Dolle jacht op de bitterballen

Ze drinken veel, leven in kuddes en praten het liefst over geld. In het land waar ze tijdelijk verblijven zijn ze nauwelijks geïnteresseerd. Beknopte zedenschets van de expat-cultuur.

EXPATS ZIJN net schapen. Wie het beestje in zijn natuurlijke omgeving observeert, moet wel tot die conclusie komen. Expats zijn echte groepsdieren. Ze trekken erg naar elkaar toe, zo in den vreemde. Bij elkaar vinden ze geborgenheid en herkenning en kunnen ze naar hartelust klagen over `die botte Russen' of `die kille Engelsen'. Ze doen van alles, als het maar samen met andere expats is. In Rome gaan ze samen op archeologische excursie, in Moskou samen zwemmen in de Moskva. Er wordt vooral samen veel gedronken.

Het expat-Walhalla zijn de Ierse pubs die je werkelijk in bijna alle hoofdsteden op deze aardkloot kunt vinden. Australiërs werken er hard aan hun O.E. (overseas experience), zij aan zij met andere expats. De Irlandski Bar in hartje Moskou was lange tijd de enige echte kroeg in de stad en daarom een magneet voor de expats. Russen kwamen er niet, daar waren de prijzen te hoog voor. De expats vonden er een begrijpend oor wanneer ze vertelden hoe gênant het wel niet was toen ze laatst uit de dollar-winkel kwamen, tassen vol zalm en bananen zeulend, terwijl er Russen langsliepen die nog nooit een banaan hadden gezien, laat staan zich er een konden veroorloven.

Expats tref je bijzonder vaak aan op de nationale ambassades. Daar wordt voortdurend geluncht en geborreld, op kosten van de belastingbetaler natuurlijk. De ene expat ontmoet er de andere en het afspraakje voor de gezellige barbecue volgend weekend is zo gemaakt. Hollanders kunnen er op Koninginnedag hun vaderlandsliefde bedrijven en hun heimwee verdrijven. Terwijl Claus en Beatrix vanaf de muur toekijken, zingen zij daar uit volle borst het Wilhelmus om vervolgens de jacht te openen op de jenever en de bitterballen. En maar ouwehoeren over geld. `Wat heb je daar nou voor betaald?' en `Hoeveel betaal jij je werkster?'

Alle expats borrelen, maar lang niet alle expats werken. Vele dames die als expat door het leven gaan, hebben geen baan. Gewoon omdat ze niet willen en hoeven te werken omdat hun man genoeg verdient. De schoonmaakster zit bij wijze van spreken bij de huur inbegrepen en de kinderen zitten de hele dag op de Internationale School. Dus hebben de dames alle tijd om, jawel, samen met andere vrouwelijke expats uitgebreid te lunchen, zich te verdiepen in kunst of met clubjes als The Dutch Tulips het bloemschikken onder de knie te krijgen. Je moet wat, nietwaar, terwijl manlief druk is met zijn ambities. ,,Nee, ik werk niet, mijn man is diplomaat'', zei een goed geconserveerd Chanelpakje laatst op een ambassadeborrel in Rome. En zo gaat het vaak: de man wordt uitgezonden, de vrouw volgt.

De expat-gemeenschap is hechter, het `wij-en-zijgevoel' sterker, naarmate de tijdelijke standplaats exotischer is. Peking kent een bruin jazz-café waar weinig Chinezen en veel westerlingen elkaar opzoeken. Wie er binnentreedt, laat China achter zich en stapt het Westen binnen. Expats voelen zich er direct thuis, halen de groene flappen uit hun zak en roepen `Three Heineken, please!' Het is een verademing voor de journalisten, diplomaten en zakenlui die er voor even hun eenzaamheid verdrijven. Sommigen zouden het liefst eeuwig aan de bar blijven hangen en de deur naar dat vreemde China dicht houden.

Het kuddeinstinct van expats zorgt dat er van integreren vaak niets terechtkomt. Velen proberen het niet eens. ,,Hoe bedoel je, autochtonen leren kennen? Ik praat toch af en toe met mijn Russische chauffeur'', verklaarde Andreas, de Duitse tv-journalist. Dit prototype van een expat woonde en werkte in Moskou, sprak geen woord Russisch maar was wel van de vroege ochtend tot de late avond bezig met indringend nieuws over land en volk. In het weekeinde verpoosde hij zich met andere Duitsers in de exclusieve restaurants van vijfsterrenhotels. Als ware expat interesseerde hij zich maar matig voor de trotse natie waar hij tijdelijk verbleef. Waar Andreas woonde deed er niet zoveel toe, als hij maar binnenliep en op de carrièreladder steeg. Na drie jaar zei Andreas Moskou vaarwel en vertrok naar een ander belastingparadijs, Cyprus. Ook daar werd hij weer verdacht veel met andere Duitsers gesignaleerd.

Omdat ze de taal niet spreken, duiken expats in Engelstalige kranten, zoals in Moskou The Moscow Times. Het artikel op de voorpagina over zwerfkinderen slaan ze over om snel door te bladeren naar de bespreking van het nieuwste Armeense restaurant. Het stukje vermeldt ook wat een etentje bij die Kaukasiërs moet kosten, in dollars dan. En daar gaan ze, met een groepje, lekker exotisch eten en meemaken hoe die gekke Armeniërs serviesgoed kapot gooien. Rare jongens, die expats.