Je lokt allochtone jongeren met dans

De belangstelling voor dans loopt terug, volgens een onderzoek van het ministerie van OC&W. Onzin, vindt choreografe en danseres Andrea Leine:

,,Ik rende de coulissen uit en toen, paf!, voelde ik iets knappen. Ik wist meteen dat het niet goed zat. Omdat het binnen het eerste kwartier van de voorstelling gebeurde en we nog een uur te gaan hadden, was het onmogelijk de voorstelling voort te zetten. Gelukkig kon een stagiaire mijn rol overnemen en zijn veel toeschouwers de volgende dag teruggekomen om het stuk nog een keer te zien.''

Danseres en choreografe Andrea Leine (Amsterdam, 1966) liep onlangs tijdens de voorstelling Byrd van haar dansgroep Leine en Roebana een gescheurde kuitspier op. Hoewel ze veroordeeld is tot enkele weken rust reageert ze nogal laconiek op het incident: ,,Dansers lopen continu blessures op''. Van stoppen wil ze dan ook niet weten. ,,Ik ben nog lang niet uitgedanst. De noodzaak om verder te gaan is er nog steeds.''

De dans heeft toekomst, vindt Leine. Het onderzoek naar de problemen binnen de danssector, dat bureau Driessen uitvoert in opdracht van het ministerie van OC&W, gaat volgens haar uit van een te negatief uitgangspunt. Het ministerie signaleert een teruglopende publieke belangstelling voor dans en probeert in gesprekken met dansers, choreografen, programmeurs, recensenten en schouwburgdirecteuren te achterhalen wat de reden daarvoor is. Meer subsidie aan minder gezelschappen, de ontwikkeling van stadsgezelschappen en het opzetten van één centraal promotiepunt voor landelijke danscampagnes zouden volgens onderzoeksbureau Driessen de dans uit het slop moeten halen.

,,Ik heb nog steeds niet genoeg reden om aan te nemen dat er geen publiek is voor dans'', zegt Leine. ,,Volgens sommigen zou de toegankelijkheid moeten worden vergroot, maar met dat begrip heb ik niks. Wie bepaalt wat toegankelijk is? En is een toegankelijk stuk ook een goed stuk? Als het waar is dat mensen steeds meer alleen maar makkelijk zappend op de bank willen zitten, dan betekent dat inderdaad de doodsteek voor de kleinschalige podiumkunsten. Maar volgens mij valt het wel mee. De afgelopen week hebben we in Amsterdam avond aan avond voor een uitverkochte zaal opgetreden.''

Het bereiken van het publiek is volgens Leine het grootste knelpunt. ,,Er is genoeg belangstelling voor dans, mensen moeten alleen weten dat een voorstelling er is'', zegt zij. ,,Het budget voor publiciteit is vaak nogal beperkt en dat moet verbeterd worden. Voor Byrd hadden we voor het eerst een wat groter budget voor posters en flyers en dat was meteen merkbaar in de bezoekersaantallen. Als een theater zich extra inzet door bijvoorbeeld een extra mailing te versturen, een voorbespreking te houden en zich echt als gastheer op te stellen ten opzichte van het publiek, dan komen mensen wel.''

Vooral bij kleine, onafhankelijke groepen met weinig financiële middelen is publiciteit een ondergeschoven kindje. ,,Leine en Roebana ontvangt ondertussen wel structurele subsidie, maar het bedrag dat we nu op jaarbasis via het Kunstenplan te besteden hebben, is lager dan wat we kwijt waren aan de laatste twee projecten'', vertelt de danseres. ,,Door dat constante gebrek aan geld kan je ook nooit iets extra's doen, zoals een speciaal decor, een live-muzikant op het podium of het inhuren van iets meer dansers. Geld voor een mooie kleurenposter of een advertentiecampagne is er al helemaal niet. Sponsors, zoals bij ons Phillip Morris, kunnen veel betekenen, maar Nederland mist een sponsoringtraditie op het gebied van dans. Wat dat betreft is dans achtergebleven bij muziek, waar sponsoring heel gewoon is.''

Naast financieel gebrek kampen kleine dansgroepen ook met andere praktische problemen. ,,De nieuwe wet op verblijfsvergunningen maakt het heel moeilijk om dansers van buiten de EG langer dan de duur van één project vast te houden'', zegt Leine. ,,Zodra een voorstelling stopt en het contract afloopt, moeten de buitenlanders meteen het land weer uit tenzij ze al een volgend contract hebben. Eén van onze dansers bijvoorbeeld moet terug naar Amerika zodra Byrd afloopt. Zo kan je niet verder werken aan een nieuw project. Alle groepen die werken met ad hoc formaties op basis van projectsubsidies kennen dit probleem. Het is de verantwoordelijkheid van de politiek om een betere oplossing te vinden voor het probleem van werkvergunningen. Dansers komen vanuit de hele wereld naar een centrum als Amsterdam om hier te werken. Ik denk dat de overheid moet erkennen dat dans universeel en internationaal is.''

En juist dat universele karakter is volgens Leine de reden waarom er een belangrijke maatschappelijke rol voor dans is. ,,Vooral in een multiculturele samenleving als de onze kan dans functioneren als een universele taal van de toekomst'', bepleit zij. ,,Lichaamstaal is de eerste taal die iedereen spreekt. De grens tussen dans en taal is vaag. Daarom denk ik ook dat dans bij uitstek geschikt is om allochtone jongeren naar de theaters te lokken. Dans zit bovendien diep geworteld in het dagelijks leven van veel zuidelijke culturen waar men in cafés en op straat danst. In Nederland, waar mensen over het algemeen een stuk minder fysiek zijn ingesteld, bestaat dans eigenlijk voornamelijk in de geïsoleerde context van theaters en dansscholen. Als dans verdwijnt dan is er iets essentieels weg.''

Leine is van mening dat door dans zowel dansers als toeschouwers het lichaam opnieuw ontdekken. ,,In deze tijd van medische ontwikkelingen en een steeds verder gaande maakbaarheid van het lichaam, laat dans de kwetsbaarheid van het lichaam zien'', zegt de danseres terwijl ze een onwillekeurige blik werpt op de krukken naast haar stoel. ,,Dans is hier en nu. Door het fysieke contact dat je iedere avond weer met het publiek maakt, laat je toeschouwers hun eigen lichaamlijkheid beleven. Vanwege mijn blessure zit ik nu veel in de zaal en kan ik de reacties van het publiek eens goed bekijken. Laatst zat ik achter een man die met kleine hoofd- en lichaamsbewegingen vanuit zijn stoel meebewoog met het stuk. Dat is het allermooiste. Zo iemand zit helemaal in de voorstelling en ondergaat de puur kinesthetische ervaring van dans. Hij zal zich ook niet afvragen waar het nou eigenlijk over gaat, maar ziet dans voor wat het eigenlijk is: directe communicatie.''

Byrd van Leine en Roebana is nog tot en met 19 april te zien in diverse Nederlandse theaters. Inl: 020-6270455.