Itzik Galili's dansers hebben hun eigen dromen

Nocturnal Lament (Nachtelijk Klaaglied) noemt Itzik Galili het tweede programma van zijn Noordnederlands dansgezelschap Galili Dance. Dat voorspelde al dat het niet zou gaan om een van vrolijkheid overlopend avondje en dat werd het ook niet. We zien dolende, eenzame, verloren zoekende zielen in fraai belichte, effectief troosteloze toneelbeelden (van Ascon de Nijs), zowel in Anouk van Dijks Call it a day als in In Remains van het kopppel Roni Haverman/Guy Vaizman. Bij Van Dijk overheerst de absurde abstractie. De zes individuen hebben nauwelijk iets met elkaar te maken. Ze verschijnen en verdwijnen nogal willekeurig in en achter een groot, gescheurd, scheefhangend zeil waaronder een roestige buis uitkomt. De bewegingen zijn, zoals te verwachten valt bij Van Dijk, complex, grillig en soepel. Lichamen en ledematen zwikken, zwaaien, zwieren, wiegen, wiebelen, wankelen en wervelen vrij door de ruimte. De sluikvallende kostuums – vormloze jurkjes voor de meisjes en slobberige T-shirts en wijde broeken voor de jongens – benadrukken het gevoel dat er vooral nergens iets echt expliciet mag zijn. Veel verband tussen muziek, mensen en opeenvolging van dansdelen heb ik niet kunnen ontdekken. Op het netvlies en in de hersenen blijft een wirwar van knappe, uiterst dynamische acties over, die als totaal toch geen pregnante indruk achterlaten. Het is lovenswaardig dat Galili zijn dansers een kans geeft hun choreografische ambities te realiseren, maar ik vraag me af of dat op dit moment en in dit geval wel echt verstandig en nodig was.

Roni Haver en Guy Vaizman zijn twee dansers die al heel wat gezamenlijke professionele ervaring achter de rug hebben en ze voelen zich duidelijk thuis in een dansidioom dat uitgaat van kracht en van risico's nemen aan de ene kant en broze verstilling anderzijds. In hun In Remains rollen en vallen de lijven van hun vijf uitvoerenden regelmatig met grote heftigheid over en op de vlakke en deels schuin oplopende vloer. De energie-uitbarstingen monden uit in dromerige poses. De uitgekiende belichting zorgt voor mooie, wat melancholieke beelden die aansluiten bij Arvo Pärts tere klanken. Het werk schijnt te gaan over verandering, het nemen van besluiten en over de angst, de treurnis en de eenzaamheid waarmee dat gepaard kan gaan. In de choreografie is me dat niet duidelijk geworden. De dansers blijven volkomen in een eigen wereld ingekapseld en de theatrale elementen wegen zwaarder dan de choreografische compositie.

Gelukkig liet het slotnummer The Drunken Garden, van Galili zelf, een heel wat positievere indruk achter. De zeven dansers begeleiden zichzelf met een pittige door Michael Grens ontworpen en door de dansers zelf voortgebrachte geluidscompositie: handen slaan op de vloer, de dijen, de armen en allerlei andere lichaamsdelen en de strak ritmisch uitgesproken teksten of flarden daarvan doen de lichamen met precisie en vaart bewegen. Er is een mooie opbouw in spanning, herhalingen worden doorbroken door onverwachte wendingen en de belichting zorgt niet alleen voor mooie plaatjes, maar krijgt ook een reële functie. Wat The Drunken Garden ook aantrekkelijk maakt, zijn de kleine, speelse en vaak venijnige elementjes die een verademende relativering teweegbrengen. De kleurige, stijf uitstaande kostumering versterkt het idee dat het hier gaat om een verzameling dwarse personages die zo hun eigen ideeën en dromen hebben. Het niet volledig geslaagde programma wordt uitgevoerd door zeer sterke en kundige dansers, die jammer genoeg weinig variatie in die kracht en kundigheid (kunnen) laten zien.

Gezelschap: Noord Nederlandse Dans/Galili Dance. Nieuwe werken: Call it a day, choreografie: Anouk van Dijk.

In Remains, choreografie: Roni Haverman/Guy Vaizman. The Drunken Garden, choreografie: Itzik Galili. Belichting: Renze Torensma. Gezien: 26 februari, Stadsschouwburg De Harmonie, Leeuwarden. Toernee t/m 8 mei. Inl. (050) 579 94 41