Digitale en groene kennisdromen

Volgens sommige Internetprofeten maken we het ontstaan van een nieuwe economie mee die ons van alle traditionele economische problemen kan verlossen. Het scala van deze profeten is breed, maar laten we ons vandaag tot twee soorten beperken. Er zijn de kabelboeren zoals Maurice de Hond die alle beleidsmakers vervloeken die nog in fysieke infrastructuur buiten de telecom investeren. En dan heb je nog de ecologen die denken dat we ons in dit stuk van de wereld kunnen beperken tot milieuvriendelijke, eventueel via de kabel te transporteren kennisdiensten `met een hoge toegevoegde waarde'. In beide gevallen gaat het om extreme uitwerkingen van het idee dat we naar een (bijna) pure, immateriële diensteneconomie evolueren.

Ik probeer me dat voor te stellen: een economie zonder landbouw en industrie, met alleen dienstverlening. Alle materiële producten zouden dus moeten geïmporteerd worden, dus gemiddeld van verder komen dan nu – en al helemaal als ook onze buurlanden op dit onzalige concept zouden overschakelen. Zoiets moet toch tot meer transport en dus tot een grotere behoefte aan transportinfrastructuur leiden? Vanuit ecologisch oogpunt overigens inefficiënt transport, want zonder retourvracht. (En wie zegt dat elders schoner zou worden geproduceerd? Maar dat terzijde.)

In (het overigens niet oninteressante boek) De Minister; Een Handboek (Bert Bakker, 1998) koestert Jo Ritzen de – minder extreme – droom in de haven Rotterdam even veel toegevoegde waarde per ton te laten overslaan als in Amsterdam (10 keer zoveel) of Vlissingen (100 keer zoveel!). Een lofwaardige doelstelling, zeker. Maar behoeven wij in de kenniseconomie geen bulkproducten meer zoals olie, graan of T-shirts? Of mogen die alleen maar heel veel waard zijn? Overigens leidt productie met een hoge toegevoegde waarde alleen al tot veel producten die er net iets anders uitzien, en zodoende tot meer transport én in kleinere reeksen... Bovendien, al die producten die we via het Internet in het buitenland gaan bestellen, hoe moeten die hier geraken? Alleen via – toegegeven: breedband – kabeltjes?

Langs de andere kant: hoe zullen we onze kennisintensieve diensten bij onze afnemers brengen? Het is zeker waar dat enkele nieuwe en oude producten en diensten via Internet kunnen verstuurd worden – muziek, video, software, kranten, desnoods boeken, ontwerpen, adviezen en rapporten; maar wat nog meer? Als gevolg van videoconferencing zullen we ongetwijfeld af en toe minder reizen, maar geloven we echt dat dit in absolute cijfers minder wordt als we de export van onze kennisintensieve diensten van nu 3% naar 100% willen opdrijven? Zullen we echt geen persoonlijke relaties elders moeten aanknopen? Denken we echt veel te kunnen verkopen zonder geregeld de hort op de gaan? Zullen we adviseren zonder ter plekke te onderzoeken? Zal ons kwaliteitsimago zo hoog zijn dat iedereen zegt: stuur het ons (wat?) ongezien; de prijs is van geen tel! Intussen is het een feit dat de export van hoogwaardige diensten vooral via het uitsturen van specialisten plaatsvindt. Waar komt al het personenverkeer op dit ogenblik overigens vandaan? Echt alleen uit onze mobiliteitsverslaving?

De tegenstelling tussen kennisintensiteit en transportintensiteit of tussen investeren in fysieke infrastructuur dan wel kennisinfrastructuur is dan ook een kunstmatige. Ik vrees dat het ene en het andere letterlijk en wellicht zelfs meer dan lineair met elkaar samenhangen. Zelfs Bill Raduchel van Sun Microsystems, dat zoveel aan Internet verdient, stelt dat de Boeing 747 het noodzakelijke complement is van dat net. Als De Hond c.s. niet uitkijken, loopt hun digitale economie straks vast op een tekort aan fysieke infrastructuur! Niet dat er niets gedaan moet worden om de fysieke infrastructuur efficiënter te benutten (en dan wachten we met spanning op het eerste verstandige voorstel van de ANWB), maar het lijkt me duidelijk dat de dromen van onze Internetprofeten de mobiliteitsproblemen alleen maar groter dreigen te maken. Met een exclusieve specialisatie van Nederland op kennisintensieve dienstverlening zouden we al snel met twee Rotterdams en vijf Schiphols en véél méér beton niet toekomen.

Ik zie twee grote oorzaken voor deze fantasieën. Ten eerste een traditie van modellenmakerij zonder overdreven aandacht voor hoe de economie werkelijk in elkaar steekt. En daarnaast het misverstand dat we zouden evolueren naar een pure diensteneconomie. Toegegeven: in termen van economische waarde en werkgelegenheid domineert de dienstensector. Maar dat komt door de merkwaardige paradox dat landbouw en industrie in die termen bijna onzichtbaar geworden zijn, omdat ze zo efficiënt, productief en kennisintensief zijn! Een efficiency en productiviteit die overigens ondersteund wordt door gespecialiseerde kennisdiensten. Omgekeerd zijn diensten in dezelfde termen zoveel waard, omdat ze relatief weinig productief zijn! Maar daardoor dreigen we te vergeten dat in volume de agrarische en industriële productie nauwelijks is afgenomen (een zekere miniaturisering en gewichtsverlaging niet te na gesproken). Maar het zijn wel deze volumes die getransporteerd moeten worden!

De economie van morgen wordt absoluut kennisintensiever, maar zal een gebalanceerde mix blijven van relatief regionaal geconcentreerde industriële, agrarische en dienstenspecialisaties die ook veel met elkaar te maken hebben. En gelukkig maar!