Wisselwachters

Laat in de middag rijd ik naar Cassel, net over de Franse grens. De zon staat laag boven de heuvelige akkers, als een grote oranje bal. Hotel De Schoebeke staat er nog steeds, maar de poort is dicht. Hier zaten de wisselwachters van het lot, de stafchefs, degenen die de tienduizenden doden slechts zagen als statistieken. Ik klauter door de tuinen, en in het laatste licht zie ik wat zij zagen: de hele vlakte tot voorbij Ieper ligt als een schaakbord aan mijn voeten.

De Engelse opperbevelhebber, Sir Douglas Haig, woonde nog verder weg. Hij was een echte manager, die nooit aan het werkelijke front kwam, omdat hij anders `geen objectieve beslissingen meer kon nemen'. Hij had geen idee van de moerasvlakte waarin zijn soldaten rondom Ieper opereerden. Zijn tanks liepen direct vast. En bij de slag om Passendale stierven naar schatting zo'n 60.000 man door pure verdrinking, in modder en granaattrechters, een kwart van de gesneuvelden.

Er waren twee echte wisselwachters: sluismeester Karel Cogge uit Nieuwpoort en de eeuwig dronken schippersknecht Geeraerd. Samen wisten ze in 1914 de hele vlakte rondom de IJzer op het laatste nippertje onder water te zetten. Enkel aan die twee is het vermoedelijk te danken dat de Duitse opmars hier stopte. In het telefoonboek staan nog twee Cogge's, Kurt en Georges. Ik bel met Georges. ,,Ja, dat was mijn oudoom, mijn grootmoeder heeft mij dat nog wel eens verteld. Nee, niemand weet daar verder meer iets van, die zijn allemaal dood. Kurt? Dat is mijn zoon! En ik heb ook al een kleinzoon!'' De Cogge's in Nieuwpoort gaan gewoon voort.