Voorwaarden polissen nog steeds onduidelijk

Onduidelijkheid over kosten en voorwaarden van beleggings- en andere financiële producten is een bron van conflicten. Verzekeraars werken aan verheldering, maar de consument draagt ook een eigen verantwoordelijkheid.

Het echtpaar Stierum uit Zuid-Horn ligt in de clinch met Spaarbeleg, een beleggingsdochter van verzekeraar Aegon. Het echtpaar sloot twintig jaar geleden een Spaarbeleg Gulden Polis af, inclusief verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en ongevallen, waarmee ze een kapitaal van 50.000 gulden hoopten op te bouwen – dat haalden ze uit de voorbeelden in de folders. Ze stortten in totaal 30.000 gulden en ontvingen begin 1997 het eindkapitaal: 18.000 gulden.

Na van hun schrik te zijn bekomen leerde consultatie van Spaarbeleg het echtpaar Stierum dat driekwart van hun inleg naar een overlijdensrisicoverzekering was gegaan. Dat wisten ze niet. Ze voelen zich ,,belazerd'' en spreken van fraude. Spaarbeleg bestrijdt dit. Uit de polis had het echtpaar de bestemming en de hoogte van de premie kunnen afleiden, luidt het verweer. De premie was volgens Spaarbeleg zo hoog omdat het echtpaar zich ook voor een aanzienlijk bedrag verzekerd had. Ook de Ombudsman voor het Spaarkasbedrijf zag geen grond de klacht te honoreren.

Die zelfde ombudsman wees onlangs wel een klacht toe van W. Rozeboom uit IJlst, die zich ook gedupeerd achtte door Spaarbeleg. Rozeboom betaalde drieënhalf jaar premies bij Spaarbeleg Kas tot hij ontdekte dat een deel ervan voor een overlijdensrisicoverzekering bestemd was. Uit de polisvoorwaarden had hij dat niet duidelijk genoeg kunnen opmaken. Rozeboom vond – na openlijk dreigen met een rechtszaak – inmiddels enkele honderden lotgenoten.

Onduidelijkheid in beleggings-, verzekerings- en andere financiële producten van alle Nederlandse verzekeraars – daarover gaan verreweg de meeste klachten die de ombudsman en organisaties als de Consumentenbond en de vereniging Consument en Geldzaken te behandelen krijgen. Herhaaldelijk ontstaan geschillen over premies, voorwaarden, kosten en afkoopwaarde. Een polis mag geen informatiepuzzel zijn, oordeelde de ombudsman in de `zaak-Rozeboom'. Maar dat is het vaak wel, zeggen de consumentenorganisaties.

,,De klachten die wij krijgen gaan altijd over de totale ondoorzichtigheid van spaarovereenkomsten'', vertelt R. Hilgersom van Consument en Geldzaken. ,,Mensen vinden de brochures onduidelijk, ze zijn onzeker over de uiteindelijke opbrengst.'' De Verzekeringskamer, die toezicht houdt op verzekeringsmaatschappijen, vindt dat ook een leek de polis moet kunnen begrijpen. ,,Iedereen kan natuurlijk de kleine lettertjes lezen, maar dat is niet de bedoeling'', zegt een woordvoerder. ,,Je moet het de consument makkelijk maken. De klant moet weten: dit betaal ik, dit risico loop ik en dit kost het als ik eerder wil stoppen.''

Op aandringen van consumentenorganisaties is de laatste jaren al wel veel verbeterd. Het Verbond van Verzekeraars voerde vijf jaar geleden een gedragscode in, die vorig jaar is aangescherpt. De Verzekeringskamer heeft beleidsregels geformuleerd die medio dit jaar van kracht worden. De Consumentenbond is redelijk tevreden over de code: ,,Vroeger mochten verzekeraars adverteren met rendementen van 20 procent, nu moeten ze ook waarschuwen voor de risico's.''

In de gedragscode staat dat verzekeraars de klant moeten wijzen op de risico's van spaarregelingen en levensverzekeringen met een beleggingselement. De eindkapitalen waarmee ze schermen, moeten als voorbeeld en niet als prognose worden gepresenteerd. Ook moet duidelijk zijn dat voorgespiegelde rendementen gebaseerd zijn op behaalde rendementen uit het verleden en dus geen garantie bieden voor te behalen rendementen in de toekomst. Daarnaast moet de afkoopwaarde duidelijk vermeld staan.

De Consumentenbond ontvangt veel klachten over het afkopen van levensverzekeringen. Wie een levensverzekering afsluit en er kort daarna weer vanaf wil is eigenlijk altijd onvoordelig uit. Verzekeraars verrekenen hun kosten namelijk in de eerste vijf jaar, waardoor de restwaarde gering is. Pas daarna gaat het ingelegde kapitaal voor de verzekerde echt `aan het werk'.

Een levensverzekering heeft een looptijd van minimaal vijftien jaar. Wie na drie jaar stopt, krijgt veel minder terug dan hij betaald heeft. Om deze pijn te verzachten adviseerde het Verbond van Verzekeraars zijn leden vorige maand hun kosten uit te smeren over tien jaar. Hierdoor kan de afkoopwaarde voor de polishouder met 10 tot 15 procent toenemen. Het advies van het Verbond is overigens niet bindend, maar volgens de woordvoerster is er ,,onder de verzekeraars wel een groot draagvlak voor''. Het verbond adviseert zijn leden om duidelijk voor te lichten. ,,Schets de voordelen, maar ook de nadelen.''

Tegelijk beklemtoont ze dat de consument een eigen verantwoordelijkheid heeft. ,,Mensen kijken toch eerder naar de voordelen. Ze zien het eindbedrag, gooien de folder in een hoek met de gedachte: ik weet het wel, en duiken de folder uit een stoffig laatje pas weer op als ze eerder willen stoppen. Plotseling blijkt dan dat ze de voorwaarden niet goed hebben gelezen.''