Een nieuwe enquête

Politieke vervolging is seizoensgebonden. In de winter- en lentemaanden is er minder politieke onderdrukking in de wereld dan in de zomer en herfst. Dat valt af te leiden uit de maandelijkse cijfers over de instroom van asielzoekers in Nederland over het afgelopen jaar. Het hoogste aantal nieuwe asielzoekers meldde zich aan in september (5.107) en het laagste aantal in februari (2.543). Januari van dit jaar meldden zich 3.500 mensen aan. Een verschil van dertig procent met augustus vorig jaar.

Waar zit de fout in deze redenering? In de definitie van asielzoekers. Omdat Nederland als eis hanteert dat vluchtelingen die hier binnenkomen politiek vervolgden moeten zijn in de zin van de Conventie van Genève, melden ze zich allemaal aan als asielzoekers. Dat is voor een aantal zeker het geval. Maar voor een veel groter aantal geldt dat het landverhuizers zijn, op de vlucht voor geweld, burgeroorlogen, economische stagnatie en maatschappelijke uitzichtloosheid. Ze komen niet als politiek vervolgden, maar als vluchtelingen die hopen op een beter en veiliger bestaan voor zichzelf en hun kinderen.

De reden voor de seizoensschommelingen in de asielstroom is gelegen in het reispatroon. Vluchtelingen komen niet als individuen, maar in clusters, veelal met bemiddeling van `agenten'. Per land van herkomst zijn de verschillen groot. Zo nam naarmate het jaar 1998 vorderde het aantal asielzoekers uit Irak, Azerbajdzjan en Soedan maandelijks toe, maar nam dat uit Bosnië-Herzegovina, Joegoslavië en Afghanistan na de zomerpiek af.

Nederland heeft een immens probleem met de instroom van asielzoekers. Dat wordt gelukkig eindelijk erkend. Begin dit jaar waarschuwde staatssecretaris Cohen (Justitie) dat het vraagstuk zou `ontploffen'. Cohen is de eerste bewindspersoon die het probleem niet verdoezelt achter zalvende woorden. Hij zei te verwachten dat dit jaar zo'n 65.000 asielzoekers naar Nederland zullen komen. Om de gedachten te bepalen: dat is het aantal inwoners van een gemeente zoals Lelystad. Vorig jaar is in totaal 2,2 miljard gulden uitgegeven voor asielzoekers door Justitie (1,9 miljard), Onderwijs (100 miljoen) en Binnenlandse Zaken (200 miljoen). Bijna net zoveel als het budget van staatssecretaris Van der Ploeg voor Cultuur.

De toestroom van vreemdelingen is geen exclusief Nederlands probleem. In de Europese Unie ruziën de bewindslieden van Justitie vruchteloos over een oplossing van het vraagtuk. Aangezien dit tot de zogenoemde `derde pijler' van de EU behoort, is het onderworpen aan intergouvernementele samenwerking. De wil tot samenwerking is gering: landen hebben uiteenlopende belangen. Er bestaat geen Europees vreemdelingenbeleid en de nationale staten zijn niet van plan hun soevereiniteit op dit terrein op te geven. Vreemd: de EU heeft de binnengrenzen afgeschaft, maar de buitengrenzen aan de nationale staten overgelaten. De asielzoekers zwerven ondertussen over de kaart van de Europese Unie.

Eind vorig jaar heeft minister Van Boxtel (Grote Steden) in een nota vastgesteld dat Nederland een `immigrantieland' is geworden. Dat is waar in de letterlijke zin – er komen meer vreemdelingen naar Nederland dan er Nederlanders vertrekken – en niet waar. Nederland is geen immigratieland zoals Zuid-Amerikaanse landen, de Verenigde Staten, Canada of Australië zijn, of zijn geweest. Die landen hanteren quota voor toelating en criteria voor beroepsvaardigheden, ze beschikken ook over de geografische ruimte en kennen een traditie van assimilatie met de taal, de vlag, het volkslied en het geloof in het nieuwe land als symbolische elementen. Nederland, de inburgeringscursussen ten spijt, mist dat. Nederland (en andere EU-landen) importeert wel de gewelddadige politieke conflicten uit de landen van herkomst – zie de Koerdenrellen van deze week.

Politiek Den Haag richt zich hier niet op. De aandacht gaat naar de incidenten, de tekortkomingen in de opvang.

Er is een ander verwaarloosd aspect: wat gebeurt er na toelating. Daar tekenen zich knelpunten af waarvoor de autoriteiten horende doof en ziende blind zijn en die alleen maar ernstiger zullen worden: bij het onderwijs, de huisvesting, de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, de sociale zekerheid. De stelsels die het poldermodel na de Tweede Wereldoorlog heeft opgebouwd, voorzien niet in de jaarlijkse opvang van een `nieuw Lelystad'.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Vanaf de val van de Muur in 1989 en de burgeroorlog in Joegoslavië is de toestroom explosief toegenomen. Het beleid liep achter de ontwikkelingen aan en was niet in staat om een nieuwe visie op de veranderde omstandigheden in de wereld te formuleren.

Wat het aantal aangemelde asielzoekers betreft is Nederland in absolute aantallen de één na grootste (na Duitsland) en relatief de grootste in de EU.

Wie waren hiervoor verantwoordelijk? Politiek gezien de ministers en staatssecretarissen van Welzijn en van Justitie uit de kabinetten Lubbers en Kok. Zij hebben het vluchtelingenvraagstuk behandeld als een humanitair probleem dat langs bureaucratische weg kon worden aangepakt. Maar de bureaucratie faalde en de context veranderde van individuele asielzoekers in die van georganiseerde mensensmokkel.

Het politieke discours dekte steeds minder de werkelijke lading. Hier dringt zich de vergelijking met de Bijlmerramp op. Het vluchtelingendossier vraagt dan ook om de volgende parlementaire enquête.