Belastingvrije winkels blijven EU verdelen

Belastingvrij winkelen blijft de gemoederen in de Europese Unie bezig- houden. De Europese Commissie ziet geen reden de afschaffing per 1 juli uit te stellen. Bondskanselier Schröder zet het onderwerp weer op de agenda.

De staats- en regeringsleiders van de Europese Unie gaan waarschijnlijk voor de tweede keer in korte tijd over belastingvrij winkelen praten. Vorig jaar december waren de belastingvrije winkels op luchthavens en veerboten een punt van onenigheid tijdens de top van Wenen.

De Duitse bondskanselier Schröder heeft gisteren gezegd te overwegen om de duty free shops opnieuw op de agenda te zetten voor de bijeenkomst van de regeringsleiders in maart in Berlijn.

Tijdens die top moeten de Europese regeringsleiders trachten om hun nog altijd diepgaande meningsverschillen over de lange-termijnfinanciering van de EU te overbruggen. Als hen dat niet lukt, riskeert de EU een grote crisis. Veel tijd voor belastingvrije drank en sigaretten zullen ze op die bijeenkomst niet hebben. Maar diep in de nacht kunnen de belastingvrije winkels een rol spelen. Dan kan het onderhandelingsmateriaal worden. Het toegeven bij het meningsverschil over belastingvrij winkelen kan dienen als goedwillend gebaar om concessies op belangrijker punten af te dwingen.

Al in 1991 besloten de Europese regeringsleiders dat belastingvrij winkelen bij reizen binnen de EU met ingang van 1 juli van dit jaar afgeschaft moest worden. Sindsdien heeft een onvermoeibare lobby van de belastingvrije winkels tegen deze maatregel verzet. Die betoogde dat 136.000 arbeidsplaatsen op het spel stonden. Toen de belastingvrije winkels hun zaak bijna verloren hadden, gingen ze vorig jaar pleiten voor verlenging van de overgangstermijn die al sinds 1991 heeft geduurd.

Ze hadden ook tegenstanders. Dat zijn winkeliers in de vijftien lidstaten van de EU die de belastingvrije verkopen als oneerlijke concurrentie zien. Ierland heeft zich verwoed ingespannen om de sluiting van de winkels te voorkomen. Maar daarvoor zou een unaniem besluit van de EU-lidstaten nodig zijn. Bovendien zou eerst de Europese Commissie een voorstel daarvoor moeten presenteren. Europees commissaris Monti (interne markt) toonde zich daartoe niet bereid. Hij wist zich gesteund door lidstaten als Denemarken en Nederland, die er mordicus tegen waren om ten behoeve van de belastingvrije winkels een uitzondering op de regels van de interne markt van de EU te maken.

Vorig najaar keerde het tij echter. Groot-Brittannië en Duitsland maakten zich plotseling breed voor het belastingvrije winkelen. Het was een zaak die Europa dicht bij de burger bracht, betoogde de Britse premier Blair. Europa kan niet tegelijkertijd het probleem van de werkloosheid aanpakken en banen bij belastingvrije winkels afschaffen, meende de Duitse bondskanselier Schröder. Hij dacht vooral aan de Butterfahrten, de populaire boottochtjes vanuit Sleewijk-Holstein om buiten de territoriale wateren belastingvrije inkopen te kunnen doen.

Zo kwam de zaak op tafel tijdens de top van de regeringsleiders in december in Wenen. Premier Kok toonde zich bereid tot ,,enige geste'' naar de tegenstanders van de sluiting van de belastingvrije winkels met ingang van 1 juli, door de mogelijkheid van uitstel in overweging te willen nemen. Maar meer dan enkele maanden zag hij niet zitten.

De regeringsleiders besloten de Europese Commissie opdracht te geven om een rapport op te stellen over de gevolgen van de sluiting voor de werkgelegenheid en over een mogelijke ,,beperkte uitbreiding van de overgangsperiode'' voor afschaffing van het belastingvrije winkelen binnen de EU. Dat rapport wilden de regeringsleiders op de top van maart in Berlijn op tafel hebben.

Gisteren heeft de Commissie dat rapport gepubliceerd. Daarin worden de cijfers van de belastingvrije lobby over de werkgelegenheid als partijdig aangevallen. Achteruitgang van de werkgelegenheid wordt volgens de Commissie ruimschoots gecompenseerd door hogere belastinginkomsten voor de lidstaten, die daarmee nieuwe banen kunnen scheppen. Bovendien zal de werkgelegenheid in gewone winkels groeien. Uitstel van de sluiting helpt volgens de Commissie de werkgelegenheid niet, omdat de winkels net als in de periode sinds 1991 hun winsten niet gebruiken om te investeren in alternatieve activiteiten.

De belastingvrije lobby heeft prompt gereageerd. Belastingvrije verkopen binnen de EU moeten tot 2005 mogelijk zijn, om in overleg met regeringen en sociale partners de sector te kunnen herstructureren. Zulk overleg is sinds 1991 onmogelijk geweest, klaagt de International Duty Free Confederation.

    • Ben van der Velden