het tegenwoordig zonder – wat daar overigens `Vlaams' aan is, blijft nogal duister. Maar waar zijn de restaurants die Gentse waterzooi, Oostendese garnalenkroketjes, waterkonijn of landkonijn in kriekenbier serveren? Juist. Er zat dus niets anders op dan zelf maar naar België te gaan.

Dat is sowieso een goed idee, want het is bij de zuiderburen ook altijd goed boodschappen doen. Alleen al het geuriger brood is reden genoeg om de grens over te gaan. Nog afgezien van de verrassingen waar je altijd tegenaan loopt: een spannend wildpasteitje, een maf trappistenkaasje of een straf kloosterbiertje. En bovendien regeert het grutterdom er nog niet zo erg als hier. Een voorbeeld: als je daar bij een willekeurige slager een ons rauwe ham bestelt, krijg je hooguit drie dikke plakken. En niet tien, zoals hier, met dat vermaledijde plastic ertussen. Anders kleven de vleeswaren zo aan elkaar, liegen de Nederlandse slagers dan altijd. Maar plastic is per ons nu eenmaal goedkoper dan rauwe ham. En dat die folietjes dat plakken alleen maar bevorderen, dat...

Maar goed, laten we ons niet opwinden. We gingen naar België, naar Gent. Dat is een aardige bestemming, want het centrum heeft met al die `leien' en zestiende-eeuwse gevels veel van Brugge weg. Maar dan zonder al die touringcartoeristen. En er is een uitbundig aantal veelbelovende eettentjes. Eén daarvan – het is een willekeurige keuze – ligt in het schootsveld van `Dulle Griet', het reusachtige kanon dat sinds Bourgondische tijden deel uitmaakt van het Gentse straatmeubilair.

`De Zoeten Inval' wordt uitgebaat door één man, die zowel de bediening doet, als achterin het oude café-achtige pandje in een klein keukentje achter de pannen staat. Veel gasten zijn er niet. Alleen, zo te zien, wat kennissen van de baas, die achterin rond een fles wijn zitten te keuvelen.

Een kaart ontbreekt - altijd een goed teken. Op een bord staat het drie-gangen-menu van 750 frank vermeld, met lekkere, meest simpele gerechten. Zo zijn er vooraf garnaalkroketjes of oesters, maar er is ook `bavarois van ganzenlever'. De hoofdgangen: kalfsniertjes met mosterdsaus, lamsmédaillons met dragonsaus, tournedos met bordelaisesaus. Helaas ontbreken deze avond de paling in 't groen en de waterzooi van vis. We nemen daarom oesters vooraf, en serrano-ham met meloen. Daarna wel heel rijke sliptongen in `looksaus' en de lamsmedaillons. Top. Drie soorten kaas toe.

De avond is nog veel te jong om naar het hotel te gaan, dus na een frisse neus langs de Graslei te hebben gehaald, werd café `Dulle Griet' de volgende halte. Het goede van Belgische cafe's is dat ze meestal worden gerund door de eigenaars. Dat is een wezenlijk verschil met de Nederlandse horeca, waar negen van de tien keer mokkende uitzendstudenten vooral `een andere wijk' staan te hebben. Ook hier lijkt op deze woensdagavond met name de kennissenkring van de baas verzameld. `Trappistenbier' had de gevel beloofd en dat is geen leugen. Maar liefst 250 soorten worden hier geschonken. De emaillen reclameborden van al die brouwerijen en brouwerijtjes schreeuwen aan de bruine muren om aandacht.

Eén bier wint de aandachttrekkerij: `Max'. Het wordt uitgeschonken in een apart, heel hoog glas dat voor het evenwicht steun vindt in een houten standaard. En dan gebeurt er iets vreemds: wie een glas bestelt, blijkt zijn schoen te moeten uittrekken en deze in een mandje naar het plafond te laten hijsen. Gaat het hier om een eeuwenoude Gentse traditie? Welnee, legt de waard uit, ,,anders worden die glazen maar gejat.''

Restaurant `De Zoeten Inval' Kammerstraat 21 Gent, Di t/m za 12u-14u en 18u-23u

Café `De Dulle Griet' Vrijdagmarkt 50 Gent, Dagelijks 12u-01u