Via kunst opnieuw naar WO II kijken

Een forumavond en symposium in Amsterdam luiden een internationaal project in over de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in kunstuitingen.

Vierenvijftig jaar na de bevrijding is de Tweede Wereldoorlog nog springlevend. Kwesties als de teruggave van in de oorlog verdwenen joods bezit, en door de Sovjet-troepen meegenomen kunstschatten veroorzaken verhitte discussies. Het filmfestival in Berlijn stond vorige week geheel in het teken van de oorlog en de burgemeester van Appingedam verbood een lokaal koor samen met een Duits koor op te treden op 4 mei. Onder jongeren in ons land steekt een nieuw vijandbeeld de kop op, gebaseerd op een gebrekkige kennis van land en volk. De belangstelling voor Duits is op een dieptepunt: voor de studie Duits aan de Universiteit van Amsterdam waren dit jaar slechts vier aanmeldingen.

De Amsterdamse historici Willem Alderse Baas en Peggy Alderse Baas-Budwilowitz, zijn de initiatiefnemers van een internationaal project, dat de invloed van de Tweede Wereldoorlog op kunst belicht. Een forumavond en een tweedaags symposium in Amsterdam luiden het project in. Nederland, Duitsland en Polen zijn de organiserende landen, maar ook Frankrijk en Oostenrijk hebben zich bij het symposium aangesloten. Doel is om, door het oog van de kunstenaar, de invloed van de oorlog op het individu duidelijk te maken - zonder zondebokken aan te wijzen.

De initiatiefnemers vinden het tijd voor een andere benadering van de oorlog, ook in het onderwijs. ,,De oorlog is voor alle betrokken landen een schokkende ervaring geweest, waarvan de verwerking nog in volle gang is'', stellen zij. ,,Wij waren als historici geïnteresseerd in de gevolgen, in de vraag hoe het kan dat er elke keer weer zo'n commotie ontstaat als er iets nieuw naar boven komt. Tot nu toe is de oorlog vooral benaderd vanuit het perspectief van de holocaust. We willen daar een andere dimensie aan toevoegen door aan de hand van literatuur, muziek en beeldende kunst te laten zien hoe achtereenvolgende generaties de oorlog verwerken. In elk land verloopt dat proces anders, afhankelijk van de politieke ontwikkelingen. De Fransen vielen direct na de bevrijding in de koloniale oorlogen, waardoor de verwerking van de Tweede Wereldoorlog pas laat op gang kwam. In Polen speelden het katholicisme en het communisme een rol; pas na de val van de muur is daar weer een joods leven ontstaan. En in Duitsland, waar men lang de feiten heeft verdrongen, stond de verwerking sterk in het teken van de tegenstelling dader-slachtoffer. In iets mindere mate geldt dat ook voor Nederland.''

De twee Amsterdamse historici hebben voor hun project de stichting Kunst en samenleving in het leven geroepen, waarin onder meer (kunst)historici en museumdirecteuren uit Nederland, Duitsland en Polen zitting hebben. Het symposium wordt nog gevolgd door een tentoonstelling, concerten, een tv-documentaire en een uitgave voor middelbare scholieren. Morgen is er in het Amsterdamse Goethe Instituut een forumavond met onder anderen schrijvers uit Duitsland, Nederland (Armando) en Polen in wier werk het onderwerp een rol speelt. Subsidiegevers zijn onder meer de Mondriaan Stichting, ministeries van de drie landen en de Europese Stichting voor Cultuur. De Mondriaan Stichting spreekt van `een in kunsthistorisch opzicht nieuw thema' en verwacht interessante resultaten van het symposium.

Op het symposium Verwerking van de Tweede Wereldoorlog in de beeldende kunst en literatuur vergelijken wetenschappers de manier waarop de oorlog in de literatuur en beeldende kunst in hun land een plaats kreeg. Gesproken wordt bijvoorbeeld over de afwezigheid van concentratiekamen in de Duitse literatuur, de opkomst na 1945 van de historische schilderkunst in beide Duitslanden, en de ontkenning van het nazisme in Oostenrijk, en hoe daartegen vanuit de kunstwereld is geageerd.

De tentoonstelling is nog in voorbereiding, maar veel exposanten zijn al uitgekozen. Van Nederlandse kant verleent vooral directeur Hendrik Driessen van Museum de Pont in Tilburg medewerking. ,,Het wordt een tentoonstelling met goede moderne kunst van gevestigde beeldend kunstenaars en niet van zogenoemde therapeutische kunst'', benadrukken de initiatiefnemers. De opening is 25 juni 2000 in het Museum voor Moderne kunst in Warschau. Vervolgens is de tentoonstelling vanaf 24 september in Neurenberg en vanaf 10 december in het Cobra Museum in Amstelveen. De openingen gaan gepaard met in het thema passende concerten – in Nederland in het Concertgebouw.

Bij de tentoonstelling gaat het alleen om beeldende kunst gemaakt na 1945. Per land (Duitsland, Nederland en Polen) doen tien tot vijftien kunstenaars mee. De werken zijn verdeeld in groepen, die verschillende fasen van het verwerkingsproces vertegenwoordigen. Er doen zowel kunstenaars mee die de oorlog aan den lijve hebben ondervonden als de generaties daarna. Zo zijn er sombere doeken van gekwelde figuren, waaruit de machteloosheid, agressie en woede spreken van de direct betrokkenen. Anderen verdringen de realiteit, zoals Werner Heldt uit Berlijn, die zijn verwoeste stad uitbeeldt als een idyllisch Italiaans dorp aan een meer met vissers, en de zandhopen waarmee men de ruïnes in de stad had bedekt, als golvende duinen.

Een latere periode is die van de abstractie, met als voorbeelden onder meer de Pool Roman Opalka en de Nederlander Jan Schoonhoven, bekend van zijn eenvoudige, witte reliëfs. Peggy Alderse Baas: ,,Schoonhoven is het positieve antwoord op de oorlog. Hij representeert het verlangen om de maatschappij te ordenen, het verlangen naar een nieuwe structuur en een nieuw begin.''

Daarna doen zich weer andere processen voor. Er komen jongeren die zich afzetten tegen hun ouders en vraagtekens zetten bij hun rol in de oorlog. Of die de oorlog vanuit een politiek oogpunt benaderen. Peggy Alderse Baas: ,,Het aardige is dat de grenzen wegvallen als je de werken met elkaar vergelijkt. Je kunt niet zien uit welk land iemand komt. Elke keer weer blijkt dat het gaat om individuen, maar met de littekens van de oorlog.''

Forumavond, Goethe Instituut Amsterdam, 18/2 20u. Symposium, Vrije Universiteit A'dam. 19 en 20/2. Inl. Stichting Kunst en Samenleving (020) 670 72 63.