Arafat

Het verlenen van het honorary fellowship door de Maastricht School of Management aan de Palestijnse leider Yasser Arafat (NRC Handelsblad, 9 februari) valt bijna niet serieus te nemen. Ik vraag mij af welke bedoeling dit instituut daarmee gehad kan hebben. Indien men het vredesproces had willen helpen bevorderen, ware het beter een cursus management te organiseren. Dat zal meer bijdragen tot het welzijn van de Palestijnen dan een fellowship voor Arafat, dat een verkeerd voorbeeld stelt.

De afgelopen periode overziend kan men constateren dat Arafat - afgezien van zijn belangrijke rol in het vredesproces - het er in de Palestijnse gebieden bestuurlijk gezien slecht van af heeft gebracht. In een notitie van januari 1998 schrijft Europees Commissaris Marin dat de teruggang van de Palestijnse economie mede te wijten is aan wanbeheer door de Palestijnen zelf. ,,Er is bij de Palestijnse Autoriteit niet altijd sprake geweest van goed beheer. De besluitvorming over de besteding van het geld verloopt slecht.'' Zijn notitie lijkt een understatement als men het rapport, opgesteld door de Palestijnse Rekenkamer (mei 1997), in ogenschouw neemt. Hierin wordt vastgesteld dat 325 miljoen dollar - bijna 40 procent van de Palestijnse begroting - door de Palestijnse ministeries is verkwist of verduisterd. Arafat stelde weliswaar een onderzoekscommissie in, maar legde daarna de aanbevelingen naast zich neer. Met management heeft dat weinig te maken.