`Afrekeningen' in Noord-Ierland scheppen een klimaat van angst

Alleen al vorig werden 250 Noord-Ieren het slachtoffer van afrekeningen binnen de eigen kring. Volgens paramilitairen zijn die nodig omdat de politie zijn werk niet doet. Maar volgens ingewijden wordt zo de angst in stand gehouden waarin een mafia-economie kan bloeien.

Andrew Peden kan niet lopen. Hij kan ook niet zelf naar de wc en als hij op zijn zij wil liggen rolt hij om. Zijn beide benen zijn geamputeerd nadat de Ulster Volunteer Force (UVF), een Noord-Ierse protestantse terreurgroep, hem in mei vorig jaar met een riotgun door beide knieën schoot. Ze dachten dat hij bij een rivaliserende eenheid van protestantse paramilitairen hoorde. Dat was een vergissing. Hij had alleen de chef van die groep een lift gegeven. ,,Ik heb geluk gehad'', heeft Peden zichzelf geleerd te zeggen. ,,Ik kan tenminste mijn kinderen zien opgroeien.''

Andrew Kearny maakt de eerste communie van zijn kind niet mee. In juli vorig jaar greep hij in bij een kroeggevecht. Een van de vechtersbazen was een commandant van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA). Even later kreeg Kearny bezoek op acht-hoog in West-Belfast. Ze legden zijn drie weken oude dochter in haar wieg, sloten zijn vrouw op in de slaapkamer, rukten de telefoon uit de muur en schoten in de lift Kearny's benen tot moes. Toen de ambulance eindelijk kwam, was hij doodgebloed.

Achter het `officiële' geweld in Noord-Ierland – tussen protestanten en katholieken, Britse ordetroepen en republikeinen – woedt al dertig jaar een tweede oorlog. Beide Andrews werden het slachtoffer van de terreur waarmee protestanten en katholieken in eigen kring een bloederige orde handhaven. Vorig jaar waren er 250 gevallen. Soms gaat het om een schot door de knieën of ellebogen, meestal om een vleeswond of het breken van botten met honkbalknuppels. Soms gaat iemand dood of raakt invalide, maar meestal is er geen blijvende schade.

Soms verschijnen de kneecappings even op de agenda in Westminster en Belfast. Meestal kijken de politici snel weer de andere kant op. De paramilitairen zelf houden vol dat zij op verzoek van hun gemeenschappen optreden tegen inbrekers, drugsdealers, verkrachters en pedofielen. Omdat de gewone politie zijn werk niet doet, zeggen ze.

De werkelijkheid is gecompliceerder, zeggen insiders. De afstraffingen scheppen een klimaat van angst waarmee de paramilitairen ondanks wapenstilstanden en vredesregelingen hun macht in stand houden. En die macht heeft dezer dagen steeds meer te maken met de ,,mafia-economie'' die zij runnen. Loyalisten en de IRA innen `beschermingsgeld' bij bouwbedrijven, winkels, pubs en makelaars, ze smokkelen sigaretten, drugs, video's, hifi-apparatuur en kleding, ze wassen geld wit en speculeren in onroerend goed. Daarmee financieren zei hun terreur. ,,Gangsterdom hoort bij elke grote stad'', zegt Vincent McKenna, een IRA-spijtoptant die nu slachtoffers van de afstraffingen helpt. ,,Maar in dit land hebben de gangsters politieke vertegenwoordiging.''

Sinds kort wordt gespeculeerd over een precies politiek doel van de afstraffingen, die in de eerste weken van dit jaar een piek vertoonden. Ze zouden juist de indruk moeten wekken dat de politie, de Royal Ulster Constabulary (RUC), zijn werk niet doet. Zo zetten ze de commissie onder druk die een hervorming van de Noord-Ierse politiemacht onderzoekt. Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, wil dat de RUC wordt afgeschaft of op zijn minst ontwapend en vervangen door een nieuwe politiemacht waarin meer katholieken deelnemen.

Volgens Vincent McKenna sturen Sinn Féin en sommige loyalistische partijen de paramilitairen rechtstreeks aan. ,,Met één druk op de knop kunnen ze de afstraffingen aan en uit zetten als het ze te pas komt'', zegt McKenna, directeur van Families Against Intimidation and Terror (FAIT), een onafhankelijke stichting, die in het centrum van Belfast een kantoor heeft waar de wanden bedekt zijn met de gruwelijkste foto's.

Dat gelooft ook RUC-chef Sir Ronny Flanaghan, die weigert van afstraffingen te spreken maar het houdt op ,,georganiseerde verminkingen''. ,,In de aanloop naar de verkiezingen en tijdens een bezoek van Amerikaanse delegaties zijn er geen kneecappings – dus ze kunnen het makkelijk laten'', zei Flanaghan kortgeleden tegen de BBC.

In de aanloop naar 10 maart, als de nieuwe Noord-Ierse `regering' haar werk moet beginnen, zijn de afstraffingen opnieuw geluwd. De IRA heeft volgens cijfers van FAIT in geen twee weken een kneecapping uitgevoerd. De Ulster Defence Association (UDA), een loyalistische organisatie, gaf eerder deze week zelfs een officiële verklaring uit dat ze de afstraffingen in Noord-Belfast had gestaakt.

Sinn Féin kan er naast de impasse rond het inleveren van IRA-wapens even niks bij hebben. En voor een reeks van loyalistische paramilitairen – de UDA, de UVF, de Loyalist Volunteer Force (LVF) en tot voor kort onbekende groepen als de Red Hand Defenders en de Orange Volunteers – is de windstilte ook opportuun. Zij zouden bijvoorbeeld graag zien dat `hun' politici die niet in de assemblee zijn gekozen alsnog een plek krijgen in het `civiele-forum'-in-oprichting, een potentieel machtscentrum voor het `nieuwe Noord-Ierland'. Die moeten dus ook even niet met de mafia geassocieerd worden.

,,Mo Mowlam [de Britse minister voor Noord-Ierland] begrijpt het beest niet waarmee ze van doen heeft'', zegt McKenna. ,,Ze denkt dat ze de partijen kan temmen door ze af te kopen. Dat is een vergissing. De gangsters wachten af, legitimeren zich politiek en breiden hun activiteiten uit naar de rijke wijken rond Belfast. Daar hoeven jongeren niet te stelen om crack of pillen te kopen. De middle class zal ruw gewekt worden als zij haar eigen kinderen in het ziekenhuis ziet.''

Martin Adams gelooft evenmin dat de loyalisten hun knuppels permanent hebben opgeborgen. Hij kan het weten. Hij is 27 en heeft sinds zijn veertiende in totaal negen jaar in de gevangenis gezeten, onder meer wegens moorden uit naam van de LVF. Tot vorige maand. Toen drong het tot hem door dat hij deel uitmaakte van een ordinaire ,,gangsterbende'' en dat hij moest opschieten als hij nog iets van zijn leven wilde maken, zegt hij in een hotellobby in Ballymena, dertig kilometer ten noordwesten van Belfast.

En hij had het ook tegen zijn maten gezegd. Naar het vervolg kon hij raden. Twee dagen later werd hij door vier man 's avonds een auto ingesleurd en naar een deel van West-Belfast gereden waar protestantse paramilitairen de dienst uitmaken. Op een kinderspeelplaats moest hij op de grond gaan liggen. Daar ontving hij zijn straf: een schot in elk been.

Martin Adams heeft ook geluk gehad. De kogels waren van klein kaliber en gingen alleen door het vlees van zijn bovenbenen. Werkloos is hij nog steeds, zijn vrouw en twee kinderen ziet hij al langer niet, maar hij loopt weer. Hij is een computercursus begonnen en kijkt altijd eerst of er geen bom onder zijn auto ligt. ,,I have walked away'', zegt hij.